Tekenen speelt een belangrijke rol in de architectuur en stedenbouw. Het is een manier om de magie van een plek te leren begrijpen. En wordt gebruikt om nieuwe plannen te verkopen. Voor tijdschrift Blauwe Kamer schreef ik een essay waarin ik de verschillende manieren waarop ontwerpers ( computer gegenereerde) beelden gebruiken tegen het licht houd.

STEUN RO

Een van de kenmerken van architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur is de afstand tussen de ontwerper en het eindresultaat. Een ontwerper gebruikt onder andere tekeningen, maquettes en computermodellen om inzicht te verkrijgen en te geven, maar bouwt vrijwel nooit zelf het door hem ontworpen gebouw, de door hem bedachte wijk of het door hem ontworpen park. In de ontwerpende disciplines bestrijkt het tekenen een breed spectrum. Het biedt ruimte voor verbeelding en tegelijkertijd moet het soms enorm precies zijn. Welk type tekening op welk moment wordt gemaakt is aan de ontwerper. De een begint met een doorsnede, de ander met een uitgebreide getekende morfologische analyse van de ondergrond.

De rol van de tekening is binnen de architectuur scherper afgebakend dan in de stedenbouw en de landschapsarchitectuur. In de architectuur werkt men meestal aan een stabiel eindbeeld. De tekening ligt daardoor vaak dicht bij het gewenste eindresultaat. Stedenbouw en landschapsarchitectuur spelen op hogere schaalniveaus. De doelstellingen voor projecten zijn vaak breed geformuleerd. Een project moet bijvoorbeeld sociale en economische doelen nastreven. Daarnaast is er tegenwoordig een enorme hoeveelheid informatie beschikbaar om de ontwerper te assisteren bij – of af te leiden van – het ontwerpen. Het ontwerp is vaak niet in één vastomlijnd eindbeeld te vatten, temeer omdat de plannen een lange ontwikkelingstijd hebben. Zeker bij plannen op hogere schaalniveaus is het noodzakelijk om te abstraheren en te werken met symbolen als lijnen, pijlen, sterren en vlakken.

Ontwerpen met levende materialen

In de landschapsarchitectuur werkt men met levend materiaal. Elke plant of ingreep heeft zijn eigen levenscyclus die wordt beïnvloed door andere planten in de omgeving, het weer, het klimaat en het gebruik. Noel van Dooren beschrijft in zijn proefschrift ‘Drawing Time’ een plan van de Deense tuinarchitect C.Th. Sørensen. In Høstrup Parken ontwierp hij 32 plantbedden met eikenboomstekjes. Gedurende de jaren na de oplevering dienden steeds de minst gezonde bomen te worden gekapt. Het doel was om uiteindelijk 32 gezonde, bomen in het park over te houden. Het is niet alleen interessant om te zien hoe groot de rol van deskundig onderhoud in het plan is, ook valt op dat Sørensen met geen mogelijkheid vooraf een exacte tekening had kunnen maken van de gewenste situatie. Hij tekende dan ook alleen de beginsituatie en liet de rest over aan de tuinman van de opdrachtgever, in dit geval de stad Odense.