Te land, ter zee en in de lucht

Het is deze week de laatste keer dat het liveblog bij DNP verschijnt, volgende week verhuizen we naar Sargasso. Het thema deze week: te land, ter zee en in de lucht.

Zoals u waarschijnlijk weet gaat DNP fuseren met The Post Online. Helaas zal het liveblog van DNP niet mee verhuizen. Maar, niet getreurd, we hebben een nieuw thuis voor het permablog gevonden. Vanaf volgende week zal dit blog namelijk verschijnen bij ’s lands oudste weblog: Sargasso. De komende dagen verschijnen de artikelen uit ons blog daarom simultaan hier en bij Sargasso. Kunt u vast een beetje wennen.

Het thema van deze week is ‘Te land, ter zee en in de lucht?’ Terwijl ook op het ministerie van Defensie de bezuinigingen in de miljarden lopen, lijkt onze regering namelijk te gaan besluiten vóór de aankoop van de Joint Strike Fighter.

Wat betekent dit voor de rest van onze strijdmacht? Hebben we straks splinternieuwe gevechtsvliegtuigen, maar niemand die ze kan besturen? Waarom heb je überhaupt gevechtsvliegtuigen nodig als je enkel deelneemt aan vredesmissies? Is de aankoop van de JSF niet wat wrang voor de duizenden gedwongen ontslagen die al vielen? Moeten we nu nog meer materieel gaan verkopen? Het nieuwe marineschip de Karel Doorman – nog niet eens afgebouw – staat immers nu al te koop. Deze week dus bij DNP en Sargasso: blijft het Nederlandse leger actief te land, ter zee en in de lucht? 

OBSESSIE MET DE JSF ZAL ONS DUUR KOMEN TE STAAN

Tekst: Jaap Walhout / 13 sep – 13:15 Dit stuk verscheen ook op Sargasso

Ondanks de jarenlange kritiek op de aanschaf van de Joint Strike Fighter (JSF / F-35), lijkt de aanschaf er nu toch te komen door een draai van de PvdA-fractie. De kritiek richtte zich meestal op de alsmaar stijgende kosten en de vertragingen in de ontwikkeling van de JSF. Slechts weinigen hebben zich afgevraagd waardoor het komt dat de kosten blijven stijgen en de datum van operationeel functioneren steeds naar achter wordt geschoven. Zodra je je daar in gaat verdiepen kom je al snel tot de conclusie dat de JSF een vliegende Fyra is.

In de jaren ’90 realiseerde het Amerikaanse ministerie van Defensie zich dat de verschillende vliegtuigen die door de verschillende krijgsmachtonderdelen werden gebruikt op termijn moesten worden vervangen. Het nieuwe vliegtuig moest voor alle doeleinden kunnen worden ingezet en moest betaalbaar zijn. Daarom werden er partner landen gezocht. Het beste vliegtuig voor de beste prijs. Voor beide aspecten bestaat gerede twijfel.

Ontwerpkeuzes & uitgangspunten

Omdat het nieuw te ontwerpen vliegtuig voor alle doeleinden inzetbaar moet zijn, moest bij het ontwerp met de specificaties/eisen van zowel de luchtmacht, de marine, als de mariniers rekening worden gehouden. Met name de harde eis van de mariniers dat het vliegtuig verticaal moet kunnen opstijgen en landen had een grote invloed op het ontwerp. In vaktermen: Short Take Off and Vertical Landing (STOVL). Daarnaast rust het JSF-programma op vier pijlers:

  • Betaalbaar: Alle drie de varianten worden geproduceerd binnen de beoogde kostenbandbreedte. Operationele en onderhoudskosten worden sterk gereduceerd.
  • Dodelijk effectief: Zowel in lucht-grond aanvallen als in luchtgevechten is de F-35 effectief in alle weersomstandigheden.
  • Overleefbaarheid: Onzichtbaarheid, hoge prestaties en supersonische snelheden worden gecombineerd in de F-35.
  • Betrouwbaarheid en onderhoudbaarheid: De F-35 zet nieuwe standaarden met betrekking tot beide. Hierdoor zijn de onderhoudskosten lager en is de F-35 makkelijker te upgraden dan zijn voorgangers.

Verder gaat men ervan uit dat technische superioriteit compenseert voor kwantitatieve superioriteit van de vijand. Maar in hoeverre houden deze keuzes en aannames stand in het echt?

Schaap met vijf poten?

Met het combineren van de wensen van de marine, de luchtmacht en de mariniers lijkt het erop dat men een schaap met vijf poten wil. Dat er technisch veel mogelijk is, wil nog niet zeggen dat het uiteindelijke product optimaal wordt. De JSF is bedoeld om verschillende vliegtuigen, zoals de F-16 en de A-10, te vervangen. Kijk je echter naar de operationele eisen die aan zowel de F-16 als de A-10 worden gesteld, dan zie je dat deze behoorlijk van elkaar verschillen. De F-16 is bedoeld om hoog in lucht z’n werk te doen, terwijl de A-10 juist laag bij grond wordt ingezet. Verschillende toepassingen die verschillende eisen stellen aan een gevechtsvliegtuig. Het combineren van die eisen is net zoiets als proberen een voertuig te maken dat zowel functie van sportauto als de functie van vrachtwagen kan vervullen. Een vliegtuig kan wendbaar zijn als een F-16, taai als een A-10, onzichtbaar als een F-117 of STOVL als een Harrier. Een nieuw vliegtuig zou misschien twee of drie van deze kenmerken kunnen combineren, maar niet alle. Daarvoor zijn de eisen te tegenstrijdig. Over de vervanging van de A-10 door de F-35 is trouwens het laatste woord nog niet gezegd.

Wat die multifunctionaliteit betreft kun we leren van een studie die is gedaan aan het eind van de jaren ’60. De uitkomst: een multi-functioneel vliegtuig zou ongeveer 32 ton wegen. Vliegtuigen ontwikkeld voor specifieke doeleinde zouden daarentegen op ongeveer 18 ton aan gewicht uitkomen. Je hoeft geen Einstein te zijn om in te zien dat een gewichtstoename ten koste gaat aan zaken als actieradius, wapenarsenaal en wendbaarheid. Zo ook bij de F-35. In 2004 moest Lockheed Martin toegeven (PDF, p. 2) dat met name de F-35B veel te zwaar was. Het vliegtuig moest bijna 1400 kilo lichter worden gemaakt om aan de prestatiecriteria te voldoen. Met alle gevolgen van dien. Uit een analyse van het Pentagon blijkt dat daardoor de kwetsbaarheid met 25% is toegenomen. Verder bleek aan het begin van dit jaar dat verschillende prestatiecriteria zijn verlaagd.

Simulatie

In 2008 voerden twee analisten van de RAND-corporation een simulatie uit van een luchtoorlog bij Taiwan met China. Hoewel de F-35 een beperkte rol had in hun simulaties, waren de conclusies niet mals: inferieure acceleratie, inferieur klimvermogen, inferieure wendbaarheid en een lagere topsnelheid ten opzichte van moderne vijandelijke toestellen (zie slide 80). Lockheed-Martin was niet blij met deze analyse, ontkende in alle toonaarden en beschuldigde z’n tegenstanders van onprofessionaliteit. Minder dan een week later trok ook RAND z’n keutel in. Getuige hun achtergrond mag je echter wel het een en ander verwachten van de auteurs John Stillion en Harold Scott Perdue. Ze hebben beiden ruime ervaring als straaljagerpiloot en zijn dus niet zomaar de eerste de beste beleidsanalisten.

Onzichtbaar?

Een belangrijk verkoopargument van de JSF is de onzichtbaarheid voor vijandelijke radarsystemen. Maar is F-35 wel zo onzichtbaar? Dat valt te bezien. Zoals Stillion en Perdue in hun presentatie laten zien (slides 16-18 & 62), is de (on)zichtbaarheid afhankelijk van de golflengte van de gebruikte radar. Zowel Rusland als China lijken al radarsystemen in gebruik te hebben die wel in staan zijn om ‘stealth’-vliegtuigen te kunnen waarnemen. Bovendien lijken beide landen bezig met het ontwikkelen van zogenaamde multi-spectrum radarsystemen. Het is hoe dan ook logisch dat tegenstanders van de VS proberen eenzelfde stealth voordeel te krijgen en counter-stealth (pdf) maatregelen ontwikkelen (of stelen). Zowel Rusland als China hebben inmiddels al op z’n minst prototypes van vliegtuigen met stealth-capaciteiten.

STOVL-concept heeft zich nooit echt bewezen

Hoe graag het US Marine Corps het ook zou zien, het STOVL-concept heeft zich in het echt nog niet echt goed bewezen. Van het meest bekende vliegtuig volgens dit concept, de Britse Harrier, is een derde inmiddels gecrashed. Het vliegtuig heeft niet voor niets de bijnaam “The Widow-maker”. De noodzaak voor het vasthouden aan het STOVL-concept wordt ook in twijfel getrokken door Perry Solomon (login nodig), squadron-commandant bij de US Navy. Om de STOVL-functie te kunnen herbergen is een bredere romp nodig en aangezien men de kosten in de hand wilde houden, krijgen alle drie de varianten dezelfde romp. Hierdoor heeft de versie voor de luchtmacht en marine een onnodig brede romp wat een negatief effect heeft op de luchtweerstand en bijgevolg op het acceleratievermogen, de brandstofconsumptie, etcetera.

Geplaagd door bureaucratie

Waar de F-117 werd ontwikkeld in een tijdsbestek van dertig maanden door een team van ongeveer vijftig ingenieurs onder toezicht van zeven ambtenaren, wordt de F-35 ontwikkeld door ongeveer 6000 ingenieurs onder toezicht van ongeveer 2000 ambtenaren. Je hoeft geen genie te zijn om te zien dat iedereen z’n invloed wil doen gelden. Waartoe dat kan leiden wordt mooi geïllustreerd door een parodie op de ontwikkeling van de Bradley in de film Pentagon Wars.

Riskante militaire strategie

De Amerikaanse doctrine gaat uit van het feit dat ze door technologische superioriteit uit kunnen gaan van de ‘first look, first shoot & first kill’-strategie. De aanname dat technische superioriteit compenseert voor kwantitatieve superioriteit van de tegenstander is echter slechts beperkt geldig zoals Stillion en Perdue ook laten zien (slides 29 – 35). Echter, zowel de stealth-capaciteiten als de prestaties kunnen ons nog niet direct overtuigingen van de technische superioriteit. Bovendien zullen door de stijgende kosten minder vliegtuigen verkocht worden, wat het eventuele tactische en strategische voordeel verder verslechtert. Hieronder legt Pierre Sprey (o.a. één van de ontwerpers van de F-16 en de A-10) helder uit waarom de JSF (F-35) zo’n slecht vliegtuig is.

Conclusie

Al met al is het F-35 project niet alleen vanuit kostenperspectief, maar ook vanuit het technisch en militair perspectief een erg riskant project. Op alle vier de pijlers van het JSF-programma is flink wat af te dingen. De F-35 is niet echt betaalbaar, de dodelijke effectiviteit en de overleefbaarheid zijn erg twijfelachtig en kun je over de betrouwbaarheid en de onderhoudbaarheid ook nog niet juichend naar huis schrijven. Wat dat betreft lijk men niet te leren van eerdere pogingen in het verleden zoals de A-12, de F-111 en in mindere mate de F-22. Doordat de JSF aan verschillende eisenpakketten moet voldoen, wordt het geplaagd door compromissen. Met als gevolg een onzeker voordeel qua zichtbaarheid en prestaties. Roemer heeft dus toch gelijk: de JSF is een vliegende Fyra.

Bovendien is het nog maar de vraag of Nederland een JSF nodig heeft in een tijd waarin kruisraketten en onbemande vliegtuigen steeds meer rollen van traditioneel bemande gevechtsvliegtuigen overnemen. Ook het gerenommeerde instituut Clingendael ziet geen rol voor de F-35 in de Nederlandse krijgsmacht. Alternatieven zijn er ook: nog een poosje doorgaan met de F-16 of de Saab Gripen bijvoorbeeld.

Zuid-Korea is in ieder geval verstandig en gaat voor een alternatief.

TWINTIG JAAR JOINT STRIKE FIGHTER

Tekst: Lisette de Ruijter van Steveninck / 11 sep – 16:00

Het is 1994 als de Verenigde Staten grote vliegtuigbouwers vraagt om een design te maken voor een nieuw gevechtsvliegtuig, het JAST-project. Dit wordt later de Joint Strike Fighter (JSF). Inmiddels kunnen we de JSF het zorgenkindje van Den Haag noemen en is de straaljager voor Amerika ook een gevoelig onderwerp geworden. Hoe is deze Amerikaanse straaljager, in bijna twintig jaar tijd, door de Nederlandse politiek meegezogen in een enorme draaikolk?

Ontwerp JSF

De Amerikaanse bedrijven Boeing, Lockheed Martin en MCDonnell Douglas gaan in 1994 aan de slag met het ontwerpen van de JSF. Uiteindelijk zijn het Boeing en Lockheed Martin die in 1996 tot finalisten worden gekozen. Na vijf jaar van bouwen en testvluchten is het Lockheed die er in 2001 met de prijs vandoor gaat. Met hun ontwerp van de F-35 Lightning II worden ze door het Pentagon uitgekozen als producent van de JSF.

Nederland en de JSF

In de Haagse wandelgangen zijn de eerste geluiden over de straaljager in 1996 te horen. Door het ministerie van Defensie wordt er dan gezocht naar vervanging voor de huidige F-16’s. Op dat moment tekent staatssecretaris van Defensie Gmelich Meijling (VVD) een intentieverklaring voor deelname aan de conceptontwerpfase van het JSF-programma.

Dit zou betekenen dat Nederland samen met Denemarken en Noorwegen de helft gaat betalen van de kosten van de ontwerpfase. De andere helft is voor rekening van de VS. Een jaar na de intentieverklaring besluit het kabinet inderdaad deel te nemen en daarmee legt Nederland zich vast tot in ieder geval 2001.

Toch duurt het nog tot 1999 voordat het Kabinet de Tweede Kamer op de hoogte brengt van de vervanging van de F-16’s. Waarop de Kamer de vervanging van F-16’s aanwijst als groot project, een middel waarmee de Tweede Kamer kan aangeven dat een project zo belangrijk is dat ze een uitgebreide informatievoorziening vanuit het ministerie wil.

In 2002 komt de JSF na onderzoek als beste toestel voor de beste prijs uit de bus en het tweede kabinet van Wim Kok besluit deel te gaan nemen aan de ontwikkelingsfase van de straaljager. Australië, Groot Brittannië, Italië, Turkije, Canada, Denemarken en Noorwegen sluiten zich ook aan.

Politiek gedraai

Vanaf dat moment begint het politieke gedraai van met name de PvdA. In eerste instantie wil de partij bijdragen aan de ontwikkeling van de JSF, maar tegelijk willen ze nog geen garanties geven over de eventuele aankoop van de straaljagers. Binnen de partij blijven de meningen verdeeld. Hoewel PvdA voorman Wim Kok dan al zegt dat hoe langer je er bij betrokken blijft, hoe groter de kans is dat de JSF zal worden aangeschaft.

Ondertussen in de Verenigde Staten

Niet alleen in Nederland gaan politici rollend over straat als het gaat om het wel of niet aanschaffen van de JSF, ook in de VS zorgt de bouw van de straaljager voor problemen. Door technische fouten en aanpassingen aan het model ontstaat er vertraging bij fabrikant Lockheed, waardoor de kosten voor alle betrokken partijen enorm stijgen.

De twijfel slaat toe bij verschillende partnerlanden en dan komt er ook nog eens een financiële crisis om de hoek kijken. In eerste instantie wil de VS de komende jaren bijna 2500 straaljagers aanschaffen, maar besluiten later toch om de bestelling van 139 exemplaren alvast te vertragen.

2013

In Nederland lobbiet het bureau Hill en Knowlton, met als bekendste gezicht voormalig staatssecretaris van Defensie Jack de Vries, flink voor de aanschaf van de JSF. Ze houden vol dat dit het beste toestel is voor de beste prijs en dat het Nederlandse bedrijfsleven de orders die gemoeid gaan met de bouw van de straaljager niet kunnen missen.

Dat uit allerlei onderzoeken blijkt dat de JSF bijna onbetaalbaar is geworden en er door de Zweedse vliegtuigbouwer Saab een voordeliger alternatief wordt aangeboden, laat de voorstanders van de JSF koud. De straaljagers moeten er komen. Of dat er nou 85 zijn, zoals Defensie eerst wilde, of de 30 waar nu over gesproken wordt, maakt niet meer zoveel uit.

Nederland heeft inmiddels twee testtoestellen. Althans in theorie, want ze staan nu nog aan de grond te wachten op een definitief besluit over de aanschaf van de JSF. Dit besluit lijkt na het nieuwst standpunt van de PvdA steeds dichterbij. Was de partij in juni van dit jaar nog tegen de aanschaf, nu ze deel uitmaken van de regering lijken ze coalitiegenoot en grote voorstander VVD tegemoet te gaan komen. Wie weet krijgt Wim Kok dus toch nog gelijk.

KAREL DOORMAN IN DE ETALAGE?

Teskt: Eva Schram / 10 sep – 15:15 

De Koninklijke Marine wacht al jaren op een nieuw logistiek bevoorradingsschip, de nieuwe Karel Doorman. Maar het gerucht gaat dat het schip, dat vanaf 2015 operationeel moet zijn, alweer in de verkoop staat. 

Er zijn nog geen officiële berichten over verschenen, maar er wordt volop gespeculeerd dat de JSS Karel Doorman in de etalage van Dienst Materieel Organisatie (DMO, dat ook de verkoop van strategisch defensiematerieel van de Nederlandse krijgsmacht verzorgt) staat. Trouw berichtte eerder deze maand dat de verkoop van de Karel Doorman deel is van de 330 miljoen euro die minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert moet doorvoeren. Wel zal er in plaats daarvan een kleiner bevoorradingsschip komen dat naast de huidige Hr. Ms. Amsterdam zal varen.

Daarmee zijn de plannen voor een Joint Support Ship, wat de Karel Doorman zou worden, van de baan. Dit nieuwe schip zou niet alleen de bevoorrading van marineschepen op zee verzorgen, maar ook groot materieel van de lucht- en landmacht kunnen vervoeren. Dat was nodig omdat de huidige capaciteit voor transport over zee bij de marine niet groot genoeg is en er behoefte bestond aan ondersteuning vanaf zee voor landoperaties. 

Voor bevoorrading van een marineschip dat bijvoorbeeld in de Golf van Aden bij Somalië ligt voor een anti-piraterij missie heeft de Koninklijke Marine op dit moment één bevoorradingsschip, de Hr. Ms. Amsterdam (166 meter), dat in 1995 in gebruik genomen werd. Tot 2012 had de marine ook beschikking over de Hr. Ms. Zuiderkruis, maar dat schip (dat al sinds de jaren ’70 voer) moest in verband met bezuinigingen toen al uit dienst gehaald worden.

Uit de Marinestudie 2005 (pdf) (waartoe opdracht werd gegeven door toenmalig minister van Defensie Henk Kamp) bleek dat er meer behoefte was aan ondersteuning vanaf zee voor landoperaties. De opvolger van de Hr. Ms. Zuiderkruis moest daarom méér zijn dan een bevoorradingsschip, maar ook de mogelijkheid hebben materieel te vervoeren voor lucht- en landmacht.

Dat werd de nieuwe Karel Doorman (een eerder fregatschip dat in 2007 aan België verkocht is, heette ook al Karel Doorman), een Joint Support Ship. De JSS Karel Doorman zou met een lengte van 204,72 meter het grootste marineschep van de Koninklijke Marine worden. Het schip zou oorspronkelijk medio 2012 al in de vaart komen, maar door bezuinigingen werd de bouw vertraagd.

De bouw van het schip werd ook steeds duurder, wat vorig jaar leidde tot Kamervragen. In totaal is het totale kostenplaatje van de bouw van de Karel Doorman nu geschat op ruim 400 miljoen euro. Exploitatiekosten zijn geraamd op 250 miljoen euro, voor een geschatte levensduur van 25 jaar.

De JSS Karel Doorman ligt inmiddels in Vlissingen (na het kiel leggen in Roemenië in 2011 en de sleep naar Vlissingen begin 2013) voor de afbouw. In juni 2014 wordt het in principe overgedragen aan DMO en medio 2015 zou het moeten gaan varen.

Of Hennis-Plasschaert echt afscheid wil nemen van de Karel Doorman wordt waarschijnlijk volgende week tijdens Prinsjesdag bekend. Dan verschijnt de jaarlijkse Materieelprojectenoverzicht (2012, pdf).

VOORDEELTJE BIJ DE CRISIS: MILITAIRE UITGAVEN DALEN

Tekst: Dimitri Tokmetzis / 09 sep – 16:15

In grote delen van de wereld zijn de militaire uitgaven de laatste jaren gedaald. Maar wacht nog even met juichen. Op het eerste gezicht lijkt in 2011 een nieuw hoogtepunt in de militaire bonanza die de wereld al tien jaar onveiliger maakt. Wederom zijn de wereldwijde uitgaven aan wapens en legers gestegen (1.699.751.000.000 dollar). Maar als we rekening houden met valutaschommelingen zijn voor het eerst sinds eind jaren negentig de militaire uitgaven gedaald.

Veel is het niet (nou ja, voor dat geld heb je in Nederland geen vergrijzingsprobleem meer). In 2010 besteedden alle landen 1.611.849 miljoen dollar aan militaire zaken. In 2011 (dus gecorrigeerd) besteedden alle landen 1.598.504 miljoen dollar.

Het zijn vooral de Westerse landen die beknibbelen op hun krijgsmacht. Zelfs de Verenigde Staten besteedden in 2011 minder aan hun krijgsmacht dan het jaar ervoor en dat mag gerust een trendbreuk worden genoemd. Ongetwijfeld dat de de-escalatie in Afghanistan en Irak er mee van doen hebben. Het kan ook zijn dat het een kwestie is van schuiven met potjes: zowel Irak als Afghanistan laten een flinke stijging van de militaire uitgaven zien.

Er zijn echter ook veel landen die juist meer uitgeven. Grote spendeerders zijn China, Rusland en vrijwel alle Afrikaanse landen.

Allereerst de uitgaven in Amerikaanse dollars (constant, 2010).

En de uitgaven als percentage van het bruto binnenlands product.

Nederland

Op het eerste gezicht lijkt ook Nederland de gevolgen van de krappere beurzen te voelen. De wapenexport is afgelopen jaren flink teruggelopen, zo blijkt uit cijfers van het ministerie van Defensie.

Werd er in het topjaar 2009 nog voor 1,4 miljard euro aan de wapenexport verdiend in Nederland, nu is dat nog maar 715 miljoen euro. Een behoorlijke daling van 49 procent over een periode van 2 jaar. Tussentijds was in 2010 de opbrengst al gedaald naar 1,05 miljard euro. Sinds 2003 schommelde het bedrag dat gemoeid was met de Nederlandse wapenexport, rond de 1,15 miljard euro, met twee incidentele uitschieters naar beneden (2004 en 2007).

Volgens het ministerie van Defensie, dat een vergunning moet verlenen voor elke exportdeal, is de daling geen ramp en zijn er kanttekeningen bij te plaatsen. ‘De totale waarde van de afgegeven vergunningen is een aanzienlijk lager bedrag dan in 2010 en bijna een halvering ten opzichte van 2009. Toch is dit soort schommelingen wel eerder voorgekomen.’

Als belangrijk en kostbaar voorbeeld noemt het ministerie een deal met Marokko. ‘De laatste van de drie korvetten (een klein type fregat, red.) voor Marokko zal pas in de loop van 2012 worden opgeleverd.’ De vergunning ter waarde van 550 miljoen euro werd echter in 2009 al afgegeven en dus kwam het hele bedrag al in dat jaar erbij. Vandaar dat 2009 een topjaar was. ‘De productie van de defensiegerelateerde industrie laat dus een minder grillig beeld zien,’ zo verklaart het ministerie de plotse duikeling in de cijfers.

De grootste afnemer van Nederlands wapentuig vormen de Verenigde Staten. Ook Groot-Brittannië, Duitsland, Indonesië en Frankrijk zijn grote inkopers als het gaat om het Nederlandse arsenaal.

De hoofdmoot van de wapengerelateerde goederen die door Nederland worden verkocht over de grens, zijn onderdelen voor bijvoorbeeld munitie en wapens. Militaire elektronica blijkt ook een dankbaar afzetproduct. Dat leverde de Nederlandse economie in 2011 bijna 100 miljoen euro op. In totaal werken er in Nederland ruim 14.000 mensen in de wapenindustrie.

Reden voor optimisme? Ik zou niet te hard juichen. Zeker als we bedenken dat de totale uitgaven aan militaire zaken nu ruim vijftig procent hoger ligt dan eind jaren negentig en de wereld er niet veiliger op lijkt te worden.

De data zijn afkomstig van het Stockholm International Peace Research Institute, SIPRI.

Dit artikel is eerder gepubliceerd op Sargasso.nl

Mijn gekozen waardering € -

Geef een antwoord