U wilt mijn mening wel/niet weten

Een nieuwe generatie journalisten, onder wie Greenwald, vindt dat een poging tot onpartijdigheid de lezer misleidt.

Wilt u weten wat ik vind van de polemiek tussen columnist Bill Keller en Glenn Greenwald over de toekomst van de journalistiek?

Volgens Keller, voormalige hoofdredacteur van The New York Times, wilt u dat niet. De mening van de verslaggever doet er niet toe. De journalist moet zo objectief mogelijk berichten en zichzelf niet in het verhaal schrijven, zo leren elk jaar nieuwe lichtingen studenten journalistiek. Pas als de journalist een plaatsje heeft gekregen op de opiniepagina, dan mag zijn mening in de krant. Tot die tijd vermijdt hij of zij het gebruik van het woord 'ik', zoals deze verslaggever vermoedelijk tot afschuw van oud-docenten – al in zijn eerste zin! – niet heeft gedaan.

Maar een nieuwe generatie journalisten, onder wie Greenwald, heeft maling aan deze regel en vindt zelfs dat een poging tot onpartijdigheid de lezer misleidt. Over dit onderwerp heeft Greenwald een week heen en weer gemaild met Keller, voormalige hoofdredacteur van The New York Times. Die krant publiceerde die mailwisseling eind oktober 2013, op de plek van de column van Keller. Het is een grotendeels civiele polemiek met interessante argumenten aan beide kanten. De discussie kreeg op Twitter lovende verwijzingen.

Het debat gaat over veel aspecten van de journalistiek, maar de belangrijkste kwestie waarover de twee van mening verschillen is of een journalist geloofwaardiger is als hij bekendmaakt wat zijn standpunten zijn. Greenwald vindt van wel. “We nemen allemaal de wereld waar door subjectieve prisma's. Wat is de waarde van te doen alsof dat niet zo is?” De 'journalist zonder mening' is een mythe, schrijft Greenwald.

'Zoals een rechter'

Natuurlijk hebben journalisten meningen, erkent Keller, maar het gaat erom dat deze tijdens het werk genegeerd moeten worden ten gunste van de feiten, “zoals een rechter zijn vooroordelen terzijde schuift om zich te laten leiden door de wet en het bewijs”. Journalisten moeten de discipline opbrengen om alle feiten te wegen en dan een conclusie te trekken, zelfs als die indruist tegen je eigen (voor)oordelen. Daarbij, wanneer een journalist eenmaal publiekelijk zijn politieke mening heeft verkondigd, zal hij geneigd zijn om deze te verdedigen. Volgens Keller wordt het dan verleidelijk om feiten weg te laten.

Maar dat gaat er bij Greenwald niet in. “Waarom zouden verslaggevers die hun mening geheim gehouden minder geneigd zijn om hun verslaggeving te manipuleren dan zij die eerlijk zijn over hun opinies?” Greenwald vindt dat juist waardevolle informatie: als hij had geweten dat New York Times-correspondent John Burns “redelijk positieve opvattingen” had over de Amerikaanse invasie van Irak, had Greenwald zijn artikelen anders gelezen.

Activisme

Greenwald is een belangrijke voorstander van meer activisme in de journalistiek. Hij maakte de afgelopen maanden op basis van documenten van Edward Snowden details over de afluisterpraktijken van de NSA wereldkundig. Vorig jaar verliet hij de krant The Guardian, waarin veel van zijn onthullingen werden gepubliceerd, om een nieuw medium op te richten. Daarvoor krijgt hij financiële steun van eBay-oprichter en miljardair Pierre Omidyar. Over de nieuwe website is nog weinig bekend, behalve dat Omidyar er 250 miljoen dollar in steekt en dat hij op zoek is naar “onafhankelijke journalisten met expertise, een mening en een aanhang”.

Bij The Guardian was Greenwald sinds augustus 2012 columnist. De lezers van de Britse krant en website kenden dus zijn opinies. Dat maakte hem volgens Bill Keller niet geschikt om de verhalen over de NSA-documenten zelf te schrijven. “Als een van onze columnisten een verhaal had gevonden van die grootte (…) dan hadden we het overgedragen aan onze verslaggevers”, zei Keller al eerder in een artikel in The New Yorker. Dat leidde in datzelfde artikel tot een boze reactie van Greenwald. Die opmerking van Keller is volgens Greenwald “een reden waarom mensen als Edward Snowden niet naar de New York Times willen stappen”.

De polemiek tussen Keller en Greenwald komt dan ook niet uit de lucht vallen. Greenwald is al langer kritisch op The New York Times en andere traditionele Amerikaanse media, omdat deze de regering van George W. Bush zou hebben geholpen “in het verspreiden van leugens die tot de Irak-oorlog leidden”. Keller was van 2003 tot 2011 hoofdredacteur van The New York Times.

Angst partijdigheid

Vooral de angst om partijdig te worden gevonden leidt er volgens Greenwald toe dat journalisten zich er gemakkelijk van afmaken door te melden wat de verschillende partijen zeggen en geen conclusie te trekken. Hij noemt dat de “laffe en onbehulpzame 'dit-is-wat-beide-kanten-zeggen-en-ik-los-het-conflict-niet-op'-formulering”. Politici en bedrijfswoordvoerders kunnen er dan van op aan dat hun “leugenachtigheden” onuitgedaagd in de krant verschijnen.

Daar gaat Keller niet echt op in, terwijl een tegenbeweging wel te zien is, aldus Rick Edmonds, mediaonderzoeker aan het Poynter Instituut in Florida. In een bespreking van de polemiek tijdens het Californische radioprogramma Airtalk zei Edmonds dat langzaam maar zeker media meer mankracht stoppen in het 'factchecken'. Het gaat dus de goede kant op.

Feiten

En hoewel Greenwald dus voorstander is van openheid over de meningen van journalisten, benadrukt hij dat journalistiek alleen waardevol is als deze gebaseerd is op “feiten, bewijs en controleerbare data”. Wat dat betreft zijn Keller en Greenwald het eigenlijk eens.

Wat door veel twitteraars en bloggers dus is samengevat als “Keller vs Greenwald”, is dan ook genuanceerder dan die boksaankondiging doet vermoeden. Dat blogt ook de Britse journalist Andrew Sullivan. Hij schrijft dat lezers beide nodig hebben: zowel een poging tot tot onpartijdigheid als een pers die meer openlijk uitkomt voor zijn eigen vooroordelen en meningen. Zijn eigen blog The Dish heeft niet voor niets de ondertitel Biased & Balanced. “We moeten nog zien wat Glenn en zijn toekomstige collega's zullen produceren”, schrijft Sullivan. “Maar we hebben hem nodig. Met een beetje geluk zal de concurrentie ook de NYT verscherpen.”

Tot slot van dit artikel zal de verslaggever nog even tegemoet komen aan de wensen van Glenn Greenwald – wie van de Keller-lijn is mag hier ophouden met lezen. Beide heren bieden interessante analyses, maar Greenwald heeft in de polemiek een net iets sterkere argumentatie. Uiteindelijk is zijn pleidooi voor het centraal stellen van “feiten, bewijs en controleerbare data” het belangrijkste. Vind ik.

Dit artikel is eerder verschenen in NRC Handelsblad.

Mijn gekozen waardering € -

In de afgelopen jaren zijn superhelden de favoriete hoofdpersonen van veel Hollywood-filmmakers geworden. Maar wie zijn de bedenkers van de helden die iedereen kent en hoe opereren de uitgeverijen die de personages bezitten?ΠPeter Teffer interviewt stripmakers en analyseert de economische en culturele impact van de superheld.