Gemeenten zijn bezig met plannen voor een regionale voedselvoorziening. Er wordt veel vergaderd en onderzocht. Het biedt ook de praktijk kansen.

STEUN RO

Boeren twitteren en presenteren zich bij burgers. Zoals Boer Ted die zijn knolselderij aanprijst in De Zwijger in Amsterdam, of een boerencateraar die de hapjes verzorgt. Een goede zaak, want zo komen ze aan meer klandizie en krijgen een betere en zekerder omzet. Het past bovendien bij gemeentelijke voedselstrategieën, waardoor ze ook bij het lokale bestuur meer gedaan krijgen.

'Mensen kopen als ze langsrijden, bijna niemand rijdt ervoor om'

Veel gemeenten willen ‘iets’ met voedselproductie. Ze hebben het over ‘voedselstrategie’, en maken plannen en projecten op het gebied van ‘regionale voedselvoorziening’. Het klinkt vaag, maar er wordt wel beleid voor gemaakt en er zijn veel partijen bij betrokken. Boeren staan vaak niet op de eerste plek, toch bieden de plannen soms kansen voor boeren in de regio. Het gaat om tientallen, zo niet honderden gemeenten die inzetten op een duurzame, regionale voedselvoorziening.

Stad en ommeland

De Dag van de Stadslandbouw trok vorig jaar 500 belangstellenden, vooral uit onderwijs, onderzoek en beleid. Zo’n vijftig gemeenten zijn aangesloten bij LinkedIn-groep Stedennetwerk Stadslandbouw. Gemeenten willen via voedsel de verbinding leggen tussen stad en ommeland. Maar wat is het voordeel van regionale afzet voor de boer? En welke rol heeft de gemeente? Vastgesteld kan worden dat er een kloof bestaat tussen regionale voedselwensen en de realiteit van het boerenbedrijf.

Het boerenbedrijf is vaak gericht op bulkproductie en grootschalige logistiek. “Regionale afzet is duurder, want veel kleinschaliger en daarmee inefficiënter”, zegt Jan Hein Nikkels, leghennenhouder in Bathmen (Ov.). Meer boeren hebben die ervaring, vooral als arbeidstijd wordt meegeteld. Regionale afzet kan rendabel zijn De inefficiëntie kan deels worden opgelost door het vinden van een grote regionale afnemer, zoals een instelling, en daarbij een breder assortiment aan te bieden, becijferden onderzoekers van Wageningen UR. Bij een akkerbouw-/vollegrondsgroentebedrijf dat zich richt op duurzame catering blijft onder de streep jaarlijks €38.000 over, bij het referentiebedrijf €3.000. Onderzoeker Marcel Vijn: “Voor de kleine teelten zijn extra manuren en kosten voor mechanisatie nodig; de opbrengst is er echer ook naar. In de rekensom is rekening gehouden met veilingcijfers, terwijl de consument voor een regionaal product met een verhaal meer zal willen betalen.”

Brood

Deze meerwaarde blijkt bijvoorbeeld uit de populariteit van het brood van Hartog’s Volkorenbakkerij in Amsterdam. Eigenaar Fred Tiggelman bakt volkorenbrood van zelf gemalen graan uit voornamelijk eigen omgeving, de Haarlemmermeer. Tiggelman verwerkt jaarlijks zo’n 25 hectare tarwe, die hij van tevoren bestelt. Hij verdient er goed aan, en de telers ook: “Ik betaal €36 per 100 kilo, meer dan de marktprijs.”

Andere voordelen naast een meeropbrengst zijn minder prijsschommelingen en een grotere afzetzekerheid. Directe verbinding met afnemers kan ook nog voordelen geven als financiering via crowdfunding of het behoud van pachtrechten. Zo heeft Grebbeveld Schapen &zo in Wageningen (Gld.) een schaapskudde aangeschaft met geld van particulieren en behield de stadsboerderij in Almere (Fl.) pachtgrond dankzij de Stichting Vrienden van de Stadslandbouw Almere. Vijn: “Hier zie je dat de gemeente het draagvlak voor de stadsboerderij meeneemt in haar pachtbeleid.”

Investeren in relate met gemeente Daniël de Jong, betrokken bij Stedennetwerk Stadslandbouw en onderzoeker stad-landrelaties bij PPO Wageningen UR, ziet meer mogelijke bijdrages. “Sommige gemeenten organiseren streekmarkten, andere geven grond in bruikleen of brengen partijen bijeen.”

Ondernemers

Het kan dus lonen om als ondernemer je gezicht te laten zien bij discussies over regionale voedselstrategie. De komende verkiezingen staat het onderwerp op diverse partijprogramma’s en daarna zal het naar verwachting verder vorm krijgen. “Als ondernemers in beeld zijn en laten weten wat ze produceren, dan maakt dat de kans groter dat een aanknopingspunt gevonden wordt”, zegt De Jong.

“Bijvoorbeeld directe afzet in de gemeentekantine, een zorginstelling of op de streekmarkt. Ook grondbeleid kan voor boeren positief uitvallen.” Voor deze en andere gunsten is het belangrijk dat boeren bekend zijn bij het gemeentebestuur. Markt zoeken in en om de stad betekent meevergaderen, plannen maken en mensen aan je verbinden. Ondernemers die dat niet willen en weinig nodig hebben van de gemeente, hoeven zich van de voedselstrategieën minder aan te trekken.
 

‘Regionale afzet zal klein blijven’

Naam: Jan Hein (41). Woonplaats: Bathmen (Ov.). Bedrijf: met Sandra Nikkels 27.000 biologische leghennen, 25 ha voor eigen graanproductie.

Jan Hein en Sandra Nikkels hebben in Bathmen (Ov.) 27.000 biologische leghennen die eigen geproduceerd graan krijgen. De afzet gaat via de groothandel en een automaat aan de weg. Daar betalen consumenten €2,50 voor tien eieren: €0,25 minder dan in de winkel.

Nikkels is aangesloten bij Stichting Natuurboer uit de Buurt, die via eigen kanalen afzet organiseert, en woont bijeenkomsten over regionale voedselvoorziening bij.

De afzet via de automaat begon afgelopen zomer en groeit nog iedere week. Het gaat om een klein deel van de omzet. Nikkels ziet dat niet veel veranderen. “Mensen kopen als ze langsrijden, bijna niemand rijdt ervoor om. Je zit met de logistiek, die het duurder maakt om kleinere hoeveelheden af te leveren, en de consument wil er niet meer voor betalen.” Wat mensen zeggen en wat ze doen, is anders, ervaart de pluimveehouder. “Iedereen zegt biologisch eten belangrijk te vinden, maar zelfs in de supermarkt kiezen mensen maar weinig voor biologisch.” Nikkels schakelt nu voor een seizoen over op vrije uitloop. “Biologisch past ons en onze dieren goed, maar als ik erop toe moet leggen houdt het op.”

Nikkels ziet het als taak van de gemeente om te faciliteren. “Ze kunnen beter een distributiecentrum neerzetten. Als op één plek in Deventer regionale producenten hun spullen kunnen neerzetten, en de consument kan ze met de auto ophalen, dan kan het wel uit. Met bezorgdiensten of afhaalpunten wordt het een lastig verhaal.”

Zelf ziet hij zich nog wel eens aanhaken bij een initiatief, al is het maar voor het verhaal. “Daar hebben we de automaat ook voor. Op het informatiebord leggen we uit wat we doen. Ik hoop dat zo meer mensen voor regionaal en biologisch gaan. Mensen voelen zich bezwaard om aan te bellen, maar zo leg je toch uit wat je doet.”

    Ondernemend journalist Tjitske Ypma is idealist, schrijver, moeder en organisator. Ze werkt aan duurzaamheid dichtbij huis. Biodiversiteit en samen-leven zijn haar speerpunten. Op Reporters online is af en toe wat vrij werk te vinden.