Willem Oosterbeek, Wallenbewoner, doet in vijfhonderd woorden regelmatig verslag van het dagelijks leven vanuit de beroemdste buurt van Nederland.

STEUN RO

Half negen. 

Het is nog rustig op het plein. Je kunt de vogels horen fluiten. De wind ruist zacht door de bomen. 

Niet op de boombank, maar tussen boom en bank, gewoon op de grond, ligt een man in een slaapzak gerold. Hij wordt pas wakker als de spuitgasten van de stadsreiniging hun ochtendronde maken. De eerste vaste bezoeker is dan alweer vertrokken: de man die de omgeving van de boombank inspecteert op peuken. Hij is op zoek naar wat Henk Hofland ooit zo prachtig heeft omschreven als bukshag. Vloeitjes kopen, alle restjes tabak bij elkaar stoppen en hopla, roken maar.  

Half elf. 

Op een klassieke herenfiets met dubbele stang en een grote rieten mand voorop komen twee frisse meisjes aangepeddeld. Dan ontvouwt zich het volgende tafereel. Eerst verschijnen er twee plastic kazen uit de mand. Die worden op de boombank gezet en vervolgens op de fiets geplaatst. Daarna komen er schalen met blokjes kaas uit de mand. De meisjes binden een sloof voor. Wat ze doen? Ze wachten op een paar groepen die door de buurt wandelen. 'Onderweg krijgen die mensen een blokje kaas.' Hier dus, op het Oudekerksplein? 'Inderdaad.' Moet daar geen drankje bij dan? 'Nee, want het zijn Arabieren.'

Half één.

Opeens verschijnen er een stuk of tien dansende meisjes op het plein. Een vrijgezellenparty voor dames. Voor hen uit loopt een meneer met een redelijk serieuze filmcamera. Het is kennelijk de bedoeling een fan-tas-tisch leuke film te maken. Ze blijven minstens een uur op het plein hangen. Voor de tweede keer deze week fungeren buurt en buurtbewoners ongevraagd als decor voor hun clichématige danspasjes die verder niets te maken hebben met de omgeving waarin het zich afspeelt. Waarom niet gewoon thuis op de Dorpsstraat?

Half vijf.

We worden vergast op een evangeliserend trio. Twee dames staan met borden in de hand met daarop teksten als: 'Komt allen tot Mij en Ik zal u rust geven'. De man, die de rol van prediker vervult, spreekt Amerikaans-Engels en is gekleed in een ruime zwarte mantel. Zeg maar een toga. Hij slaat wartaal uit. We worden bedreigd door een asteroïde. De Nasa weet het al, maar houdt het voor ons verborgen. Miljoenen mensen zullen doodgaan, maar er is één oplossing: Jezus is de weg. Alle voorbijgangers lopen door. Niemand luistert naar zijn preek.

Vijf uur.

Voor de deur van de kerk posteert zich een levend standbeeld. Hij (of zij, dat weet je nooit) is uitgedost in zilvergrijs duivelskostuum, compleet met horentjes. Symbolische plek zo voor de kerkdeur. Hij heeft een vlaggetje van Amsterdam in z'n hand en een grote rode roos op z'n borst. Voor hem staat een pot voor de centen. Als je een paar muntjes in het potje doet, buigt hij en geeft hij je een hand. Een uur later is hij verdwenen om nooit meer terug te komen. 

En de avond moet nog beginnen. 

    Ik schrijf over alles wat mijn nieuwsgierigheid wekt. Dat is veel. Vaak kom ik uit bij verborgen hoeken van de geschiedenis, maar soms ook bij het persoonlijke verhaal. Het alledaagse leven èn het drama. Actueel, maar soms ook wat minder. Wel altijd goed geschreven en een plezier om te lezen.