Willem Oosterbeek, Wallenbewoner, doet in vijfhonderd woorden regelmatig verslag van het dagelijks leven vanuit de beroemdste buurt van Nederland.

STEUN RO

Na maanden van relatieve rust gaat het toeristenseizoen weer helemaal los in de buurt. Relatieve rust, want echt rustig is het hier zelfs in de guurste wintermaanden niet. In de weekenden is het sowieso altijd druk. En die weekenden beginnen tegenwoordig al in de loop van de donderdag. Dan komen de eerste groepen Britse jongemannen met hun ratelende rolkoffers de buurt in. Over het algemeen zijn ze lekker makkelijk gekleed in joggingbroek en sweater, maar of ze ook ooit een sportaccommodatie van binnen zien, is zeer de vraag. 

Hoe druk het hier eigenlijk is? Als ik uit mijn raam kijk op het Oudekerksplein komt het maar zelden voor dat ik helemaal niemand zie. Op welk tijdstip en op welke dag ik ook kijk, altijd zie ik volk rondsjouwen. De minste voorbijgangers zijn er 's morgens en 's nachts na een uur of vijf, zes. Van zondag op maandag en van maandag op dinsdag zijn de stilste uurtjes. Maar ook dat is relatief. Ik kijk er niet van op als ik op zondagmorgen om half zeven 's morgens de eerste toeristengroepen al door de buurt zie schuiven. Het drukst is het natuurlijk op vrijdag en zaterdag. 's Middags, 's avonds en 's nachts.

Botsen

Cijfers zijn moeilijk te geven. Maar volgens de Amsterdam City Index waren er in 2005 bijna elf miljoen bezoekers, buitenlanders en landgenoten, die Amsterdam bezochten. Tien jaar later zijn het er al meer dan zeventien miljoen. De verwachting is dat dit aantal alleen maar verder zal stijgen en dat we binnen een paar jaar de twintig miljoen zullen zijn gepasseerd. Amsterdam is populair – mooie musea, hasj, niet te duur, overzichtelijk, fraaie grachten, om een paar factoren te noemen. Bovendien: de Chinezen komen er aan en die zijn met velen. 

De meeste van die zeventien miljoen bezoekers komen amper de binnenstad uit en een groot deel daarvan – hoeveel precies is niet bekend, er wordt niet geteld – komt op enig moment op de Wallen. Per jaar trekken er dus miljoenen mensen langs mijn huis. Reken op twaalf miljoen. Dat komt neer op een miljoen per maand. Dat is natuurlijk meer in de zomer en wat minder in de winter, het gaat om een gemiddelde. Omgerekend is dat een kleine 35 duizend bezoekers per dag. Overbodig om te zeggen dat op een mooie dag in het weekend in het voorjaar of in de zomer er al snel, laten we niet overdrijven, honderdduizend mensen door de buurt banjeren. 
Dat is veel, ook al omdat er in deze buurt geen sprake is van brede boulevards en – met uitzondering van de Nieuwmarkt – riante pleinen. Integendeel, de mensenmassa's persen zich door enge stegen en wringen zich over nauwe grachten, waarbij de aandacht ook nogal wordt afgeleid door de dames achter de ramen. 

Als ik boodschappen wil doen, doe ik er – zeker in het weekend – verstandig aan dat klusje in de ochtend te klaren. Later op de dag wordt het een stuk lastiger. Dan wordt het met de tas botsend tussen de toeristengroepen door laveren.

De volgende keer: Rolkoffers en keukenpapier 

Ik schrijf over alles wat mijn nieuwsgierigheid wekt. Dat is veel. Vaak kom ik uit bij verborgen hoeken van de geschiedenis, maar soms ook bij het persoonlijke verhaal. Het alledaagse leven èn het drama. Actueel, maar soms ook wat minder. Wel altijd goed geschreven en een plezier om te lezen.