De UNESCO beslist op 12 juli of de Valongowerf in Rio op de Werelderfgoedlijst komt. Volgens de Braziliaanse commissie die de aanvraag voorbereidde staat de werf, waar honderdduizenden tot slaaf gemaakten aankwamen, als symbool voor menselijk lijden op hetzelfde niveau als Auschwitz.

STEUN RO

Toen de Valongowerf bij wegwerkzaamheden in 2011 ontdekt werd, besloot een van de betrokken archeologen een paar priesteressen van de Afro-Braziliaanse religie candomblé in te schakelen. Ze voelde dondersgoed aan dat er hier een voor Brazilië zeer belangwekkende en pijnlijke vondst was gedaan. De priesteressen voerden een reinigingsritueel uit dat het lijden van de slaven en hun nazaten moest genezen. Nog steeds worden de resten van de werf elk jaar op een zaterdag in juli ritueel gewassen.

“De Valongowerf is een plek waar een pijnlijke herinnering ligt, een herinnering die traumatisch is voor een groep Brazilianen – de nazaten van de slaven – en daarom voor het hele land”, verklaart Milton Guran, antropoloog en coördinator van de commissie, de vergelijking met Auschwitz. Volgens hem zijn er weinig plekken op de wereld die zo’n tastbare herinnering aan de slavenhandel zijn. “En niet alleen kwamen de tot slaaf gemaakten er aan. Alles wat met de handel te maken had speelde zich af in dat gebied. De huizen waar de slaven werden verkocht, de winkels die producten verkochten die met de handel te maken hadden en de plekken waar de zieken in quarantaine werden gehouden. De doden werden in massagraven begraven. Heel veel van de stoffelijke resten zijn nog niet opgegraven. Die liggen onder woonhuizen. Onlangs nog is het complete skelet van een jonge vrouw gevonden.”

De commissie heeft het onvoorstelbare leed dat de Afrikanen is aangedaan tot een van de pijlers van de aanvraag gemaakt. Commissielid, historica en Afrika-specialist Mônica Lima: “We hebben geprobeerd ons voor te stellen wat de mensen gevoeld hebben. De verschrikkingen van de overtocht, de angst voor wat er komen gaat, de mishandelingen en de scheiding van de dierbaren. En dan het ergste: gedwongen leren slaaf te worden.

Afrikaanse erfenis: offerande voor Iemanjá. Beeld: Ierê Ferreira

Kinderen tussen 11 en 14 jaar

We hebben talloze verslagen van buitenlandse reizigers uit de negentiende eeuw erop nageslagen. Die zijn fundamenteel geweest voor de onderbouwing. In veel andere landen was de slavernij al afgschaft, Brazilië deed dat pas in 1888. De reizigers gruwden van de wreedheid die ze zagen. Ze zagen ook dat er onder de slaven veel kinderen tussen de 11 en 14 jaar waren. Dat had er waarschijnlijk mee te maken dat de druk op Brazilië om het voorbeeld van andere landen te volgen en de slavernij af te schaffen toenam. Als je kinderen tot slaaf maakte, had je er langer profijt van.”

Een andere pijler onder de UNESCO-aanvraag is het verzet tegen de onderdrukking van de bevolking van Afrikaanse oorsprong en de trots op de eigen cultuur, zoals de tempels van de candomblé, die een belangrijke functie vervulden bij het opnieuw vormgeven van het leven toen de slavernij eenmaal was afgeschaft. Een derde element zijn de vele culturele activiteiten die de Afrikaanse bevolking nog steeds organiseert in het gebied rond de Valongowerf, dat Klein Afrika wordt genoemd. Lima: “De laatste tien, twintig jaar is er een duidelijke opleving geweest van die activiteiten. Je ziet in het gebied een vitale energie die belangrijk is voor de stad Rio. Op geen enkele plek in Brazilië kom je mensen uit zoveel verschillende gebieden in Afrika tegen als in Rio.” (Rio ontving vooral slaven uit wat nu Angola en Congo is, West-Afrikaanse slaven uit het grondgebied van het huidige Ghana, Ivoorkust en Nigeria werden naar het noordelijker gelegen Salvador gebracht, en aan het eind van de slavernij, WU).

HONING in wiens mond?

Parallel met de UNESCO-aanvraag loopt het idee om een museum op te richten om het Afrikaanse erfgoed van Brazilië te eren. “Dat had al lang gebeurd moeten zijn”, aldus Lima. Er zijn duizenden voorwerpen opgegraven die al heel lang liggen te wachten op een bestemming.” Volgens haar en Milton Guran moet er een landelijk museum komen met een internationale uitstraling. De slavernij van Afrikanen was tenslotte een grote internationale, transatlantische handel.

Maar nu is tot ontzetting van velen de gemeente Rio met het Museum voor Slavernij en Vrijheid op de proppen gekomen. In het Portugees heet het museum MEL ofwel Museu da Escravidão e Liberdade, en ‘mel’ betekent honing. Dat viel zodanig verkeerd, dat de wethouder van cultuur, Nilcemar Nogueira, het voorstel niet langer ter kennisname aan de bevolking voorlegt maar dat ze nu openstaat voor discussie.

Bloemen voor Iemanjá. Beeld: Ierê Ferreira

De prestigieuze zwarte publicist Nei Lopes maakte gehakt van het idee, in een column getiteld Slavernijmuseum heet nu HONING, in wiens mond? Een deel ervan: “Hoe kun je nu de permanente expositie van een holocaust, die tot op de dag van vandaag repercussies heeft, HONING noemen? Het slavernijsysteem, geïnitieerd door de Portugezen, verschilde fundamenteel van die ‘huisslavernij’ die in Afrika bestond. In dat nieuwe systeem, vanaf de zestiende eeuw, werd de slaaf als handelswaar gebruikt, om aan de behoeften van Europa te voldoen en de industriële ontwikkeling van de Amerika’s in gang te zetten. En dat zeg ík niet. Ik deel alleen maar wat geloofwaardige auteurs hebben gezegd, Afrikanen, Amerikanen en Europeanen als Basil Davidson, Walter Rodney, Eugénio Ferreira, Elikia M’Bokolo et cetera. In de commerciële slavernij heeft de dorst van de Portugezen om zo snel mogelijk rijk te worden, heeft de groeiende vraag naar arbeidskrachten in Brazilië en West-Indië, met betrokkenheid van Afrikaanse chiefs, Afrikaanse volkeren in chaos gestort en geruïneerd. De handel in mensen die werden gereduceerd tot slaaf werd met een nooit eerder vertoond geweld uitgevoerd, schreven de eerder aangehaalde auteurs. Wat is dat dan voor honing?”

Volgens Milton Guran moet het museum gewoon de naam Museu de Valongo krijgen en volgens filosofe en sociaal wetenschapster Helena Theodoro het museum voor Afrikaanse Erfenis. Toen zij dat voorstelde op een bijeenkomst op de Federale Universiteit van Rio de Janeiro om over het Museum voor Slavernij en Vrijheid te discussiëren, viel haar een enorm applaus ten deel. “De zwarten hebben Brazilië opgebouwd en dat is tot nu toe categorisch ontkend in de geschiedenisboeken”, betoogde ze. “De Afrikaanse erfenis is groot en divers omdat er Afrikanen uit meerdere delen van Afrika hier naartoe werden gebracht. En daarom moet het Het Museum van Afrikaanse Erfenis worden.”

Dit is deel 4 van de serie Black Power in Rio. Deel 1 gaat over de geschiedenis van de slavernij in Brazilië  en deel 2 over de emancipatie van zwarten in de hedendaagse Braziliaanse maatschappij. Deel 3 gaat over de ontwikkeling van de samba, een belangrijke Afrikaanse erfenis. 

    Wies Ubags (1962) werkt vanuit Brazilië voor oa het ANP. Ze is ook te horen op de Nederlandse en Belgische radio (vooral BNN, WNL en VRT).  Ze schrijft over ambitie in Latijns Amerika, in het klein en in het groot. Economische onderwerpen krijgen veel aandacht.