Dit moet iedereen kennen: het fascinerende en aangrijpende Trompettist in Auschwitz. Herinneringen van Lex van Weren, te boek gesteld door Dick Walda. Dit bijna filmische werk grijpt je bij de keel en laat je niet meer los – zowel het meeslepende relaas van Van Weren en het vakmanschap van Walda als scenarioschrijver staan daar garant voor.

STEUN RO

Dick Walda legde in 1978-1979 Lex van Werens herinneringen vast. Ze verschenen voor het eerst in boekvorm in 1979. In de nieuwe, geheel herziene en uitgebreide uitgave zijn ook de uitvaart van de in 1996 gestorven trompettist meegenomen, naast beschrijvingen van meerdere naoorlogse bezoeken aan SS-Obersturmführer Albert Gemmeker, de commandant van kamp Westerbork. Daarnaast is het voorzien van een liefdevol voorwoord door trompettist Eric Vloeimans en regisseur Udo Prinsen.

Lex van Weren, die in 1934 als 14-jarige Joodse jongen in het Amsterdamse Carlton Hotel een optreden van de jazzlegendes Cab Calloway en het Cotton Club Orchestra bijwoonde, raakte zo begeesterd door hun muziek dat hij besloot muzikant te worden. Van Weren had talent: nog datzelfde jaar werd hij professioneel trompettist. Van Weren: “Vanaf die tijd ben ik blijven werken; van het ene orkest rolde ik in het andere en had allerlei schnabbels. Het amusementswerk, cabaret, variété, dat liep allemaal prima in die jaren.”

Hij was evenwel niet blind voor de ontwikkelingen in Duitsland. Van Weren: “Een oom van me was chauffeur van het Duitse vluchtelingencomité. (…) Als wij bij mijn oom op visite kwamen, of als hij ons bezocht, hoorden wij al verhalen over de Jodenvervolging in Duitsland. Als jongen kreeg ik zodoende belangstelling voor het gebeuren daar en las er in de kranten over.”

Maar als zovelen dacht hij destijds “Zoiets gebeurt bij ons niet, dat kan nóóit.”

Het kon wél. Op 27 mei 1940 was heel Nederland door Nazi-Duitsland onder de voet gelopen. De eerste Joden waren toen al vanwege hun Joodse afkomst ontslagen. Verdere stappen tegen Joden volgden gestaag. Lex van Weren kon nog tot medio 1941 blijven optreden en geld verdienen in het amusementscircuit. Toen werd ook dat voor Joden onmogelijk.

Hij solliciteerde vervolgens bij het Joodsche Symphonie Orkest, een van de weinige muziekgezelschappen waar Joodse muzikanten nog mochten werken – totdat ook dat opgeheven werd, juli 1942. De deportaties waren toen al in volle gang.

Van Weren: “Wie kon toen bevatten dat dit het begin was van een totale vernietiging? Later in Auschwitz heb ik ook niet willen geloven wat er aan de hand was, terwijl dag en nacht die schoorstenen rookten. Ik wilde het niet aanvaarden en bleef volhouden: het is niet waar wat hier gebeurt!”


Bij toeval krijgt Van Weren de kans om vlak voor de opheffing van het orkest bij de Joodse Raad te werken – wat hem behoedde voor deportatie. Na de oorlog kreeg deze instelling veel kritiek, vanwege de hulp die het de nazi’s geboden had. Van Weren daarover: “[Er] wordt vergeten dat de Duitse bezetters de hoofdschuldigen, de lachende derden waren. Zelf heb ik er indertijd niet bij stilgestaan of de Joodse Raad goed of fout was. Hoewel toen praktisch niemand concreet wist waartoe de vervolgingen zouden leiden, greep je instinctief elke geboden kans om je leven veilig te stellen, dat dacht je tenminste.”

Als werknemer van de Joodse Raad was Lex van Weren betrokken bij de ontsnapping van Joodse kinderen uit de Hollandsche Schouwburg, richting onderduik. Sommige van deze kinderen leven anno 2020 nog steeds.

Tot 29 september 1943 wist Van Weren uit handen van de nazi’s te blijven. Dan wordt hij overgebracht naar kamp Westerbork. Mét zijn trompet.

In Westerbork slaagt hij erin om aangenomen te worden in het kamporkest. Van Weren: Ik heb het geluk gehad dat ik – overal waar ik kwam – bijna altijd de enige trompettist was. Vanaf dat moment wist ik dat ik ervoor moest zorgen dat ik de trompet bij me hield, wat er ook zou gebeuren. De trompet maakte me een geval apart. Ik was niet langer een nummer. Ik was Musiker.”

Maar Musiker of niet: op 16 november 1943 behoort hij tot de 995 mensen die vanuit Westerbork in een goederentrein naar Auschwitz afgevoerd worden. Van Weren: “Af en toe stopte de trein, de deuren gingen open. De Grüne Polizei organiseerde jatwerk. (…) Als de Grüne Polizei te weinig kreeg, werd er geslagen. Dat is onderweg toch zeker wel vijf of zes keer gebeurd.”

Na drie dagen en nachten komt de trein in Auschwitz aan. Nog voor de selectie gaskamers/langzame dood verliest Van Weren zijn trompet – hij is niet langer een Musiker, maar weer een nummer.

Aanvankelijk wordt hij tewerkgesteld in de kolenmijn Janina, 20 kilometer van Auschwitz. Werk dat zo uitputtend is, dat de meeste gevangenen binnen drie weken overlijden. Maar Van Weren heeft geluk – een Duitse medegevangene bezorgt hem een gehavende kornet (een soort trompet). De kampcommandant van Janina verneemt dat Van Weren een muzikant is, en beveelt hem op Kerstdag op de appèlplaats ‘Stille nacht’ te spelen.

Tien dagen later wordt hij terug naar Auschwitz gestuurd. Van Weren: “Dat was een bijzondere gunst en tegelijk mijn redding. Ik had het werk in de mijn beslist niet veel langer volgehouden.”

Tot vlak voor de bevrijding van Auschwitz, 27 januari 1945, weet Van Weren in Auschwitz te overleven. Eerst bijna een half jaar in de ziekenbarak, waar hij beschermd wordt door een bevriend arts en later, vanaf oktober 1944, als muzikant in het kamporkest. Juist omdat Van Weren als muzikant een bevoorrechte positie had, is zijn getuigenis over zijn verblijf in Auschwitz zo bijzonder. Het is niet alleen hel en verdoemenis, maar het gaat ook over uitzonderlijke vriendschappen, solidariteit, muziek en levensdrift.

Die levensdrift blijkt onder meer uit deze terugblik op Auschwitz: “Ik dacht: Ik overleef dit en dan heb ik gelukkig al die tijd kunnen oefenen. Want als je een paar jaar niet hebt geblazen, loop je een grote achterstand op.

Op 18 januari 1945 evacueert de SS bijna honderdduizend gevangenen, waaronder Lex van Weren, uit Auschwitz westwaarts. De tocht voert hem via de concentratiekampen Groß-Rosen en Dachau richting Mauthausen. Op 1 mei 1945 ontsnapt hij en bereikt de Amerikaanse linies.

Hoewel hij bevrijd is, laat Auschwitz hem nooit meer los. Met het verstrijken van de jaren nemen de nachtmerries toe. Het enige dat Lex van Weren, die ook na de oorlog een succesvolle muziekcarrière had (hij was onder meer orkestleider van het fameuze Amsterdamse City Theaterorkest en werd in 1964 onderscheiden met de Gouden Harp), kon doen was blijven getuigen over de verschrikkingen en zich verwonderen over de vraag: waarom?

Het is lovenswaardig dat middels deze nieuwe, uitgebreide uitgave van Trompettist in Auschwitz, ook jongere generaties weer toegang hebben tot Lex van Werens getuigenis. Kopen, dat boek!

 

Dick Walda. Trompettist in Auschwitz. Herinneringen van Lex van Weren. Met een inleiding van Eric Vloeimans. Balans, Amsterdam, 2020. [4de] Nieuwe, herziene druk. 176 blz. € 16,99.

Geraadpleegde bronnen

Digitale krantenarchief Koninklijke Bibliotheek Den Haag, www.delpher.nl
Dr. L. de Jong. Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Martinus Nijhoff, ‘s-Gravenhage, 1969-1994.
Nanda van der Zee. Westerbork. Het doorgangskamp en zijn commandant. Aspekt, Soesterberg, 2016 (derde druk).

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Onderzoeksjournalist, dichter en samensteller van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie. Werkt aan een boek over het Hitler-de-kunstenaar en het nazivervalsingencircuit.