Birma doet langzaamaan weer mee aan de internationale gemeenschap. Om zijn land te helpen opbouwen, keerde tatoeƫerder Max Mancho vanuit Thailand terug naar zijn geboorteland.

STEUN RO

Een garagebox langs de kant van de weg. Aan de muren, waarvan het pleister hier en daar afbrokkelt, hangen foto's van tatoeages. In het midden van de ruimte staat een behandelbed als bij de huisarts. De 30-jarige Birmees Max Mancho, zoals hij zichzelf noemt, heeft zijn tatoeëerpistool in zijn rechterhand en een tissue in de andere. Er verschijnt een frons op zijn voorhoofd wanneer hij zich concentreert op de tekening die hij op de onderarm van een jonge Birmees maakt. Een doktersnaald in psychedelische kleuren, geïnspireerd naar de tekening op de CD-hoes van een Amerikaanse indypop bandje.

Acht jaar lang woonde Max Mancho in Koh Pangan, Thailand, waar hij een constante toestroom van toeristen had voor zijn tatoeages. Daar heeft hij het vak geleerd, maar nu het beter gaat met Birma (Myanmar) is hij teruggekomen naar zijn thuisland. Zowel om met zijn vriendin te trouwen, die hij net zo goed acht jaar niet zag, als om een tatoeagestudio te beginnen in Kawthaung. 'We hebben hier mensen nodig die ondernemen, om het land op te bouwen,' zegt hij. 'Ik probeer de jongens te helpen om iets voor zichzelf te beginnen.'

We hebben hier mensen nodig die ondernemen.

In 2011 heeft Birma zich weer aangesloten bij de internationale gemeenschap, nadat de militaire regering de grenzen tientallen jaren dicht hield. Tegenstanders van het regime, waaronder de verschillende bergstammen in het land, zoals de Kachin, Karen en de Shan, werden hevig onderdrukt. Hoe het leven voor de mensen was onder het repressieve regime beeldt Max Mancho uit door eerst zijn handen op zijn ogen te leggen en dan op zijn oren: afgesloten van de rest van de wereld.

'Internet was geblokkeerd, toeristen kwamen de grens niet over. Tijdens de onderdrukking hadden mensen ook tatoeages, maar het was niet normaal. Je verborg ze onder je kleding. Er waren geen studio's, dus gingen de tatoeëerders bij de mensen thuis lang. Om de tatoeages te zetten werd printerinkt gebruikt. Nu alles open is kunnen we aan goede Japanse tatoeage-inkt komen, die niet wegvaagt.'

Terwijl Max Mancho bezig is in zijn mini-studio langs de weg, vallen er geregeld vrienden binnen om een sigaret te roken en een praatje te maken. Allemaal hebben ze tekeningen op hun armen en benen. Maar wanneer het gesprek op politica Aung San Suu Kyi komt, die volgens Max te weinig doet aan de frictie tussen moslims en boeddhisten in Myanmar, kijkt hij toch even over zijn schouder of er niemand op straat meeluistert. Voorheen kon je in de gevangenis belanden en gemarteld worden, wanneer iemand je kwaad hoorde spreken over de regering.

Het is een terugkerend onderwerp van gesprek in Birma: Aung San Suu Kyi. De vrijheidsstrijdster, die met haar jarenlange huisarrest voor het westen het symbool van verzet tegen de militaire junta is geworden. Ze kreeg zelfs de nobelprijs voor de vrede. Maar nu zij in de regering zit, maakt ze zich in vele ogen niet hard genoeg voor de Rohingya, de moslimminderheid die een jaar geleden in grote getale door nationalistische Boeddhisten werd afgeslacht en uit hun huizen verjaagd. Max Mancho begrijpt de lange termijn politiek die ze voert wel: wanneer zij zich nu te snel schrap zet, zijn de Birmezen hun nieuw verworven vrijheid zo weer kwijt, is de strekking van zijn verhaal.

Maar voornamelijk gaan de gesprekken nadrukkelijk niet over politiek. Af en toe pakt iemand de gitaar op die in de hoek staat, een Chinees fabrieksmodel met een barst in het bovenblad en verroeste snaren, maar veel meer dan een paar akkoorden weet diegene er niet op te spelen. Dus wordt er weer toegekeken hoe Max Mancho aan het werk is, en wordt er op internet gezocht naar nieuwe tekeningen ter inspiratie. Duivels met rode ogen, Japanse draken en tribals. Wanneer Max Mancho klaar klaar is met het bewerken van de rug op de foto in dit artikel, zegt hij: 'Je ziet eruit als een Japanner.' Waarop de jongen begint te stralen.

Na op het terras versgeperste suikerrietsap gedronken te hebben, de traditionele frisdrank van het land die met een handpers wordt gemaakt, zoekt Max zijn volgende klant op. Het gaat om een meisje dat bij haar ouders woont, en op haar onderarm een tekening van een gitaar wil. Ze zingt sinds kort in een bandje. Vader, moeder en zussen kijken toe hoe Max Mancho zijn tatoeëerpistool uitpakt in de woonkamer. Max wijst op de muzieknoten die al op de arm van het meisje staan. Ze zijn gezet met slechte inkt, waardoor het zwart vaal is geworden. 'Die ga ik straks ook overdoen,' zegt hij.

Voordat hij begint, schiet Max in de lach, omdat de ouders te dicht op hem staan. 'Grappig hé,' zegt hij in het Engels, dat de ouders niet verstaan. 'Ze verbieden de tatoeage niet bij hun dochter. Ze vinden het juist interessant.' Dat hier toch weer achter gesloten deuren getatoeëerd wordt, is volgens Max heel logisch. 'Een meisje moet beschaafd zijn,' legt hij uit. 'Daarom kan ze niet zomaar in een winkel aan de straatkant getatoeëerd worden.'

    Jurriaan van Eerten (1983) is freelance journalist. Zijn werk is o.a. gepubliceerd in Het Parool, Trouw, Vice en Al Jazeera English. Samen met fotografe Eline van Nes maakt hij human-interest verhalen over Latijns-Amerika. Zij willen niet de politicus op wie gestemd wordt belichten, maar juist de persoon die het stemvakje inkleurt.