Ook nabestaanden van slachtoffers in de Argentijnse suikerindustrie dreigen de vader van Máxima met een aanklacht.

STEUN RO

Op 22 maart dienen familieleden van 110 verdwenen personen een verzoekschrift in bij de rechtbank van San Miguel de Tucumán, 1200 kilometer ten noorden van Buenos Aires. Daarin eisen ze opheldering over het lot van arbeiders en vakbondsleden in de suikerindustrie in de woeligste Argentijnse jaren tussen 1975 en 1978.

Gangmaker is oud-vakbondsman Hugo Santillán (70), een lange man met spierwit haar. “Jorge Zorreguieta laten we misschien oproepen als getuige. Daar kan een aanklacht uit voortvloeien.” Een eerdere poging tot vervolging in 2010 is gestrand. Hij haalt moed uit de uitspraak van de federale rechter Fernando Poviña. Die heeft afgelopen november gesteld dat tijdens de Argentijnse dictatuur tussen 1976 en 1983 een relatie heeft bestaan tussen ondernemingen in de suikerindustrie en de strijdkrachten verantwoordelijk voor de repressie.

Hugo Santillán ziet duidelijk nieuwe aanknopingspunten: “Zorreguieta had nauwe banden met grote suikerproducenten. Zoals met de grootste suikerboer van Argentinië Carlos Pedro Blaquier, van het suikerconcern Ledesma.” Multimiljonair Blaquier staat momenteel terecht wegens medeplichtigheid aan de ontvoering van zeker 29 mensen in juli 1976.

Smerige oorlog

Zorreguieta zou een huis van Blaquier in Buenos Aires hebben bezocht tijdens vergaderingen waar de staatsgreep tegen de toenmalige presidente Isabel Perón op 24 maart 1976 is beraamd. Als gevolg van de coup zijn tussen de 10.000 en 30.000 mensen omgekomen. Na de 'smerige oorlog' ontvangt in mei 1985 Zorreguieta van deze Blaquier, de voorzittershamer van het Centro Azucarero Argentino, waarin de machtigste suikerverwerkingsbedrijven van het land zijn vertegenwoordigd.

Jorge Zorreguieta (85), de vader van de toekomstige koningin Máxima, ligt de laatste weken zwaar onder vuur. De vroegere baas op het Departement van Landbouw Mario Cadenas Madariaga heeft vorige week tegenover de Volkskrant bevestigd wat inmiddels algemeen wordt aangenomen, namelijk dat Zorreguieta op de hoogte is geweest van verdwijningen tijdens de dictatuur. In die tijd bekleedde Zorreguieta vijf jaar lang een toppositie als (onder)staatssecretaris van Landbouw.

In Argentinië werken twee advocaten aan een onderzoek waarbij de naam Zorreguieta wordt genoemd. In een zaak betreft het de verdwijning van vier medewerkers en het martelen van een werknemer van het Nationaal Agrarisch-Technologisch Instituut INTA. De andere advocaat wil Zorreguieta als getuige oproepen bij een ontvoering en gevangenneming in het illegale detentiecentrum 'Campo de Mayo' in Buenos Aires.

Ideologisch

Op 31 januari is in Nederland aangifte gedaan van Zorreguieta's betrokkenheid, kennis of medeverantwoordelijkheid bij acht gedwongen verdwijningen. Daaronder de sinds 14 april 1976 verdwenen Benito Vicente Romano, een leider van de Federatie van werkers in de suikerindustrie van Tucumán FOTIA en diens broer, Domingo Nicolás Romano, actief vakbondslid, en spoorloos sinds 11 februari 1978 in de provincie Tucumán. Hun namen staan tevens op de lijst van de 110 omgebrachte werknemers van de zes 'ingenios' , de suikerverweringsfabrieken.

Hugo Santillán wil ook duidelijkheid over de dood van zijn broer Atilio Santillán. De toenmalige secretaris-generaal van de vakbond FOTIA is op 22 maart 1976 gedood. De linkse guerrilla organisatie Revolutionair Volksleger ERP heeft de moord opgeëist, maar Hugo spreekt van een valse claim en stelt dat Zorreguieta op zijn minst 'ideologisch verantwoordelijk' is. De daadwerkelijke betrokkenheid bij deze moord en andere verdwijningen van Zorreguieta moet blijken uit het onderzoek. Ook de exacte lijst van 'detenidos, desaparecidos y asesinados' (gevangengenomen, verdwenen en vermoorden) onder de suikerwerkers staat nog niet vast en kan groeien tot 120 personen.

Zwaarst

Extra gewicht aan de zaak geeft parlementslid Walter Marcelo Santillán van de regerende Frente para la Victoria én zoon van de omgebrachte Atilio. Hij wil de zaak van zijn vader eventueel ook voor een rechtbank in Buenos Aires aanzwengelen.

Daniel Cieza, onderzoeker aan de faculteit van sociale wetenschappen aan de universiteit van Buenos Aires en schrijver van het boek 'Geweld en arbeid in Argentinië', noemt de repressie in de provincie Tucumán tijdens de militaire dictatuur "de zwaarste van het hele land". Volgens Cieza zijn totaal zo'n 3000 mensen, vooral arbeiders, boeren en syndicalisten, omgebracht. “Het was de stijl van Vietnam. Militairen omsingelden een dorp, branden het plat en vermoordden verdachte mannen, maar ook vrouwen en kinderen.”

 

 

 

 

 

Arnold Karskens is Neerlands meest onafhankelijke en ervaren oorlogsverslaggever. Muckraker. Nachtmerrie voor nazi’s en andere oorlogsmisdadigers. Auteur van tienŒ boeken. Onderzoeksjournalist die nooit ‘nee!’ als antwoord accepteert. Lastig, dwars & gehaat door zijn vijanden, maar Last Man Standing voor mensenrechten en vrijheid van meningsuiting.

Geef een antwoord