Hoe kwam de Haagse prostituee Blonde Dolly aan haar miljoenen? En waarom werd haar moordenaar nooit opgepakt, terwijl overduidelijk was wie haar moet hebben gewurgd? Dat ruikt naar een complot, en complotten zijn als koren op de molen van schrijver Tomas Ross. In Blonde Dolly buigt hij zich over een van de oudste en meest mysterieuze cold cases van Nederland.

STEUN RO

Voor een goede complottheorie hoef je niet naar Amerika of China – onze vaderlandse geschiedenis wemelt ook van de op z’n minst dubieuze kwesties, als je thrillerschrijver Tomas Ross mag geloven.

Deze maand – juni is traditiegetrouw de Maand van het Spannende Boek – is het beslist de moeite waard om weer eens een van Ross’ spannende boeken ter hand te nemen, zeker aangezien het dit jaar ook nog eens 75 jaar geleden is die Tweede Wereldoorlog eindigde in ons land. Zowel Het verdriet van Wilhelmina als Blonde Dolly hebben de Tweede Wereldoorlog als achtergrond. Het verdriet van Wilhelmina draaide om de aanval op Pearl Harbor en een geheimzinnige deal tussen koningin Wilhelmina en de Britse premier Winston Churchill, waarbij een schip met militairen werd opgeofferd voor een hoger doel.

In Blonde Dolly boog hij zich over een van de oudste en meest mysterieuze cold cases van Nederland, de internationaal geruchtmakende zaak rondom de dood van de Haagse prostituee Blonde Dolly. Hoe kwam zij aan haar miljoenen? En waarom werd haar moordenaar nooit opgepakt, terwijl overduidelijk was wie haar moet hebben gewurgd? Kortom: dat ruikt naar een complot, en complotten zijn als koren op de molen van Ross. Gesprek met de meester van de ‘faction’ – fictie gebaseerd op feiten – en de vaderlandse complotten.

Faction

Tot het allerlaatst heeft Tomas Ross (75) aan Blonde Dolly zitten schaven. ‘Ik heb fouten gemaakt, niet te geloven,’ verzucht hij, terwijl hij een sjekkie draait. ‘Het boek speelt zich af in Den Haag in 1959 en ik woonde daar destijds zelf, 15 was ik. Ik was dol op films en had Porgy and Bess gezien. Ik had het nog opgezocht: de film was in het voorjaar van 1959 in première gegaan. Dolly werd eind oktober vermoord. In het boek had ik die twee met elkaar verbonden. Maar die première betrof Amerika, in Nederland kwam de film pas in het voorjaar van 1960 uit en toen was Dolly al vijf maanden dood.

Ach, Ross is het wel gewend dat er gaandeweg nog veel details net iets anders blijken te liggen. Zijn ‘faction’ vraagt nu eenmaal ongelooflijk veel research, want Ross probeert altijd zo veel mogelijk feiten boven tafel te krijgen. En dat viel bij Blonde Dolly niet mee. Jarenlang al kende hij het geruchtmakende verhaal van deze Haagse vrouw van lichte zeden die werd gewurgd en er verschillende identiteiten en vele miljoenen op na bleek te houden. Haar moordenaar werd wel verhoord maar nooit gepakt. De schimmige zaak haalde de buitenlandse pers, en ook in eigen land wekte de zaak veel commotie.

 

Groot schandaal

Kunt u het zich nog herinneren dat Blonde Dolly werd vermoord?

‘Zeker, ik was vijftien toen het gebeurde. De kranten – ik was op die leeftijd al een krantenlezer – stonden er bol van, het was een groot schandaal en mysterie. Hoe kwam ze aan al dat geld? Wie had haar vermoord? De moord op een hoer, dat was spannend. Ik ben goed gereformeerd opgevoed, maar als ik met vrienden naar de bioscoop ging, kwamen we door de hoerenbuurten. Ik ben zelfs opgegroeid in een straat waar Blonde Dolly heeft gewoond toen ze getrouwd was met Botto van den Bergh, violist bij het Residentieorkest. Het kan best zo zijn dat ik haar in de winkelstraat ben tegengekomen zonder dat ik wist wie ze was.’

Haar dood is altijd in nevelen gehuld gebleven.

‘Dat klopt. Waarom bemoeiden de hoofdcommissaris van de politie en de commissaris van de recherche zich er persoonlijk mee? Dat was niet gebruikelijk, al helemaal niet bij een prostituee. Dan was er nog het raadsel van het geld: ze was miljonair en bezat meerdere huizen. Waar waren de hypotheekakten, had ze die huizen cash afgerekend? Een hoer? Terwijl ze na haar scheiding Van den Bergh ook nog een hoop alimentatie betaalde? Ze had veel klanten, gewone hoerenlopers, maar dat kan haar kapitaal niet verklaren. Ook het politiearchief geeft geen uitsluitsel. Ook niet over waarom ze verschillende identiteiten aannam en een dubbelleven leidde.’

‘Een voormalige BVD-er vertelde me dat ze tijdens de oorlog als meisje werkte in een chic bordeel in Amsterdam, waar Duitsers en NSB’ers kwamen. Na de bevrijding was ze spoorloos, maar in 1948 dook ze op in de Doubletstraat in Den Haag, en noemde zich Zwarte Molly. Later vluchtte ze daar weg voor de politie, trouwde ze met die violist en liet zich Suze van den Bergh noemen. Ze ging ook als Inge Hoogendijk gedichten declameren in bejaardenhuizen. Waarom? Werd ze nog gezocht? Die BVD’er, een oud-collega van mijn vader, vertelde ook dat de BVD zich met het onderzoek heeft bemoeid, omdat Dolly een affaire had met een Russische attaché en de oprichter van de VVD. Een moord op een raamhoer, maar er waren allemaal hoge heren bij betrokken.’

U vermoedt dat ze teveel wist en die heren afperste?

‘Ze kan mensen uit de bezettingstijd herkend hebben, foute politici bijvoorbeeld die na de oorlog de dans ontsprongen waren. Het zou veel verklaren. Een centrale vraag in het boek is: waarom werd haar moordenaar niet gepakt? Dat was met 99,9 procent zekerheid Gerard Vrolijk, haar bewaker. Hij is de laatste die bij haar is geweest, en hij had een sleutel. Waarom hebben ze hem losgelaten? De betrokken rechercheurs zeiden dat  ‘de top van de politie het had verkloot’.  Ra, ra. De zaak is inmiddels al lang verjaard, maar Vrolijk heeft nooit iets willen zeggen en gooide de deur in je gezicht dicht. En waarschijnlijk nog steeds, als hij recent niet is overleden.’

Het mysterie van de blauwe boekjes

Een ander mysterie was haar tweede blauwe boekje.

‘Ze had twee agenda’s: een blauw boekje waarin ze veel opschreef, kappersafspraken bijvoorbeeld. En een ander blauw boekje waarin ze afspraken met haar speciale klanten noteerde, die ze niet thuis ontmoette. De hoofdcommissaris Gualthérie van Weezel zei dat dat tweede boekje niet bestond. En inderdaad ligt er in het politiearchief maar één boekje. Maar dat haar geheime agenda er niet ís, betekent niet dat het niet heeft bestaan. Wie zegt dat de commissaris van recherche, die als eerste ter plaatse was, dat boekje niet in zijn zak heeft gestoken?’

 Hoe weet u zeker dat er zo’n boekje was?

‘Dat hebben getuigen, vrienden of minnaars, verklaard. De belangrijkste was Cor de Bruin, een ex-minnaar die soms nog bij haar over de vloer kwam. Hij heeft altijd volgehouden dat Blonde Dolly als de dood was dat iemand die geheime agenda ooit zou vinden. Stel je voor: twee gealarmeerde agenten kwamen daar binnen terwijl zij al drie dagen dood in bed lag, ze schimmelde al – de politiefoto’s zijn verschrikkelijk. Waarom kwam commissaris Van Harskamp meteen, tot verbazing van die agenten? Voor dat boekje ? Met namen van foute politici, hooggeplaatste mannen erin met wie ze een verhouding had of die ze chanteerde? Dat kon hij zo laten verdwijnen.

Ik verbind dat met de zogeheten ‘Velser-affaire’ waarbij tijdens de oorlog  veel communisten die in het verzet zaten, zijn verraden door rechtse verzetsmensen. De angst voor de communisten was enorm. Ook nog na de oorlog, vooral ook bij de BVD. Misschien heeft Dolly daar meer van geweten. Moest ze daarom vermoord worden. En is haar moordenaar daarom vrijuit gegaan.’

Hoe schat u de waarschijnlijkheid van uw speculaties in?

‘De moeilijkheid bij dit boek was dat ik minder feiten tot mijn beschikking had dan bij mijn andere boeken. Ik vind altijd dat 80 procent waar moet zijn, anders begin ik er niet aan. Die 20 procent mag ik als romancier verzinnen. Bij dit boek heb ik denk ik de helft op feiten kunnen baseren. Maar mijn oplossing lijkt me heel waarschijnlijk. Ook volgens politiemensen lager in rang zou het heel goed zo gebeurd kunnen zijn. Vrolijk werd opgebracht en heeft drie dagen vastgezeten, hij is verhoord in een afgesloten kamer, maar er is geen proces-verbaal opgemaakt. Dat is toch gek?’

Ook gek is dat het graf van Blonde Dolly nog steeds wordt verzorgd.

‘Dolly werd in 1959 begraven. Ze was een eenzame vrouw en liet haar geld na aan goede doelen. Haar graf op de begraafplaats Westduin in Den Haag ligt er nog steeds, dat is niet goedkoop. Mijn ouders liggen er niet ver vandaan, dus ik kom er geregeld langs. Elk jaar staan er op haar verjaardag, 27 september, met kerst en op haar sterfdag, 31 oktober, verse bloemen. Nog steeds. Die worden altijd in het weekend neergezet, als er geen personeel aanwezig is op de begraafplaats. Vanwege privacy-redenen geeft de plantsoenendienst niet prijs wie de grafrechten betaalt. Sinds kort staat er een bordje bij: Blonde Dolly. Naast haar is een groot graf gekomen met daarop het jaartal 1944, en ‘John Louis Raimond Schuld’ en ‘Johnny Stairs’. Om de twee graven staan nu heideplantjes. Wie heeft dat gedaan en waarom? Was die John een bewonderaar van Dolly? Is hij haar zoon? Ik heb weleens tegen mijn oudste dochter Iona gezegd – zij is fotografe – dat we op 26 september achter het graf van Blonde Dolly in onze slaapzaak in de bosjes moeten gaan liggen. Het is er niet van gekomen. De zoon van Botto was het in elk geval niet, want die is gestorven en daarna ging het plaatsen van de bloemen gewoon door. Met kerst stonden ze er weer. Dus misschien moet ik toch alsnog in de rododendrons gaan liggen.’

Theorieën

Tomas Ross dook voor zijn eerdere thriller Het verdriet van Wilhelmina in een andere schimmige zaak, de aanval op Pearl Harbor. ‘Het verhaal daarover klopt gewoon niet,’ zegt Ross. ‘De Amerikaanse marinebasis is  aangevallen is op 7 december 1941, terwijl het al oorlog was en iedereen patrouilleerde – de Amerikanen zelf, de Britten, de Nederlanders…. Hoe heeft zo’n armada van vliegdekschepen, vierhonderd jachtbommenwerpers erboven, slagkruisers, torpedoboten een week over de oceaan kunnen varen naar een van de allerbelangrijkste militaire bases van de Amerikanen in de Tweede Wereldoorlog, zonder dat dit is opgemerkt? Dat bestaat niet. Ook heeft Wilhelmina een geheimzinnig bezoek gehad van Churchill. Wilhelmina had een rechtstreekse lijn vanuit Engeland naar het Witte Huis. President Roosevelt, over wie het in het boek gaat, wilde wel aan die oorlog meedoen, maar de meeste Amerikanen niet. Hij had een aanleiding nodig. Het is echt gek wat daar is gebeurd. Journalisten en historici mogen niet speculeren, maar ik als romanschrijver wel. Ik ben de theorieën nagegaan die erover de ronde doen.’

De dood van generaal Spoor was ook al zo’n raadselachtig sterfgeval.

‘Generaal Spoor wilde Nederlands-Indië niet opgeven, terwijl koningin Juliana er wel voorstander van was dat Indië onafhankelijk werd. Spoor was overwerkt en had maar één nier, maar hij was nog maar 49 toen hij stierf. Hij ging eten in een restaurant, en met een hele groep aten ze allemaal hetzelfde, alleen Spoor en zijn adjudant kregen een heel zware voedselvergiftiging. De adjudant overleefde het ternauwernood, Spoor niet. Hij was onze opperbevelhebber – vier sterren –, maar er is geen lijkschouwing gedaan. Dat is gek hoor, bij een man van die rang. Er zijn ook geen medische dossiers, of die zijn verdwenen.

In mijn boek komt een vreemde figuur voor, met de bijnaam Hercules. Hij kan in dat restaurant geweest zijn, ook in de keuken. De identiteit van die Hercules mag nog steeds niet bekend worden gemaakt, vanwege staatsveiligheid en de veiligheid van het koninklijk huis. Na al die tijd? Heel vaag. De Indische journalist Ricci Scheldwacht mailde me een advertentie van dat restaurant, met de naam van de eigenaar eronder. Wat bleek: die man is in 1949 naar Indië gegaan en was een apothekersassistent op Java en een gifmenger. Generaal Spoor was echt een pain in the ass voor Den Haag. Hij was heel populair bij de troepen. Ik denk dat de populaire generaal is uitgeschakeld.’

Zoals u het vertelt en beschrijft in het boek, klinkt het heel aannemelijk. Over complottheorieën wordt vaak wat lacherig gedaan, maar als ik uw boeken lees, denk ik: het wemelt ervan.

‘Mijn vader zei altijd: het is funest dat er zoveel idioten zijn die complotten bedenken die niet waar zijn. De echte complotteurs profiteren daarvan. Bijna niemand gelooft in complotten. Maar er gebeuren wel degelijk veel dingen die niet kloppen, zoals bijvoorbeeld bij de moord op Pim Fortuyn, waarover ik in De zesde mei heb geschreven.

Op 3 maart 1945 was er in Den Haag een bombardement op het Bezuidenhout, een zogenaamd ‘vergissingsbombardement’. De opdracht was om het Haagse bos plat te gooien, want daar stonden V1-raketten. Maar wat gebeurde: ze gooiden de wijk ernaast plat en vijfhonderd mensen kwamen om. Hoe kan dat? Het was immers begin ’45, piloten kenden die route inmiddels uit hun hoofd. De wind stond verkeerd, werd gezegd. Tweeënvijftig bommenwerpers die allemaal hun lading verkeerd afgooien vanwege de wind? Er stond die dag helemaal geen wind. De officiële verklaring van de Royal Air Force luidde later: de navigator had de kaart van Den Haag ondersteboven. Ze vlogen op 300 meter hoog boven Den Haag, het was prachtig weer, een lentedag. Dan zie je het Haagse bos zo onder je liggen – daar heb je als piloot geen radar, geen kaart voor nodig. Is het toeval dat deze wijk is opgeblazen, terwijl daar een zeer sterke communistische verzetsgroep zat, en zowel prins Bernhard als Churchill tegen communisten waren? Als dat daadwerkelijk met opzet gebeurd is, zou dat keihard zijn.’

Is het makkelijker om complotten te beschrijven uit het verleden dan uit het heden?

‘Ja, zeker, want er is meer bekend. Ik heb feiten nodig. Ik ben bezig geweest met de moord op president Kennedy. Lee Harvey Oswald, is twee maanden voordat hij Kennedy vermoordde, twee weken in Nederland geweest. Het rare van Oswald is dat hij in Rusland woonde, hij was getrouwd met een Russin, en dat hij op het hoogtepunt van de Koude Oorlog zomaar met een Russische vrouw de Verenigde Staten in mocht. In die tijd? Mensen werden gescreend tot en met. Ik vroeg me af: zou er een Nederlandse betrokkenheid zijn geweest bij de moord op Kennedy? Maar waarom dan? Ik kan het niet verzinnen en heb geen feiten. Dus dat verhaal is nooit uit mijn vingers gekomen. Als ik een boek schrijf en een hoofdstuk gaat over een historisch personage, dan moet ik me houden aan alle feiten. Prins Bernhard kan dus ook mijn held niet ontmoeten, want Arnie Springer is een fictief personage. De aanval op Pearl Harbour kan niet mislukken, want die heeft plaatsgevonden. Dat vind ik het lastige aan het genre. Daarnaast zoek ik het toch in typisch in Nederlandse affaires en complotten, maar die wel. Daarom gaat het vaak over prins Bernhard. Hij was een gentleman-schurk.’

Het ideale personage. Als hij niet had bestaan, had u hem zelf verzonnen. Hoe fout was hij eigenlijk?

‘Hij was fout, niet op ideologische basis, maar omdat hij een opportunist was. Waarom zei hij dat hij nog nooit van de Zorreguieta’s had gehoord, toen Willem-Alexander met Máxima kwam aanzetten? Het is aangetoond dat hij bij de grootvader van Máxima heeft gelogeerd. Zijn SS-lidmaatschap heeft hij jarenlang ontkend, totdat zijn lidmaatschap boven tafel kwam. We weten dat Bernhard uit Londen berichten heeft doorgegeven aan zijn familie in Duitsland, aan zijn moeder en haar minnaar, die voor de nazi’s werkten. In de pakken koffie die hij naar Duitsland stuurde, deed hij briefjes. We weten dat hij voor de oorlog in de regeringscommissie zat die in het geheim overlegde wat Nederland moest doen als Duitsland zou aanvallen: neutraal blijven, met de Duitsers meegaan of met de Engelsen? Bernhard heeft altijd nazisympathieën gehad, tot in ’43 of ’44, toen je kon zien aankomen dat de Duitsers gingen verliezen. Wat gaf hij aan Duitsland door? Acteur Rijk de Gooijer, die een vriend van me was, heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog getolkt voor de Amerikanen en Engelsen. Rijk beweerde bij hoog en bij laag dat hij bij de arrestatie van Heinrich Himmler was. Himmler droeg een buideltasje met documenten, en Rijk beweerde dat daar een brief van Bernhard in zat. Was dat waar? Rijk verzon soms dingen en was ook vaak dronken. Ik weet het niet.’

U hebt al tientallen thrillers op uw naam staan. Bent u inmiddels op het toppen van uw kunnen?

‘Soms huiver ik van mijn eigen zinnen. Of krijg ik voor de derde keer een drukproef en denk ik: wat een slechte zin, waarom heb ik of iemand anders dat niet eerder gezien? In doseren ben ik wet beter geworden, maar dat blijft het moeilijkste onderdeel. Het zijn ingewikkelde boeken, ook voor mijzelf. Ik moet er veel in uitleggen en heel veel research voor doen. Zoals ik al vertelde, gebeurt het dat er ondanks alle research toch fouten in staan. In een eerder boek over Nieuw-Guinea liet ik een aap gillen in bossen. Stom! Er zijn geen apen op Nieuw-Guinea. Dan krijg ik meteen bericht: mooi boek, hoor, meneer, maar hoe komt die aap daar? Ik heb prins Bernhard in mei ’42 in een Jeep laten stappen. Dus kreeg ik meteen een boze reactie: dat kan niet, want de Jeep kwam pas in juni ’42. Of ik liet hem een Lucky Strike opsteken. Maar nee, hij rookte toen Chesterfield. Dan heb ik zo mijn best gedaan op de research en denk ik sodemieters-nog-aan-toe.’

Goed om te weten

De thrillers van Tomas Ross, zoals Blonde Dolly, zijn verschenen bij De Bezige Bij.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -