Het staat al jaren op mijn verlanglijstje: skydiven. Het kwam er maar steeds niet van, terwijl ik het dichtbij huis kan doen. Een lichte vrees voor het onbekende weerhield me. Op een mooie dag trok ik de stoute schoenen aan en maakte een afspraak met Danny Vink van Skydive Ameland.

STEUN RO

“Ben je er klaar voor?”
“Jeanet, ben je er klaar voor?” Het is Danny die de vraag stelt en hij verwacht geen ‘nee’.  Niet dat ik van plan ben ‘nee’ te zeggen, want nu ik eenmaal zover ben heb ik er zin in. Voor de gelegenheid mag ik een stoere rode overall aantrekken. Met een harnas om het lijf en een bril om m’n nek, lopen we naar ‘de kist.’ Luuk de Kok is onze piloot en Danny mijn tandemmaster. Bij het vliegtuigje krijg ik instructies over kin omhoog, holle rug, armen in vleugelstand of juist de handen aan je harnas. Als ik maar niet vergeet wanneer ik mijn hoofd in de nek moet gooien of mijn handen in mijn knieholten moet steken. Vanwege de zenuwen – ondanks het plezier dat ik heb dat het er nu eindelijk van komt, vind ik het spannend – dringen de woorden nauwelijks binnen. Ik verlaat me op mijn tandemmaster: hij zal me wel leiden.

De slenken van Ballum
Luuk start de motor en brengt ons in de lucht. Wat volgt is een adembenemende vlucht boven het eiland. Het is een mooie dag, niet kraakhelder maar de einder oogt ver. Terschelling en daarachter Vlieland is te zien. De robbenplaat blinkt in het zonlicht en lijkt veel dichter bij Ameland te liggen dan ik dacht. We draaien over het groene strand bij Ballum en ik zie de slenken voor het Ballumer strand. De eb- en vloedstroom maken daar een schitterend gebied dat helemaal geen stiefkind is omdat het geen badstrand heeft. Bekijk het maar eens van boven. We kunnen honderd kilometer ver kijken en zien het Lauwersmeer, witte wolkjes en verder weg nog een stukje Groningen stad. Schiermonnikoog ligt onder ons en in het blauw van de zee zien we Borkum en flarden van Memmert, Juist en Norderney.

Luuk maakt een draai en laat ondertussen het toestel klimmen. Oost-Ameland ontvouwt zijn schoonheid, zoals je het zelfs vanaf de Oerderblinkert nooit ziet. Een hoge toren weerkaatst de zon en verraadt waar Leeuwarden ligt. De half twaalf boot doorkruist de Waddenzee en is bijna bij Nes. Boven het Oerd zien we plots nog een toestel, die zijn weerschijn over het water mee laat vliegen. Luuk laat één vleugel wat zakken, zodat we het nog beter kunnen zien. Daarna trekt hij op richting het westen. Ik beleef een magnifieke vlucht, die nog maar de amuse is van een allerverrukkelijkste dis.

Drie kilometer
Dan begint Danny wat te schuiven om de vier haken in de ogen van mijn harnas vast te zetten. We naderen de 3000 meter en op die hoogte gaat de motor uit en de deur open. “Waarom wil ik dit?” schiet angstig door me heen. Een paar seconden later heb ik daarop het antwoord. Mijn linkervoet zet ik op het stapje, gevolgd door mijn rechter. Danny neemt de regie en schuift me naar buiten. We vallen en de wind buldert rond mijn oren.  Ik heb geen concentratie om te kijken wat ik zie en val die eerste seconden alleen maar. Dan komt het genieten. Ik geef me over aan de vrije val, kan kijken en de beelden binnenlaten. Hier deed ik het voor, dit wilde ik zien en beleven en ik ben dolblij dat ik door mijn angst heen ben gesprongen.

We stevenen af op alle verschillende tinten van de weilanden en tuinen, de duinen, wegen en de dorpen. De mooiste kleur is die van het Noordzeewater: tropisch turkoois bij het strand van Ballum en overlopend naar diep blauw, daar waar de Noordzee dieper is. De hele vlucht is geweldig, de sprong is onbeschrijfelijk, maar de kleur van de zee is het allermooiste dat ik zag.

Wiegen op de wind
Na dertig seconden gaat de parachute open en het meest verwonderlijke is de stilte, de kalmte van het wiegen op de wind. Zo dobberen we enkele minuten rond, maken een bochtje naar links en een naar rechts en naderen uiteindelijk het vliegveld. Dan gaat het opeens heel snel en kan ik de grassprieten van de landingsbaan steeds beter onderscheiden. Op slechts een paar meter van de hangar hobbelen we op onze billen tot stilstand. Dit was de eerste, maar vast niet mijn laatste sprong.

Parachutespringen
Valschermspringen of parachutespringen of is een andere tak van sport dan skydiven. Parachutespringen verwijst naar het static-line springen, waarbij de springer met een lijn vastzit aan het vliegtuig. Zodra hij springt opent deze lijn vrijwel direct de parachute. Er is dus geen vrije val. Static-line springen gebeurt meestal van relatief lage hoogtes: tussen de 600m en 1500m. Parachutespringen gebeurt tegenwoordig veel met matrasparachutes, maar het wordt ook nog met de ronde parachutes gedaan. Het leger maakt gebruik van ronde parachutes, omdat die geschikter zijn om grote groepen mensen op lage hoogte vlak achter elkaar te laten springen.

Skydiven
Skydiven is het Engelse begrip voor het vrije val parachutespringen. Er wordt van grote hoogte gesprongen, 3000 tot 3800 meter, met eerst een vrije val, waarna de springer zelfstandig de parachute opent. In Nederland worden zo’n 85.000 sprongen per jaar gemaakt.

Zingende vogels
“Skydivers know why the birds sing.” Het is een citaat van een anonieme skydiver. Een skydiver ziet de wereld vanuit vogelvlucht perspectief, net als een vogel, zonder de bescherming van een vliegmachine. Je herontdekt je eigen wereld, omdat je hem hoort, voelt en ziet zoals je hem nog nooit ervoer. Dat geldt althans voor de eerste sprong. Met elke volgende luchtduik zie je nieuwe details in het landschap, waardoor elke sprong een belevenis is. Maar de eerste blijft je altijd bij.

Het hele citaat is trouwens: “Only skydivers know why the birds sing. They never have to pack a parachute.” Het delicate werk van het parachutevouwen hoef je als recreatief springer niet te doen. De instructeur doet het voor zichzelf en jij mag mee. De tandemmaster draagt de 25 kilo parachute in een rugtas en de duospringer draagt een overall en harnas. Bij een duosprong of tandemsprong zit je met vier haken aan je instructeur gekoppeld.

Skydive Ameland
Op Ameland wordt vanaf 3000 meter hoogte gesprongen. Om te beginnen vlieg je boven het eiland, van west naar oost en weer terug of andersom, afhankelijk van de windrichting. Wie gaat springen krijgt dan ook ‘a jump with a view.’ De eerste halve minuut val je vrij, met een snelheid van 200 km per uur. Op de helft, op 1500 meter boven het zand van Ameland, gaat de parachute open en daal je langzaam naar het eiland. De parachutist kan sturen met stuurlijnen die op de achterkant van de parachute bevestigd zitten. Het duurt enkele ongelooflijk mooie minuten voor je met je billen op het vliegveld bij Ballum zit.

Jeanet de Jong is journalist op Ameland voor Persbureau Ameland en YouTube kanaal Ameland Vandaag, correspondent voor diverse media, uitgever en verteller van de vertelgroep Ameland Vertel! Ze schrijft over een grote diversiteit aan onderwerpen, haar hart ligt op de Wadden.