Nieuwe asielzoekers werden in de eerste maanden van de coronacrisis opgesloten in een militaire kazerne in Groningen. “Het is alsof ze dachten: Het is oké, het zijn vluchtelingen.” Een terugblik.

STEUN RO

Ali (gefingeerde naam) is een begin-twintiger uit Jemen. Ruim een jaar geleden vroeg hij asiel aan in Nederland. Nu woont hij in het asielzoekerscentrum in Sneek. Hij is tevreden met de opvang en heeft veel vertrouwen in de medewerkers van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Hij is ook een van de 28 azc-bewoners die begin mei positief werden getest op COVID-19.  Ali zit al een paar dagen in isolatie op zijn kamer. Gelukkig voelt hij zich goed.

Op 13 mei hoort hij dat hij elders in quarantaine moet. En snel ook: binnen dertig minuten moet hij klaarstaan voor vertrek. Buiten wacht een bus. Er staan agenten en beveiliging, ingepakt in de beschermende ruimtepakken die je dagelijks op tv ziet. Ali weet niet waar hij naartoe gaat.

Een paar uur later beseft hij tot zijn verbijstering dat hij is opgesloten in een militaire kazerne in het Groningse plaatsje Zoutkamp. Hij deelt een kamer met zes anderen die positief zijn getest. De aangrenzende gang is afgesloten met twee deuren. Ali: ‘Ons werd verteld dat er buiten militairen waren. Ik was sprakeloos. Voelde me verraden. Ik heb het COA altijd vertrouwd. Het was alsof ik een crimineel was, alsof ik in een gevangenis zat.’

Tussen 20 maart en 25 mei verbleven in Zoutkamp de mensen die in Nederland asiel willen. Ze zijn grofweg in te delen in twee groepen: eerst ging het vooral om mensen die net in het land waren, daarna volgde een groep van zo’n zestig bewoners van het azc in Sneek.

Hoe ging Nederland aan het begin van de coronacrisis om met nieuwkomers? Een terugblik in drie fases.

Fase 1: Black box (15 maart tot 22 april)

Het is 15 maart. Staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Justitie en Veiligheid) schrijft in een Kamerbrief dat nieuwe asielzoekers voorlopig niet worden toegelaten in opvangcentra van het COA. Haar redenering: we weten niet welke route deze mensen hebben afgelegd en dus ook niet of ze besmet zijn met het coronavirus. Nieuwkomers lijken te kunnen fluiten naar een dak boven hun hoofd.

Een paar dagen later draait de staatssecretaris bij. Ze stuurt de Kamer opnieuw een brief, nu met het nieuws dat nieuwe asielzoekers vanaf 20 maart onderdak krijgen in een militaire kazerne in het Groningse plaatsje Zoutkamp. Het wordt een soort semi-vrijwillige opsluiting: wie opvang wil mag het terrein niet verlaten.

Bewoners kunnen voorlopig ook geen asielaanvraag indienen, want Broekers-Knol wil de contacten tussen asielzoekers en de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) beperken. In eerste instantie gelden de maatregelen tot 6 april, in de kazerne is plaats voor maximaal 210 mensen.

Willem Lodewijk van Nassau-kazerne

Waar komen nieuwe asielzoekers vanaf dan terecht? Een woordvoerder van Defensie geeft per mail wat context. Normaal wordt het gebied rondom de Willem Lodewijk van Nassaukazerne – zoals de plek in de jaren tachtig is gedoopt- vooral gebruikt als militaire trainings- en opleidingsplek. Bij de kazerne ligt een trainingsterrein en een militair ‘oefendorp’. Marnehuizen heet het.

De woordvoerder schrijft dat het terrein ‘normaal’ kan worden gebruikt. Wel is het aantal oefeningen Defensie-breed ‘drastisch afgenomen’ sinds de uitbraak van het coronavirus. Asielzoekers verblijven in een afgebakend gebied: het is niet de bedoeling dat ze doordringen tot plekken waar Defensie hen niet wil hebben. Het ministerie van Justitie en Veiligheid is verantwoordelijk voor hun opvang.

Rumoer

6 april verstrijkt. Parallel aan de verlening van zo’n beetje elke coronamaatregel blijft ook de noodopvang open. Dat leidt tot steeds meer rumoer, ook omdat het ministerie nauwelijks buitenstaanders toelaat. Asieladvocaten trekken aan de bel in Trouw omdat de kazerne potdicht zou zitten. Martijn van der Linden, woordvoerder van Vluchtelingenwerk Nederland, noemt de kazerne halverwege april zelfs een ‘black box’. Oké medewerkers mochten even naar binnen om posters met daarop contactinformatie te plakken, maar daarna blijft het stil. Geen enkele bewoner meldt zich bij de hulporganisatie, die het liefst directe toegang tot de kazerne wil.

’Er zitten daar mensen die net in Nederland zijn en geen idee hebben waar ze aan toe zijn’, zegt Van der Linden dan. ‘Als we niks van hen horen, gaat er iets niet goed. Wij weten niet of er mensen zijn die denken: ik heb niks misdaan, maar ik zit hier wel vast, ik wil naar de rechter stappen. In andere centra is een onafhankelijke partij aanwezig voor allerlei vragen over rechten en plichten, waar mensen ook hun zorgen kunnen uiten. Daar is het aantal vragen bijna niet te bolwerken.’

Wankel

De onderbouwing van de vrijheidsbeperking in Zoutkamp is bovendien wankel. ‘De juridische grondslag is onduidelijk’, zegt Lieneke Slingenberg, universitair hoofddocent migratierecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam er halverwege april over. ‘Volgens de Vreemdelingenwet mag je de vrijheid beperken als de openbare orde of de nationale veiligheid dat vordert. Maar dan moet je wel kunnen uitleggen waarom die maatregel nodig is.’

Een woordvoerder van het ministerie van Justitie en Veiligheid beroept zich op de bescherming van de volksgezondheid ten tijden van een pandemie: ‘Wij vinden het geen goed idee dat vreemdelingen zomaar in en uit kunnen lopen. Je weet niet waar ze vandaan komen.’ Slingenberg vindt dit niet overtuigend: ‘Reizigers die terugkeren uit New York (in april nog een corona-brandhaard) wordt gevraagd om vrijwillig twee weken in quarantaine te gaan. Dus waarom zou je asielzoekers dan opsluiten? Bovendien zitten mensen daar al langer dan twee weken.’

De ministerie-woordvoerder zegt dat bewoners juist vrij zijn om de kazerne te verlaten, maar dat ze daarna wel hun recht op opvang in Zoutkamp kwijt zijn. Volgens deze redenering wordt onderdak eerder een gunst  dan een mensenrecht. Slingenberg: ‘Mensen met een sociaal netwerk in Nederland kunnen misschien vertrekken. Voor anderen geldt dat niet. Als eigen opvang alleen een theoretische mogelijkheid is, is die vrijheidsbeperking niet ineens juridisch houdbaar.’

Militaire wachtkamer

Daarbij kunnen de bewoners van de kazerne in die eerste weken geen asielaanvraag doen. De datum van zo’n aanvraag is nogal belangrijk, want die wordt later ook de ingangsdatum van je verblijfspapieren. Na vijf jaar kom je in aanmerking voor een permanente verblijfsvergunning en na zes maanden mag je beperkt werken. Slingenberg vertelt dat de asielaanvraag in principe kan worden ingediend door een krabbel op een formulier.

Er is halverwege april wel enige doorstroom vanuit Zoutkamp naar reguliere azc’s, maar precieze aantallen zijn onduidelijk. Vijf weken na opening is de kazerne in ieder geval een soort wachtkamer voor de Nederlandse asielprocedure. Een gemilitariseerde omgeving waar ook vluchtelingen uit oorlogshaarden als Syrië en Jemen zitten.

Trek een nummertje en neem rustig plaats. Er zijn nog tientallen wachtenden voor u.

(Afbeelding: Roel van Beek)

Fase 2: Verlichting (23 tot 13 mei)

VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR komt de kazerne wel in en deelt haar bevindingen op 23 april, ruim een maand na opening. Die zijn niet mals. Een delegatie treft gefrustreerde bewoners met behoefte aan meer informatie, onder meer over de duur van hun opsluiting. UNHCR vraagt de staatssecretaris om bewoners zonder corona-klachten zo snel mogelijk over te plaatsen naar reguliere centra. Ook wil de organisatie dat nieuwkomers gewoon een asielaanvraag kunnen indienen.

Dezelfde dag nog stuurt staatssecretaris Broekers-Knol een brief naar de Kamer: de bewoners van de kazerne kunnen voortaan sneller door naar de reguliere opvangcentra. Ook kunnen asielzoekers voortaan al voordat ze de deuren van de kazerne doorgaan een asielaanvraag indienen. De woordvoerder van het ministerie van Justitie en Veiligheid meldt later dat er vanaf dan dagelijks tien tot twintig mensen worden overgeplaatst.

Degene die het langst in de kazerne zat, verbleef er uiteindelijk zes weken.

Vluchtelingenwerk krijgt alsnog toegang, dus medewerkers houden op de valreep spreekuur in Zoutkamp. ‘We maakten ons best wel zorgen, we waren bang dat er grote wanhoop was onder bewoners’, zegt woordvoerder Van der Linden. ‘Maar de indruk van mijn collega’s was dat er toch veel begrip was voor de situatie. Misschien had dat er ook mee te maken dat er op een gegeven moment mensen vertrokken naar de reguliere opvang. Het helpt natuurlijk enorm om in elk geval perspectief te hebben.’

Daar lijkt het de groep bewoners die volgt nou net aan te ontbreken.

Fase 3: Quarantaine (13 tot 25 mei)

Corona breekt uit in het azc in Sneek en de noodopvang in Zoutkamp wordt adhoc ingericht als quarantainelocatie. In Sneek is geen ruimte om zestig personen af te zonderen: ruimte die de Groningse kazerne wel biedt. Eerst worden de laatste bewoners overgeplaatst naar andere centra, daarna kan de groep uit Sneek naar binnen. Dit zijn mensen die langer in Nederland verblijven en dus wel lijntjes hebben naar advocaten, hulporganisaties en journalisten.

De mensen die vanaf dan in de kazerne zitten lijken nauwelijks te weten waar ze aan toe zijn. Zo ook Ali, die zich belazerd voelt. ’Natuurlijk had ik er begrip voor gehad als het COA van tevoren had gezegd: ‘We brengen jullie naar een militaire basis in Zoutkamp. Het is geen fijne plek, maar heb alsjeblieft geduld’, zegt hij via de telefoon. ‘Normaal heeft het COA het beste met ons voor.’ Nu heeft hij het gevoel dat het COA zich plots tegen hem keert.

Ali vertelt dat hij vanaf dag vier een paar keer per dag mag luchten. Hij ziet stevig bewapende militairen achter de hekken. Via WhatsApp stuurt hij foto’s om zijn verhaal kracht bij te zetten. Hij heeft zijn verblijf goed gedocumenteerd. Zowel Ali als een andere man die in Zoutkamp verbleef, vertellen dat hen is gezegd dat er op hen zou worden geschoten als ze het terrein zouden verlaten.

Zorgen

Een woordvoerder van het COA wil dit bevestigen noch ontkrachten: ‘Dat heb ik niet zo gehoord, maar dat wil niet zeggen dat het niet zo door mensen is begrepen. Ook voor ons waren het geen normale omstandigheden. Ik kan me voorstellen dat bewoners zorgen hadden en vragen stelden aan medewerkers. Dat er toen is uitgelegd dat het een militaire locatie is met richtlijnen die niet gebruikelijk zijn op een gewoon azc. Dat ze geen gevaar liepen zolang ze zich aan de afspraken hielden die op het terrein gelden.’

Ze erkent wel dat mensen van tevoren bewust niet is verteld dat ze naar Zoutkamp gingen: ‘Het was een ingewikkelde situatie waarin heel veel dingen tegelijkertijd gebeurden. We waren bang dat er paniek zou uitbreken of dat mensen de benen zouden nemen.’ Ook erkent ze dat de bewoners oog in oog stonden met militairen. ‘Het leger had geen rol in de beveiliging, maar de militairen waren wel zichtbaar.’

Ali vertelt dat vertrouwen in het COA een deuk oploopt. De quarantaine leidt bovendien tot angst en paranoia in zijn gang. ‘Sommigen zeiden: ‘Ik denk dat we hier naartoe gebracht zijn omdat ze willen dat we hier sterven, niemand weet dat we hiernaartoe zijn gebracht.

Hij vertelt hoe een van zijn kamergenoten heftige COVID-19-verschijnselen heeft: ‘Hij kon nauwelijks meer praten.’ Als een medewerker van de GezondheidsZorg Asielzoekers (GZA) zegt dat de rest van de groep hier geen extra gevaar door loopt- ze hebben het virus immers al onder de leden-, gelooft Ali hier geen snars meer van. Hij en zijn kamergenoten slepen hun bedden weg en trekken in bij de bewoners van een andere ruimte aan de gang.

Omdat Ali in Sneek al in isolatie zat, mocht hij Zoutkamp uiteindelijk na zes dagen verlaten.

‘Ik dacht dat iedereen gelijk is’

Op 25 mei is iedereen vertrokken en wordt de kazerne weer overgedragen aan Defensie. De woordvoerder van het ministerie van Justitie en Veiligheid zegt dat opvang in Zoutkamp niet ideaal is, maar wil niet uitsluiten dat er in de toekomst asielzoekers worden ondergebracht.

Ali: ‘Ik dacht dat iedereen gelijk is in Nederland. Ik besef me nu dat zelfs in Nederland mensen behandeld worden op basis waar ze vandaan komen.  Ik vraag me nog steeds af waarom ze zo met mij omgingen.’

‘Ik ben door allerlei landen getrokken om me een mens te kunnen voelen. Ik was alleen maar ziek, ik ben geen crimineel. Alsof ze dachten: ‘Het is oké, het zijn vluchtelingen.’

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Joost is freelancejournalist- en redacteur. Hij publiceerde onder meer in de Volkskrant, bij het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, Cultuurpers, het jeugdplatform van NU.nl en bij VPRO 3voor12. Onlangs maakte hij de korte film Achttien, over een jonge Gambiaan die als kind op Sicilië terechtkwam.