Synthetische textielproducten, zoals kleding, gordijnen, meubels en vloerkleden verspreiden via de lucht en het waswater ontelbare minuscule plastic vezeltjes. Hoe slecht dit is voor onze gezondheid en het milieu wordt nog nauwelijks onderzocht.

STEUN RO

Ze geloven hun ogen niet, de Britse onderzoekers, als ze de stukken vis onder de microscoop bekijken. De filets die ze in verschillende Engelse supermarkten hebben gekocht, liggen bezaaid met plastic deeltjes. Wat ook opvalt: het zijn vooral minuscule vezels van synthetische kleding en vloerbedekking. Vanuit de lucht in de winkels zijn die in de open toonbanken gedwarreld, waar ze op de zalm en kabeljauw zijn blijven plakken. De krant Daily Mail, die dit onderzoek afgelopen winter laat uitvoeren, schrijft: ‘Deze potentieel gevaarlijke deeltjes zitten nu ook in de lucht.’ En: ‘We ademen plastic.’

Dit geeft te denken. Als er plastic textielvezeltjes op uitgestalde vis terechtkomen, liggen ze dan ook op het brood en de aardbeien? Kleven ze aan kaas en vlees? Ga er maar van uit dat dit zo is, zegt Michiel Roscam Abbing, auteur van de Plastic Soup Atlas van de Wereld. ‘We eten synthetische vezels en we ademen ze in, en de bewijzen dat dit gebeurt, stapelen zich op.’

Synthetische stoffen kunnen allerlei namen hebben, maar ze zijn allemaal plastic. Dit geldt voor je acryl trui en de polyester badmat, net zo goed als voor nylon sokken en de alcantara bank. Tijdens het dragen, of gebruiken, breken er minuscule plastic vezeltjes van af: langgerekte draadjes, veelal dunner dan 10 micrometer. Dit is minstens vijf keer zo dun als een mensenhaar. Ze zijn vaak zo licht dat ze honderden kilometers door de lucht kunnen afleggen. Met het blote oog kun je ze niet zien; er is zelfs een speciale microscoop voor nodig om ze te identificeren.

Flessenwater

De eerste signalen dat er synthetische textielvezels in voedsel zitten, komen een paar jaar geleden. Zwitserse onderzoekers melden dat ze plastics aantreffen in honing. Ook worden er kunststof vezels in zout gevonden, en in ruim twintig soorten Duits bier. Hoe ze hierin beland zijn, is destijds niet onderzocht, maar inmiddels is duidelijk dat dit gewoon via de lucht is gebeurd.

Zijn dit nog kleine studies die makkelijk genegeerd kunnen worden, om een groot Amerikaans onderzoek van flessenwater, dat begin dit jaar wordt gepubliceerd, kan niemand heen. In negentig procent van de ruim 250 flessen die voor deze analyse zijn aangeschaft, zitten polyester en nylon textieldraadjes. Volgens onderzoeker Abby Barrows hoef je niet ver te zoeken naar de bron van die vezels. ‘Ze komen ook van de kleding van de werknemers. Via de lucht in de fabrieken belanden ze in het water en in de flessen’, vertelt ze aan de Britse krant The Guardian. Zelfs in leidingwater kunnen textielvezels zitten, toont een onderzoek van watermonsters uit verschillende landen aan (hierin is Nederlands kraanwater niet meegenomen). Deze studie is niet reviewed, maar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) neemt het zekere voor het onzekere, en kondigt afgelopen maart aan dat ze de mogelijke risico’s van microplastics in drinkwater gaat onderzoeken.

De grote vraag is, hoe bezorgd moeten we zijn voor onze gezondheid en het milieu? Wat veroorzaken al die onzichtbare vezeltjes van kleding, autostoelen en wapperende gordijnen? Eerlijk gezegd, een duidelijk antwoord is er nog niet. Het onderwerp krijgt weinig aandacht, onderzoek vindt maar mondjesmaat plaats en maatregelen worden op de lange baan geschoven of aan marktpartijen overgelaten. Ondertussen spreken klokkenluiders al van een ‘ecologische ramp’; ze waarschuwen dat plastic textielvezels schadelijke gevolgen kunnen hebben voor allerlei orgaansystemen van het menselijk lichaam.

Textielbranche

‘Ik ga nu eerst verkennen met de textielbranche welke innovatieve oplossingen zij ziet om de emissies van vezels naar het water te voorkomen en om nadere afspraken hierover te maken.’ Begin juni dit jaar schrijft staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Stientje van Veldhoven een brief van zeven kantjes aan de Tweede Kamer over maatregelen die verschillende soorten microplastics moeten voorkomen. Ze schrijft: ‘Het tegengaan van emissies van microplastics door slijtage is complex … synthetische textielsoorten, zoals fleece en polyester, slijten tijdens een wasbeurt.’ In haar brief staat niets nieuws. Dat textielvezels vrijkomen ‘tijdens een wasbeurt’ is al zeven jaar bekend. Niets over recentere bevindingen dat textielvezels niet alléén in waswater loslaten, maar ook tijdens het dagelijks gebruik. Het is goed denkbaar dat de verkenners nu het wiel opnieuw gaan uitvinden, terwijl er in binnen- en buitenland al veel is uitgezocht.

Grofweg zijn er twee toekomstbeelden. Of synthetische textieldeeltjes veroorzaken op de lange termijn weinig schade — dan gaan we op dezelfde voet voort. Of deze plastic vezels berokkenen op enig moment, wellicht onomkeerbare problemen voor mens en milieu. Verwachten we dit, dan moeten we zo snel mogelijk ingrijpen. Maar de situatie is al jaren: we weten niet welk scenario ons te wachten staat. Dus gebeurt er niets, en worden allerlei besluiten op de lange baan geschoven.

De textielindustrie houdt zich gedeisd, wasmachineproducenten zien in hun branche de oplossing niet. Zelfs zijn er betrokken partijen die nog nooit over synthetische microvezels gehoord hebben. Maar volgens techneuten die in de water- en luchtzuivering werken, is er wel degelijk iets aan de hand.

Open wateren

Dat er vezels van synthetische textiel in het milieu belanden, werd voor het eerst goed duidelijk in 2011. Dan vindt de Britse ecoloog Mark Browne in verschillende kustwateren op de wereld minuscule nylon en polyester draadjes. Ze hebben duidelijk een andere vorm dan de ‘gewone’ microplastics die hij vaker aantreft. Browne ontdekt dat ze van kleding komen en dat ze met het water uit wasmachines de riolen in zijn gespoeld, zo verder de open wateren in. Als hij onderzoekt hoeveel vezels een kledingstuk in de was loslaat, komt hij op ruim 1900.

Plotseling is synthetische textiel verdacht. Zeebiologen en milieukundigen proberen er feiten over te verzamelen, maar dat blijkt ondoenlijk, want wat vergelijken ze met wat? Hoe kunnen ze het aantal vezels dat tijdens de was van een nieuw polyester shirt afkomt, afzetten tegen dat van een oude fleece jas? Elk stuk textiel is anders gefabriceerd, wasprogramma’s verschillen en er zijn eindeloos veel zeepsoorten. Logisch dat Braziliaanse onderzoekers vorig jaar concluderen: ‘Studies naar de huishoudelijke was als bron van microvezels zijn schaars, en er is een gebrek aan standaardisatie van methoden en textielaspecten.’

Alle synthetische textiel is plastic

‘Toch werd al snel duidelijk dat de 1900 vezels die Mark Browne genoemd had, een zware onderschatting was’, vertelt Jeroen Dagevos, milieukundige bij de Plastic Soup Foundation (PSF). Zo tonen Britse wetenschappers aan dat zes kilo acryl kleding ruim 700.000 vezels aan het waswater afgeeft. In een onderzoek in Californië laat één fleece vest gemiddeld 1,7 gram vezels los. En Italiaanse samenwerkingspartners van de PSF komen op gemiddeld 9 miljoen synthetische vezels per was.

Van de kant van de industrie blijft het echter stil. Ook als onderzoeker Browne grote textielproducenten en wasmachinefabrikanten benadert, omdat hij plastics in zeepieren en mosselen heeft aangetroffen — organismen die onderaan de voedselketen staan — blijft hun reactie uit. In 2014 is het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) de eerste overheidsinstantie in Nederland die slijtage van kleding in een rapport noemt: ‘Microvezels worden veelvuldig aangetroffen in monsters van oppervlaktewater, sediment en in organismen. Het bewustzijn over deze bron is matig, evenals het handelingsperspectief.’

Ook internationale organisaties trekken dan nog niet ferm aan de bel. In 2016 publiceert zowel de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA, als het VN-milieuprogramma UNEP een rapport. Ze noemen textiel als bron van vervuiling, maar stellen ook dat ze de risico’s van minuscule plastics niet kunnen beoordelen, omdat er te weinig bekend is over de mate waarin ze voorkomen. UNEP schrijft: ‘Op basis van de huidige gegevens lijkt het risico voor de menselijke gezondheid niet significanter dan via andere blootstellingsroutes.’

Wasmand

Mijn oude zomertrui, sokken, de oranje strechjurk, met wat broeken vis ik ze uit de wasmand. Ik verwacht dat er weinig synthetisch tussen zit, maar de kledingetiketten vertellen iets anders. Zo zit er 20% polyester in de trui, de slim fit broek heeft 25% polyamide en 6% elastaan, 28% van de jurk is spandex, en de sokken bestaan voor 40% uit polyester en polyamide. Zelfs in mijn spijkerbroek zit 15% polyester en elastaan.

Om uit te vinden hoeveel vezels deze kleren werkelijk in de was afgeven, neem ik contact op met ecotoxicoloog Heather Leslie van de VU in Amsterdam. Zij onderzoekt al jaren microplastics en -vezels in het milieu, en de risico’s ervan. Maar voor een test, speciaal van mijn kleding heeft de universiteit niet zomaar resources. ‘Wel’, zegt Leslie, ‘zijn er al verschillende quality controlled studies naar het wassen van kleding gedaan; die zijn gewoon beschikbaar.’

Alleen microvezels in waswater tellen, voldoet eigenlijk niet meer, maak ik ook uit haar verhaal op, omdat kleren ook buiten de was veel vezels kwijtraken. Een goed voorbeeld zijn de Amsterdamse grachten, waaruit Leslie vorig jaar monsters nam. Dit water is grotendeels al door de rioolzuiveringsinstallaties gegaan. Toch vond ze er nog 50 tot 100 microplastics per liter in, waaronder veel textielvezels. ‘Een deel komt uit het waswater, en is via de riolen de filters gepasseerd, maar ook zweven er direct uit de buitenlucht vezels de grachten in.’

Wat we inademen, kan wel eens veel erger uitpakken

Wat Michiel Roscam Abbing — die ook onderzoeker voor de PSF is — betreft, zijn we met het tellen van vezels in de was niet veel opgeschoten. Erger nog, het maakte de wetenschap blind voor het grotere probleem, dat er ook in het dagelijkse gebruik vezels van textiel afbreken, die ‘overal’ terechtkomen. Roscam Abbing: ‘Tot voor kort ging alle aandacht uit naar eventuele risico’s die we lopen door vis of mosselen te eten, die plastics hadden binnengekregen. Maar wat we inademen, kan wel eens veel erger uitpakken. Daar moeten we ons veel meer op richten dan op de schade via de vis op ons bord.’

Maar de Gezondheidsraad houdt twee jaar geleden nog een flinke slag om de arm. In een brief aan de staatssecretaris van Milieu: ‘De onzekerheden omtrent volksgezondheidsrisico’s van blootstelling aan micro- en nanoplastics zijn … te groot om met concrete aanbevelingen voor aanscherping van beleid te komen.’ En over textielvezels in de lucht schrijft de raad: ‘… het is niet bekend in hoeverre deeltjes uit synthetische vloerbedekking, meubelstoffering, kleding en verf de kwaliteit van de lucht binnenshuis kunnen aantasten’.

Celmembranen

Het lichaam ruimt veel zelf op, via ontlasting en urine en ook uit de luchtwegen, maar de grote angst van wetenschappers is: wat doen de vezels die wél achterblijven? Studies tonen aan: nanoplastics kunnen celmembranen passeren en in de bloedbaan komen; ze kunnen zelfs door de placenta dringen en zo het ongeboren kind bereiken. Hoe gaat het menselijk lichaam daarop reageren? ‘Niemand weet: als je zoveel vezels binnenkrijgt, gaat het verkeerd’, zegt Roscam Abbing. ‘Het kan jaren duren voordat we daar achter komen’. Zijn collega Jeroen Dagevos: ‘Misschien merken wij er nog weinig van, maar kinderen die nu geboren worden, krijgen in hun leven al veel grotere hoeveelheden binnen. Er moet echt veel meer onderzoek naar komen, maar dat gebeurt maar niet.’

In principe kunnen textielvezels diep in ons ademhalingsorgaan doordringen, omdat ze zo dun en langgerekt zijn. Als het je longen niet lukt om vreemde deeltjes kwijt te raken, kúnnen er ontstekingen ontstaan, met astma-achtige reacties, of zelfs longfibrose. Maar of dit nu al gebeurt, weten we niet. Er is in de geneeskunde nog geen verband tussen plastic deeltjes en longaandoeningen aangetoond, zoals dit er wel is over asbestvezels. Hierdoor blijft deze oorzaak voor de gezondheidszorg ‘onzichtbaar’.

Synthetische textielvezels zijn niet alleen letterlijk onzichtbaar, ook figuurlijk. In het gunstigste geval zitten ze verstopt in de thema’s ‘microplastics’ en ‘fijnstof’, maar ze worden niet apart benoemd. ‘Het is voor het eerst dat ik hierover hoor’, reageert Dave de Jonge op de vraag of hij ook plastic textielvezels in fijnstof tegenkomt. De Jonge, senior projectleider luchtonderzoek van GGD Amsterdam: ‘Ze staan niet op onze bronnenlijst. We tellen duizenden deeltjes in een kubieke centimeter, de meeste kunnen we niet op soort onderscheiden.’ Blijkbaar schaart niemand textielvezels onder fijnstof. Toch schrijft de Gezondheidsraad twee jaar geleden al aan de regering: ‘Fijnstof bevat microplastics die ingeademd kunnen worden.’

Synthetische vezels apart benoemen? Dat zou wel eens een begin van de oplossing kunnen zijn. Vervuiling die je benoemt, kun je aanpakken. ‘Weinig mensen weten dat ze met hun kleren en meubels veel microplastics in het milieu kwijtraken’, zegt Jeroen Dagevos van PSF. ‘Toen bekend werd dat er microplastics in scrubs en tandpasta zitten, kwamen veel mensen in actie. Die toevoeging wordt nu verboden. Synthetische textielvezels zijn veel lastiger te bestrijden dan die microbeads, maar als we niets doen, stikken we er letterlijk in.’ Een ander voorbeeld is het weren van dieselvoertuigen uit binnensteden. Hiervoor moest eerst duidelijk zijn welke schadelijke stoffen die uitstoten.

Als het vaag blijft dat textiel een van de grootste plasticvervuilers is, laten oplossingen nog lang op zich wachten. Niet de minste reden om ze te benoemen: textielvezels kunnen nog onbekende gezondheidseffecten hebben, doordat er chemicaliën uit microplastics en -vezels kunnen lekken, en toxische stoffen op meeliften, die de hormoonhuishouding kunnen ontregelen, of kankerverwekkend zijn. Er is overigens nog geen directe relatie tussen microplastics en kanker vastgesteld. Dit lijkt op de narigheid die sommige patiënten met een kunstgewricht meemaken. Wanneer ze kampen met ontstekingen en chronische pijnen, kán dit komen doordat materiaaldeeltjes loslaten, maar dit aantonen is moeilijk. Of denk aan de siliconen borstimplantaten die bleken te lekken, waarna verschillende vrouwen doodziek werden. Of zoiets ons met microvezels te wachten staat, zal de tijd leren. ‘Het speelt zich allemaal onzichtbaar af’, zegt Michiel Roscam Abbing. ‘Maar onbetwist is dat de concentraties in het milieu snel toenemen, omdat plastic niet vergaat en omdat er steeds meer synthetische kleren en tapijten geproduceerd worden.’

Goudmijn

Wereldwijd kwam er in 2016 90 miljoen ton textiel op de markt, waarvan 65 procent synthetisch. In tien jaar tijd is de hoeveelheid verdubbeld. Kunststoffen hebben dan ook veel voordelen. Ze zijn sterk, verkleuren niet, en zijn meestal comfortabel om te dragen. Bovenal zijn ze vaak goedkoop te fabriceren, zodat consumenten er kasten vol van kunnen aanschaffen. Voor producenten zijn ze dan ook een goudmijn. Dat hun producten onzichtbare plasticvervuiling veroorzaken, negeren ze.

In het aquatische leven is de schade al zichtbaar. Textielvezels kunnen zo klein zijn als nanoplastics, waarvan bekend is dat die door celwanden van organismen kunnen dringen, met nadelige gevolgen voor hun ademhaling en voedselopname. Weglekkende chemicaliën eisen daar al hun tol, zoals hormonale afwijkingen en een verstoorde voortplanting. Zeebioloog Jan Andries van Franeker van Wageningen Marine Research zegt het nog behoedzaam: ‘Allerlei experimenten wijzen op mogelijke schadelijke effecten, maar in zee spelen allerlei vervuilingseffecten door elkaar. Wat waardoor veroorzaakt wordt, blijft vaak gissen.’

Roscam Abbing is veel stelliger: bij vissen zijn al gedragsveranderingen door hersenschade aangetoond. ‘Hierdoor kunnen ze een makkelijke prooi worden. Sommige soorten kunnen verzwakken, of uitsterven.’ Toch stelt ook hij dat dit nog allemaal indicatief is: ‘Je moet zoveel meten om harde uitspraken te kunnen doen, dat is niet te doen, en onbetaalbaar. Maar alle alarmbellen gaan nu wel af.’

Wasmachines

Toen ontdekt werd dat textielvezels in zee terechtkomen, dacht iedereen dat goede wasmachinefilters het probleem zouden verhelpen. Volgens Ad Verheijen, productmanager van Miele Nederland, is dit een veel te makkelijke voorstelling van zaken: ‘Synthetische vezels zijn zo klein, die kun je niet mechanisch uit water filteren’, zegt hij. ‘Mocht dit op een gegeven moment toch kunnen, duurt het nog 25 jaar voordat alle huidige wasmachines vervangen zijn.’ Trouwens, hoe garandeer je dat consumenten de filters veilig reinigen? Verheijen: ‘Je moet meer denken aan chemisch-technische filteroplossingen, maar die zullen de apparaten onbetaalbaar maken.’

Intussen komen er wat gadgets op de markt die de consument helpen om minder vezels met het waswater kwijt te raken. Zo is er de Cora Ball — our solution to microfiber pollution — een bal met kleine uitstulpinkjes, die een deel van de vezels verzamelt tijdens het meedraaien in de wastrommel. In Duitsland is een waszak ontwikkeld, waar je kleren tijdens de was in doet, zodat er minder plastics in het spoelwater komen. De vraag is natuurlijk wel hoe je deze tools kunt reinigen, zonder alsnog met vezels te strooien.

Een onverwacht probleem is dat afvalwaterzuiveringen niet alle textielvezels kunnen tegenhouden. ‘Plastics verschillen van grootte en vorm, een deel glipt er gewoon door’, weet Ruud Steen van Waterlaboratorium Haarlem, dat kwaliteitscontroles voor drinkwaterbedrijven doet. ‘Ze belasten het oppervlaktewater. Wat dit voor het uiteindelijke drinkwater betekent, wordt nog volop onderzocht.’

‘Het is niet eens bekend om hoeveel deeltjes het gaat’, zegt Bert Palsma van het kenniscentrum van regionale waterbeheerders Stowa. ‘Want we kunnen ze vooralsnog niet goed detecteren. Maar mochten er oplossingen binnen ons vakgebied komen, is het nog maar de vraag hoe duur die zijn. Dat worden dan ingewikkelde politieke keuzes.’ Sommigen schatten dat tien procent van de vezels in het oppervlaktewater terechtkomt, maar het blijft gissen. Goede meetmethodes ontbreken.

‘De textielindustrie kan een belangrijke rol spelen in het onderzoeken en ontwikkelen van synthetische textiel dat minder vezels afstoot’, rapporteert het VN-milieuprogramma UNEP in 2016 in Emerging Issues of Environmental Concern. ‘Ze kan het gebruik van synthetisch materiaal in de producten minimaliseren.’ Daar blijft het vooralsnog bij. VU-onderzoeker Heather Leslie: ‘Het wordt voor de klant juist steeds moeilijker om niet-synthetische producten te kopen. Modemerken focussen liever op recycling. Dan hoeven ze niet over andere oplossingen na te denken.’

Dit is deel 1 van een tweeluik over de ontelbare plastic textielvezeltjes die over de aarde en in het oppervlaktewater zwermen. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat ze schade berokkenen aan mens en milieu. Nemen textielproducenten deze problemen serieus? Lees hierover meer in deel 2.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -