Willem Oosterbeek, Wallenbewoner, doet in vijfhonderd woorden regelmatig verslag van het dagelijks leven vanuit de beroemdste buurt van Nederland.

STEUN RO

Gisteren gebeurde het weer: ik kwam een bekende tegen. Een man waarvan ik zeker weet dat hij niet bij mij in de buurt woont. Als ik zo iemand tegenkom doe ik meestal of ik hem niet zie, maar na oogcontact was dit keer een gesprekje onvermijdelijk. 'Hé, alles goed? Ja, alles prima.' Wat volgde was een korte conversatie over de bekende ditjes en datjes. Zo’n toevallige ontmoeting blijft altijd wat ongemakkelijk aanvoelen, zeker als er geen spontane mededeling volgt over het doel van het bezoek aan deze buurt. Want de vraag met hoofdletters is natuurlijk altijd: wat doe jij hier?

Misschien is hij ook wel een hoerenloper dacht ik later, want als er één ding is dat ik in de loop der jaren heb geleerd is dat maatschappelijke positie, uiterlijk of status niets zegt over het al dan niet frequenteren van publieke vrouwen. De gemiddelde hoerenloper bestaat inderdaad niet. Met stropdas en aktetas of in campingsmoking en alles wat daar tussenin zit, het maakt niet uit, ze gaan allemaal. 

Schichtig

Maar één gemeenschappelijk kenmerk lijkt er toch wel te zijn: de hoerenloper is in z’n eentje. Hij schuifelt wat schichtig door de steegjes, net of hij niet tot de categorie hoerenbezoekers hoort, maar heel toevallig door deze straat liep, op weg naar huis. Ik heb wel eens zo iemand een tijdje in de gaten gehouden. Het was een blanke man, licht kalend, van middelbare leeftijd, spijkerbroek, leren jas. Doorsnee. Getrouwd? Twee bloedjes van kinderen? Wie zal het zeggen. Hij liep ongeveer een uur heen en weer, keek en vergeleek. Toen had hij een keus gemaakt en ging hij terug naar een vrij pronte dame met een rafelig kleedje om haar heupen die hij al een half uur eerder had gezien.

Hij liep recht op de deur af zonder op of om te kijken, glimlachte naar de vrouw achter het raam die de glimlach beantwoordde en de deur opende. Direct daarna ging het gordijn dicht. Want de ervaring leert dat hoe langer er aan de deur wordt onderhandeld, hoe minder groot de kans is dat het tot een akkoord komt. Als een man z’n keus heeft gemaakt, maakt het kennelijk niet meer uit of het nu vijftig of honderd euro kost. En de dame achter het raam schijnt dat feilloos aan te voelen. 

Een kwartier later stond de man overigens weer buiten en spoedde zich recht voor zich uit kijkend de straat uit alsof hij nergens in was geïnteresseerd en de eerstvolgende trein moest halen. 

Lopen en koekeloeren, daar komt het vooral op neer bij de potentiële hoerenloper. En voor de rest is het de kunst jezelf zoveel mogelijk onzichtbaar te maken. Als er geen toeristen zijn, geen boeren van de Landbouw-Rai, luidruchtige vriendenclubjes of groepen dronken Engelsen, is het over het algemeen dan ook wonderbaarlijk stil in de straatjes bij de dames. Het kan er zwart zien van de mannen, zonder dat er veel meer te horen is dan geschuifel van voeten en wat verre muziek uit een kroeg. Vreemd.

    Ik schrijf over alles wat mijn nieuwsgierigheid wekt. Dat is veel. Vaak kom ik uit bij verborgen hoeken van de geschiedenis, maar soms ook bij het persoonlijke verhaal. Het alledaagse leven èn het drama. Actueel, maar soms ook wat minder. Wel altijd goed geschreven en een plezier om te lezen.