Willem Oosterbeek, Wallenbewoner, doet in vijfhonderd woorden regelmatig verslag van het dagelijks leven vanuit de beroemdste buurt van Nederland.

STEUN RO

Elke dinsdag is hij er. Of bijna elke dinsdag. Dan verschijnt de man met de muziekboot plotseling in de gracht van de Oudezijds Voorburgwal ter hoogte van de Oude Kerk. Voor de toeristen is het een complete verrassing. Sommigen zien wel een vreemd bootje dat onder de brug verschijnt, maar zelfs dat ontgaat de meesten.

Het stelt ook niet veel voor, want het is maar een notendop. En dus is dat ook de naam van de boot: Notendop. In de boot zit een man met grijs haar en een strohoed op. Voor hem staat een klein instrument dat nog het meest op een draaiorgel lijkt en op de rand van de drijvende badkuip, want veel meer is het niet, staan wat trompetten.

Als hij begint met Port d’ Amsterdam is er nog maar weinig publiek, maar dat groeit razendsnel aan. Hij speelt niet alleen, en dat is de charme van deze muzikant, hij speelt samen met stadsbeiaardier Boudewijn Zwart, die precies om vier uur begint met het bespelen van het carillon van de Oude Kerk. Ze spelen samen en zo valt het carillon in als de trompettist ermee stopt. En omgekeerd natuurlijk. Kortom, een heus duet, waarbij de trompet soms wordt vervangen door gefluit op de vingers of het kleine orgeltje. Als het eerste nummer is afgelopen staat de kade al vol mensen die enthousiast klappen voor de man in het minuscule bootje.

Watermuzikant

Al rondjes draaiend op het water brengt hij samen met zijn kompaan hoog in de toren nog een paar evergreens ten gehore om tot slot van de voorstelling de stadsbeiaardier op de trans van de kerktoren te roepen met een luid “Ahoy!”. Omdat zijn stem te zwak is spoort hij het publiek aan samen met hem het “Ahoy!” aan te heffen, waarop Zwart uiteindelijk tevoorschijn komt, zwaaiend met een zakdoek.

Het sluitstuk van de voorstelling die niet langer dan zeven, acht minuten duurt is de lange bamboestok met daaraan een klompje. Letterlijk hengelt de bootjesman daarmee de fooi naar binnen en zelden zie je een publiek dat guller is.

Wie is die man die iedere week weer zorgt voor een klein moment van ongecompliceerd plezier op de Wallen? Zijn naam is Reinier Sijpkens uit, nee, niet Amsterdam, maar uit Soest. Hij noemt zich watermuzikant, maar speelt net zo gemakkelijk op de wallenkant. Wie hem nodig heeft kan hem bereiken via een mailadres en bij bruiloften en partijen zorgt hij dan voor de vrolijke noot.

Zijn muzikale escapades zijn niet alleen te horen in Amsterdam, maar overal in Nederland. Van Vlissingen tot Groningen en van Venray tot Texel. Maar zijn roem reikt zelfs tot ver buiten de landsgrenzen. De Verenigde Staten en Sri Lanka, Zuid-Afrika en Brazilië staan op het lijstje waar hij ooit een concert gaf.

Maar niets gaat natuurlijk boven een uitvoering van Aan de Amsterdamse grachten van Reinier Sijpkens in een heuse Amsterdamse gracht met hoog boven zijn hoofd Boudewijn Zwart die het carillon bespeelt van het oudste gebouw van de bezongen stad, de Oude Kerk.

    Ik schrijf over alles wat mijn nieuwsgierigheid wekt. Dat is veel. Vaak kom ik uit bij verborgen hoeken van de geschiedenis, maar soms ook bij het persoonlijke verhaal. Het alledaagse leven èn het drama. Actueel, maar soms ook wat minder. Wel altijd goed geschreven en een plezier om te lezen.