Met bulderend geweld raast een F-16 van de Koninklijke Luchtmacht over de startbaan van vliegbasis Leeuwarden. Uit de geopende naverbranders komt een meterslange vuurstraal. Het duurt maar even of het gevechtsvliegtuig verdwijnt als een stipje aan de horizon. Op weg naar de Noordzee, waar operatie EART in volle gang is.

STEUN RO

Het coronavirus houdt de hele wereld in zijn greep. Defensie gelaste daarom tal van oefeningen af, waaronder operatie Frisian Flag, dat van 23 maart to 3 april had moeten plaatsvinden. De ‘European Air Refueling Training’ (EART), die vaak gelijktijdig vanaf vliegbasis Eindhoven plaatsvindt, werd al eerder afgeblazen -vermoedelijk vanwege de verkoop van het KDC-10-tankvliegtuig eind vorig jaar en de komst van het nieuwe A330MRTT-tankvliegtuig in juni. Deze reportage is een verslag van een eerdere EART-training.

Met bulderend geweld raast een F-16 van de Koninklijke Luchtmacht over de startbaan van vliegbasis Leeuwarden. Uit de geopende naverbranders komt een meterslange vuurstraal. Het duurt maar even of het gevechtsvliegtuig verdwijnt als een stipje aan de horizon. Op weg naar de Noordzee, waar operatie EART in volle gang is.

Terwijl de F-16’s van het 322 squadron achter elkaar in noordelijke richting vertrekken, vindt er op vliegbasis Eindhoven een briefing plaats. Nederlandse, Duitse, Franse, Italiaanse en zelfs Amerikaanse crews komen bij elkaar om de planning voor vandaag door te spreken. Op het programma staat een riskante, maar enorm belangrijke actie: air to air refueling, ofwel ‘tanken in de lucht’. Tijdens de training moeten gevechtsvliegtuigen in de lucht achter een tankvliegtuig ‘aanhaken’, waarna ze al vliegend worden bijgetankt.
De oefening wordt jaarlijks georganiseerd door het European Air Transport Command (EATC) op vliegbasis Eindhoven. Door te oefenen met verschillende bondgenoten verbeteren piloten en boom operators, die verantwoordelijk zijn voor de tankactiviteiten, hun vaardigheden. Niemand weet immers of je in vijandelijk gebied kunt aanhaken bij een tanker van je eigen luchtmacht of bent aangewezen op een vliegend tankstation van een partner.

Tankers van de Franse en Italiaanse luchtmacht op vliegbasis Eindhoven tijdens de EART-training
Tankers van de Franse en Italiaanse luchtmacht op vliegbasis Eindhoven tijdens de EART-training

 

Vliegend tankstation
„Air to air refueling is een heel belangrijke vaardigheid, die veel van alle betrokkenen eist”, legt majoor Martin („geen achternaam”) in Eindhoven uit. De piloot van de Koninklijke Luchtmacht weet als geen ander wat er bij komt kijken om vliegtuigen in de lucht van nieuwe brandstof te voorzien. „Tijdens het tanken vliegen wij met onze tanker op zo’n 26.000 voet – circa 8 km – met een snelheid van ongeveer 900 kilometer per uur. Tijdens het tanken zijn we maar enkele meters van de receivers verwijderd. Er zijn dus best risico’s aan de actie verbonden.”
Toch moeten gevechtsvliegers de vaardigheid onder de knie hebben, weet de majoor. „Tijdens uitzendingen en in gevechtssituaties worden de kisten vaak lang ingezet en dat kost natuurlijk veel brandstof. Soms is er geen tijd om terug te vliegen naar de basis en daar te tanken. Door in de lucht te tanken, winnen we tijd en kunnen onze piloten direct terug naar de plek waar ze nodig zijn.” De voorbeelden die hij noemt, laten weinig aan de verbeelding over: de Nederlandse F-16’s werden de afgelopen jaren ingezet in Irak, Afghanistan en Syrië en moesten daar regelmatig even langs het vliegende tankstation.

Grote verschillen
Het tanken in de lucht is op zichzelf al een ingewikkelde bezigheid, maar het wordt nog ingewikkelder door alle landen die aan een internationale missie meedoen. „Als een vlieger tijdens een missie in het buitenland moet tanken, moet hij niet per se naar een Nederlandse tanker hoeven”, vertelt majoor Martin. „Vaak zijn er ook andere landen die een tankvliegtuig sturen. Daarom organiseren we deze training, zodat alle deelnemers ook kunnen oefenen met andere tankers.” Dat is geen overbodige luxe, want het verschil tussen de tankvliegtuigen is best groot. Bij de Nederlandse KDC-10 -de ‘Prins Bernhard’ werd eind vorig jaar verkocht- haken de gevechtsvliegtuigen aan de achterkant aan, waarna een meterslange boom de kerosine in de tank spuit. De Duitse en Franse tankvliegtuigen werken echter met een hose en drogue – een slang die uit de vleugels komt en daardoor net iets andere vaardigheden vereist. Deze methode heeft als voordeel dat aan beide vleugels tegelijkertijd kan worden getankt, waardoor de gevechtsvliegtuigen sneller weer inzetbaar zijn.

Tankers van de Franse en Italiaanse luchtmacht op vliegbasis Eindhoven tijdens de EART-training
Tankers van de Franse en Italiaanse luchtmacht op vliegbasis Eindhoven tijdens de EART-training

Op de vleugel
De KDC-10 van de Luchtmacht moet zoveel mogelijk vliegtuigen in de lucht kunnen tanken. Daarom kan hij aan boord een slordige 70.000 liter kerosine meenemen, terwijl een F-16 ruimte heeft voor ruim 2.800 liter, vertelt majoor Martin. Die hoeveelheid is genoeg om een uur te kunnen vliegen in gevechtssituaties. Met een volle tank kan de luchtmacht dus 25 straaljagers in de lucht houden.
Toch worden tankers ook voor andere taken ingezet, vertelt de piloot met passie: „Het gebeurt soms dat een vliegtuig in de lucht problemen krijgt. Dan kunnen wij de vlieger helpen om veilig te landen. We hebben weleens meegemaakt dat in de lucht alle systemen van een F-16 uitvielen. We hebben het vliegtuig toen op de vleugel genomen en naar een vliegbasis gebracht!”

Naar Denemarken
Na de briefing is het tijd voor het ‘echte werk’. Het grondpersoneel van vliegbasis Eindhoven heeft de tank gevuld en grommend zet de tanker zich in beweging. Na een laatste check gaan de remmen los. Ondanks het enorme gewicht van de volle tank benzine komt de kist met een verbazingwekkend gemak los van de grond. Eindhoven verdwijnt al snel onder de wolken en de crew zet koers naar de Noordzee. Daar zullen de vliegtuigen uit Leeuwarden worden getankt.
„We trainen boven de Esso- en Shell-tracks in de Noordzee”, had majoor Martin al verteld. Vandaag wordt gekozen voor de Esso-track, ten westen van Denemarken. Het stukje grondgebied is tijdelijk aangeduid als trainingszone. Als de zone is bereikt, klimt de KDC-10 tot de afgesproken hoogte. Diep onder het vliegtuig spiegelt de blauwe Noordzee met hier en daar een piepklein vrachtschip. Het wachten op de receivers is begonnen.

F-16's van de Koninklijke Luchtmacht boven de Noordzee tijdens EART
F-16’s van de Koninklijke Luchtmacht boven de Noordzee tijdens EART

Tanken
Het duurt maar even of de opwinding in het tankvliegtuig stijgt. De eerste gevechtsvliegtuigen zijn gesignaleerd! Inderdaad verschijnen links van het vliegtuig in vliegende vaart vier F-16’s. Terwijl drie van hen naast de KDC-10 blijven hangen, draait de meest rechtse kist met een soepele beweging achter het vliegtuig. Nu volgen er spannende momenten. Achter in het vliegtuig, in een afgesloten ruimte, zit de boom operator, de man die verantwoordelijk is voor het tanken. Terwijl de F-16 steeds dichter achter het vliegtuig komt vliegen, stuurt de boom operator met uiterste precisie de boom naar de tankopening achter de cockpit. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want een beetje turbulentie kan zijn hele werk in de war gooien. Onder het vliegtuig geven een paar grote lampen de piloot van de F-16 aanwijzingen – groen betekent ‘goed’, geel betekent ‘bijsturen’ en bij rood is de gevechtspiloot helemaal uit positie. De boom operator gebruikt ondertussen zijn 3D-schermen en zijn joysticks om de boom in de juiste positie te krijgen.

„Soms gaat het mis”, weet majoor Martin. „Als dat gebeurt, breken we de operatie af en beginnen we opnieuw.” Zelf moet hij voorin, in de cockpit van de KDC-10 ook alle zeilen bijzetten. „Als er een vliegtuig achter je komt hangen, stuwt dat de lucht onder het vliegtuig op, waardoor je achterkant vanzelf omhoog gaat. Je moet als piloot daarom corrigeren en tegelijkertijd je snelheid aanpassen aan de receiver.” De piloot is altijd op het ergste voorbereid. „Als het echt misgaat, vliegen we met volle snelheid vooruit om zo snel mogelijk weg te komen. Daarom moet iedereen tijdens het tanken ook de gordels om hebben, want je weet nooit wat er gebeurt.” Lachend: „Het is weleens gebeurd dat in de lucht de boom afbrak; die F-16 is met een deel van de mast op zijn rug geland.”

Nu gaat het echter goed. Zodra de boom in de tankopening – toch maar een klepje van zo’n 10 cm – is belandt, spuit de kerosine naar binnen. In nog geen vier minuten wordt de hele tank gevuld; volgende klant. De receiver zwenkt opnieuw naar rechts en gaat nu aan de rechterkant van de tanker vliegen, waarna de tweede F-16-piloot zijn kist onder de boom draait. Binnen een kwartier is het hele escadrille getankt en kan de trainingsmissie worden hervat.

Missie geslaagd
Nu de KDC-10 toch met enkele buitenlandse collega’s boven de Noordzee hangt, kan er nog een mooie vaardigheid worden getraind: tanken in formatie. „Soms is er te weinig ruimte in de lucht of dwingt een situatie ons om snel veel vliegtuigen te kunnen tanken. We kunnen dan met meerdere tankvliegtuigen boven elkaar gaan vliegen, zodat we snel veel jets kunnen tanken”, legt majoor Martin uit. Even later meldt zich in de verte de Luftwaffe, maar die verdwijnt even snel weer in de verte. Na enkele minuten blijkt waarom: het weer is op deze hoogte te instabiel om de training veilig te kunnen uitvoeren. De training wordt afgebroken en met gehalveerde tankinhoud vliegt het vliegende tankstation terug. Niet lang na de landing op vliegbasis Eindhoven keren ook de Nederlandse fighters terug naar hun thuisbasis Leeuwarden. Er volgt nog een korte de-briefing, maar de piloten mogen tevreden zijn: deze vreedzame missie boven vriendschappelijk gebied is geslaagd!

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Pieter Beens is freelancejournalist en -fotograaf voor binnenlandse en buitenlandse media. Hij is gefascineerd door cultuur, technologie en luchtvaart. Een ogenschijnlijk onlogische combinatie, maar met een gemene deler: de consument. Die kiest, koopt, inspireert en staat aan het begin en einde van de waardeketen -en is bepalend in tijden van crisis en daarbuiten.