Hoewel de Nederlandse partijpolitiek soms een storm in een glas water lijkt, had het Binnenhof met Pim Fortuyn een Europese primeur: het geheel nieuwe rechtsconservatieve gedachtegoed dat hij in introduceerde is inmiddels naar menig parlementsgebouw uitgewaaierd. Jouke Huijzer bespreekt Merijn Oudenampsens onderzoek naar de herkomst van deze ‘nieuwrechtse’ ideologie en zoekt naar tekenen die wijzen op een vergelijkbare ideologische verschuiving aan de linkerzijde van het politieke spectrum.

STEUN RO

Als iets de politieke gemoederen sinds begin deze eeuw onophoudelijk heeft beziggehouden, dan is het wel de opkomst van radicaal rechts. Van Fortuyn tot Verdonk en van Hirsi Ali tot Wilders en Baudet, de ontwikkeling van nieuwe rechtse politieke geluiden wordt telkens zo breed mogelijk uitgemeten in de landelijke media. De geïnformeerde mediaconsument weet zo dat de opkomst van rechts vooral te maken moet hebben met de groeiende kloof tussen hoog- en laagopgeleiden. Grote maatschappelijke veranderingen zoals globalisering creëerden hoogopgeleide winnaars en laagopgeleide verliezers – waarbij de laatste groep geneigd blijkt om op anti-establishmentpartijen als de SP, maar toch vooral op de PVV te stemmen. In dit narratief zijn het met name laagopgeleiden die tegen migratie, tegen multiculturalisme en tegen de EU zijn, maar is hun weerstand jarenlang genegeerd door de gevestigde partijen. Daar komt nog eens bij dat onze democratische instituties vrijwel volledig door hoogopgeleiden worden gedomineerd, waardoor laagopgeleiden nog verder worden gemarginaliseerd. Het ongemakkelijke gevolg van de zo ontstane ‘diplomademocratie’ is dus dat politieke elites tegen hun wil tegemoet moeten komen aan de standpunten van laagopgeleiden om nog een beetje representatief te kunnen blijven.

Not quite so, betoogt Merijn Oudenampsen in de handelseditie van zijn proefschrift De conservatieve revolte. Niet alleen valt er methodologisch het een en ander aan te merken op bovenstaande analyse – zo was ook de meerderheid van hoogopgeleiden in 2005 tegen de Europese grondwet, lag hun opkomst altijd al hoger bij verkiezingen en bekleedden zij altijd al meer politieke ambten. Belangrijker nog, veel van de veranderingen van het begin van dit millennium waren helemaal niet de uitkomst van een groeiende trend. Tot de opkomst van Fortuyn was er nauwelijks een afkeer van de multiculturele samenleving in de publieke opinie waarneembaar. Pas tijdens de Fortuyn-revolte kwamen er ideeën naar voren die daarvoor slechts in relatief marginale intellectuele kringen besproken werden en politiek nauwelijks significant waren.

We kunnen ons dus afvragen of Pim Fortuyns succes werkelijk verklaard kan worden vanuit de gevoelens van onbegrepen kiezers, die bij Fortuyns opkomst dachten: hij zegt wat ik denk. Oudenampsen suggereert dat de manier waarop Fortuyn zich in het politieke spectrum positioneerde zijn kiezers juist hielp hun opvattingen politiek te articuleren. In Oudenampsens benadering is politiek geen eenrichtingsverkeer waarbij politieke elites de vaststaande opvattingen van hun kiezers vertegenwoordigen, maar eerder een wisselwerking waarbinnen politici en media de standpunten van hun electoraat mede vorm en betekenis geven. De Franse socioloog Pierre Bourdieu merkte al op dat wanneer mensen zich politiek uit proberen te drukken, zij meestal gebruikmaken van beschikbare posities in het maatschappelijk debat. Fortuyn slaagde er dus vooral in om een nieuwe positie in het Nederlandse politieke debat beschikbaar te maken, waar andere partijen vervolgens op moesten reageren. Daarmee was de Fortuyn-revolte niet zozeer de uitkomst van steeds verder opborrelende politieke sentimenten, als wel een succesvolle politieke strategie om een radicaal-rechtse positie in het maatschappelijk debat te lanceren en te populariseren.

Oudenampsen houdt een overtuigend pleidooi voor de onmiskenbare rol van ideeën en ideologie in de Nederlandse politiek. Willen we de verandering in ons politieke klimaat begrijpen, dan is het niet afdoende om globaliseringsprocessen te bestuderen of om uitsluitend onze toevlucht te nemen tot surveyonderzoek. De standpunten van kiezers komen niet uit de lucht vallen, maar worden mensen actief aangepraat door media en politiek. Oudenampsen laat zien hoe een hele ideologische machine werd opgetuigd om de invloed van het nieuwrechtse wereldbeeld te vergroten: van de inmiddels ter ziele gegane Edmund Burke Stichting tot de ‘tendentieus, ongefundeerd en nodeloos kwetsende’ blog GeenStijl die inmiddels binnen de Telegraaf Media Groep is ingebed tussen vergelijkbare rechtse mediaplatforms.