Willem Oosterbeek, Wallenbewoner, doet in vijfhonderd woorden regelmatig verslag van het dagelijks leven vanuit de beroemdste buurt van Nederland.

STEUN RO

Zomer. Zon en aangename temperaturen. Ramen en deuren staan open. Met drie terrassen links, drie terrassen rechts en de boombank vanaf mijn balkon binnen mijn gezichtsveld is het alleen stil in de ochtenduren. Naarmate de dag vordert wordt het drukker. Het geroezemoes groeit. Mensen voeren een gesprek, er wordt gelachen, stoelen worden verschoven, glazen tinkelen. 

Het hoor allemaal bij de stad, bij de Wallen en ik prijs me gelukkig dat hier geen auto's komen. Herrie van dit vervoermiddel is hier een vrijwel onbekend fenomeen. Alleen tussen zeven en twaalf uur 's morgens kun je hier gemotoriseerd komen. Het verkeer blijft dan over het algemeen vooral beperkt tot wat toeleveranciers en een enkel onderhoudsautootje. Na twaalf uur gaan de vezips omhoog. Vezips? Verzinkbare palen die pas weer de volgende morgen om zeven uur in het plaveisel verdwijnen om de auto opnieuw voor de duur van vijf uur toegang te verschaffen tot dit gebied.

Behalve het geroezemoes dat duidelijker te horen is, betekenen open ramen en deuren ook dat wat minder aangenaam geruis tot de huiskamer doordringt. Zoals de straatmuzikanten die hier om het halve uur bij de terrassen verschijnen. Alle dagen twintig keer “Hava nagila hava” is beslist onleuk. Erger wordt het als er één muzikant bij de terrassen links staat te spelen en de ander bij de terrassen rechts. Ze horen elkaar niet, maar ik hoor ze des te beter. Erg pijnlijk voor de oren. Gelukkig gebeurt dat laatste niet vaak, zo één à twee keer per week. 

Knettergek

Wat iets vaker gebeurt, is dat er drie groepen toeristen tegelijk onder m'n raam staan. Die groepen zijn regelmatig zomaar veertig, vijftig, zestig mensen groot. Om die als gids allemaal te bereiken zodat ze ook nog kunnen horen wat je te vertellen hebt, vereist enige stemverheffing. Als drie gidsen door elkaar ratelen, in het Engels, Spaans en Pools is dat ronduit vervelend. Zeker als ze ook nog eens dodelijk monotone stemmen hebben en – 'anyway guys' – saaie verhalen afdraaien.Dat is altijd even doorbijten. 

Met enige regelmaat verschijnen er ook jongeren met hun kaboem kaboem muziek die zich op de boombank nestelen. Een buurman aan de overkant van de gracht deed me wat dat betreft een nuttige suggestie aan de hand. Hij had nogal last van jeugdige straatmuzikanten die op de brug hun riedeltje afdraaiden. Omdat hij daar na de 146ste keer knettergek van werd, heeft hij op een gegeven moment zijn geluidsboxen op zijn balkon gezet en bijzonder luid klassieke muziek ten gehore gebracht zodra er zich een straatartiest aandiende. Dat hielp enorm, vertelde hij. 

Maar ach, wat lawaai hoort er een beetje bij en zo lang het aan de voorkant van het huis is, is het geen ramp. Als het aan de achterkant maar rustig blijft, want daar is de slaapkamer. En dat is het geval: over de medebewoners heb ik geen klachten. Iedereen zit natuurlijk ook in hetzelfde schuitje en dat scheelt waarschijnlijk een stuk. De grootste lastposten daar zijn de mussen die kennelijk een grote voorliefde hebben voor discussies, speciaal in de vroege morgen. De etterbakken!

Ik schrijf over alles wat mijn nieuwsgierigheid wekt. Dat is veel. Vaak kom ik uit bij verborgen hoeken van de geschiedenis, maar soms ook bij het persoonlijke verhaal. Het alledaagse leven èn het drama. Actueel, maar soms ook wat minder. Wel altijd goed geschreven en een plezier om te lezen.