Volgens archeoloog Klaus Schmidt bouwde de mens in Göbeklitepe zijn eerste tempel, en kwamen daar zoveel mensen op af dat ongemerkt de sedentarisatie intrad. Collega archeologen vinden dat te kort door de bocht.

STEUN RO

Aan de voet van de Anatolische laagvlakte, net voor het oude Mesopotamië begint, ligt Göbeklitepe, Turks voor ‘buikberg’. Elke ochtend tuft er een busje Duitse archeologen heen, met in haar kielzog een kleine vijftig Koerdische arbeiders, om verder te zoeken naar het mysterie dat de heuvel in zijn buik verbergt.

Dat er iets enorms verstopt zat zag de Duitse archeoloog Klaus Schmidt direct, toen hij hier in 1994 voor het eerst voet zette. ‘Er lag een enorme hoeveelheid vuursteen. Allemaal resten van wat een monumentaal werk moest zijn geweest.’ Jarenlang voorzichtig opgraven onthulde iets dat zijn weerga niet kent. Verborgen steencirkels uit het laatste staartje steentijd, rond 9000 voor Christus. Ouder, tweemaal ouder bijvoorbeeld dan Stonehenge, en vele malen omvangrijker dan vergelijkbare vondsten.

Ze hebben gedanst, gegeten, gedronken, als in een groot feest met veel muziek en kleur, terwijl ze dit monument creëerden

Gobeklitepe 1024 (2)

Een actualiteit staat zelden op zichzelf, die komt voort uit context. Daarom reist Anthon Keuchenius (1964) graag rond, ongeveer tussen Heuvelrug en Jemen, om die context in tekst en beeld te brengen. Liefst ruim voor- of nadat die actualiteit zich voordoet. Of waar anderen hem laten liggen.