Columnist Roos Schlikker fileert het nieuws. Soms met een scalpeltje, af en toe met een slagersmes. En soms haalt ze hakbijl te voorschijn.

STEUN RO

“Laat ik vooropstellen dat ik het verschrikkelijk vind, een kind dat ongeneeslijk ziek is…”

In het Radio 1-programma De Ochtend discussieerde Carla Dik-Faber, Kamerlid van de ChristenUnie, vanmorgen over de vraag of euthanasie ook in Nederland op kinderen mag worden toegepast. Het Belgische Parlement stemt vandaag vermoedelijk voor een verruiming van de euthanasiewet, waardoor België straks het eerste land ter wereld is zonder minimumleeftijd voor euthanasie. Ernstig zieke kinderen die dood willen, mogen, mits hun ouders toestemmen, daar straks dus ook gaan.

In Nederland ligt de grens op twaalf jaar. Dat betekent dat we tegen kinderen die dood- en doodziek zijn, veel pijn hebben en uitzichtloos lijden zeggen: “Helaas, Jobje, je bent weliswaar tien, je hebt de geestelijke bagage van een twintiger, we geloven heel erg dat je er genoeg van hebt en klaar bent om te sterven, maar ja… t is verboden. Jouw stem telt niet.”

“Laat ik vooropstellen dat ik het verschrikkelijk vind, een kind dat ongeneeslijk ziek is…”

Natuurlijk is mevrouw Dik-Faber tegen kindereuthanasie, want haar partij houdt überhaupt niet zo van euthanasie. Ik heb weliswaar persoonlijk moeite met dat standpunt, maar op zich mag je het hebben. Wat ik er alleen zo lastig aan vind, is dat deze dame met oneigenlijke argumenten probeert het hele woord euthanasie ver van haar bedje te houden.

Iedere vraag die ze gesteld krijgt, beantwoordt ze met: “Laat ik vooropstellen dat ik het verschrikkelijk vind, een kind dat ongeneeslijk ziek is…” Om vervolgens te roepen dat euthanasie natuurlijk geen optie is. En dat het ook helemaal niet nodig is. Want wij hebben de grens nu eenmaal vastgesteld op twaalf jaar. En er zijn hele fijne hospices voor kinderen. En er bestaat ook reuze goede pijnstilling. Dus dan hoef je toch niet dood?

En wat als je dat wel wenst? Want je kunt pijnstillen wat je wil, je kunt een zee aan gezellige kaarsen branden rond een bedje, je kunt een kind bedelven onder teddyberen, het helpt allemaal niet bij ondraaglijkheid. Ik schreef er geregeld over. Hier bijvoorbeeld. En hier. En in dit boek over Bente, een meisje dat nog niet eens kon praten maar dat, al was ze verslaafd aan morfine, wel degelijk afschuwelijk heeft geleden, evenals haar ouders. Kom bij hen niet aan met mooie praatjes over alternatieven voor euthanasie. Uitzichtloos lijden heet niet voor niets uitzichtloos.

En dat het bij Bente, een kind dat nog niet eens in staat was zich verbaal te uiten, moeilijk lag, daar valt nog in te komen. Maar nemen wij werkelijk de vaak zeer goed beargumenteerde doodswensen van kinderen die al kunnen praten of schrijven niet serieus? Zeggen we dan echt: "Ah joh, euthanasie hoeft niet, we hebben nog wel een pilletje en een fijn bed in een heel mooi sterfhuis."?

“Laat ik vooropstellen dat ik het verschrikkelijk vind, een kind dat ongeneeslijk ziek is…”

Mevrouw Dik-Faber, stélde u dat feit nou maar voorop. Ja, ik weet dat u het heel erg vindt. Ik geloof dat ook. Maar door wat u gelooft, verandert er niets. En dat vind ik nou verschrikkelijk.

(luister het interview op Radio 1 hier terug).

    Roos Schlikker begon ooit als financieel journalist maar dat was een vergissing. Nu schrijft ze interviews en reportages over alles behalve stropdassen, volgens collega’s met een voorliefde voor de moderne (stads)mens. Doet mee aan 'Wie is de Mol'. Op Reporters Online publiceert ze columns.