Als het ooit zover komt dat de prostitutie deze buurt gaat verlaten, dan zijn we wel een behoorlijk aantal jaren verder, want er zal veel verzet komen.

STEUN RO

Het was eigenlijk wel een vermakelijk voorval. Deze week had ik een gesprekje met de overbuurman. Een jonge knul, ik schat hem een jaar of 25. Hij woont al twee jaar tegenover me, in zo’n huisje dat aan de kerk zit vastgeplakt, maar ik had hem nog nooit gesproken.

Hij vertelde dat hij in dat krantje van de buurt – hij bedoelde d’Oude Binnenstad – had gelezen dat er stemmen opgingen om de prostituees de buurt uit te bonjouren. Dat leek hem wel een goed idee. Dan zou het volgens hem een stuk rustiger worden in de buurt.

Ik vroeg hem hoe lang hij van plan was nog hier te blijven wonen. ‘Een jaartje of twee’, was zijn opgewekte antwoord. Ik kon een grijns maar amper onderdrukken. Ach ja, oude cynische man versus naïeve jongeling die denkt dat zo’n klusje als het prostitutievrij maken van de Wallen in een handomdraai is geklaard.

Terwijl de oude cynicus wel beter weet.

Want als het al gebeurt zijn we minstens tien jaar verder. Ik heb het hem niet verteld. Sommige dingen, daar moet je zelf achter komen. Bijvoorbeeld dat politieke en ambtelijke molens ijzingwekkend traag zijn. En dat kamerverhuurders over een ruime kas beschikken en heel goeie advocaten kunnen inhuren om die plannen van de overheid flink te dwarsbomen.

Belastingdienst

Want de belangen zijn natuurlijk groot. De hele buurt drijft op het werk van de dames achter de ramen. Ho, ho, er wonen hier ook zo’n vierduizend mensen die helemaal niks met de seksindustrie te maken hebben en die dat graag zo willen houden.

Klopt, maar pooiers buiten beschouwing gelaten zijn degene die nog het meest profiteren van de dames natuurlijk de exploitanten van de peeskamers. Hoeveel er omgaat in deze sector? Ik vraag me af of de belastingdienst het weet. Ik vermoed van niet.

Maar we kunnen er wel een slag naar slaan natuurlijk. ’In 1995 telde het prostitutieteam (van de politie -wo) 362 werkplekken en ik telde er een maand geleden 314’, zegt Joep de Groot, ex-wijkagent, in d’Oude Binnenstad van december 2017. Hij voegt er onmiddellijk aan toe: ‘Ik telde in de middag en zag enorm veel leegstand.’

Als we uitgaan van driehonderd ramen die overdag grotendeels leeg staan, maar ‘s avonds grotendeels worden verhuurd, dan kom je toch al gauw aan een huuropbrengst per dag van zestigduizend euro. Overdag 80 euro; ‘s avonds en ‘s nachts het dubbele. Dat is meer dan twintig miljoen euro omzet per jaar die moet worden verdeeld over een handvol exploitanten. Dus tel uit je winst. Dan hebben we redelijk karig gerekend en hebben we het nog niet eens gehad over allerlei aanpalende belangen zoals appartementenverhuur voor de dames als ze niet werken. Want ook daar wordt geld aan verdiend.

Kortom, wat er ook gebeurt, voorlopig zijn we nog lang niet verlost van prostitutie in de buurt. Daar gaan nog wel wat jaartjes over heen. Jammer voor mijn overbuurman maar hij zal het, als bewoner in elk geval, niet meer meemaken.

Willem Oosterbeek, Wallenbewoner, doet in vijfhonderd woorden regelmatig verslag van het dagelijks leven vanuit de beroemdste buurt van Nederland.

Ik schrijf over alles wat mijn nieuwsgierigheid wekt. Dat is veel. Vaak kom ik uit bij verborgen hoeken van de geschiedenis, maar soms ook bij het persoonlijke verhaal. Het alledaagse leven èn het drama. Actueel, maar soms ook wat minder. Wel altijd goed geschreven en een plezier om te lezen.