D66 gooide een koeienvlaai in het hoenderhok met het idee om ten behoeve van het stikstofprobleem de veestapel te halveren, en kreeg het ding keihard in het gezicht terug. Terecht, want op die manier wordt het probleem alleen maar vergroot, terwijl maatschappelijk draagvlak ontbreekt.

STEUN RO

“I want you to panic”, had Greta Thunberg de wereld al een tijd geleden toegeroepen. Die woorden hadden veel  Nederlanders, van klimaatspijbelaars tot groene politici,  ter harte genomen. Maar paniek bleek ook nu weer een bar slechte raadgever. Bij het eerste het beste concrete D66-voorstel, halvering van de nationale veestapel, stond het land op 1 oktober finaal op zijn kop. En niet alleen de boeren waren furieus, er bleek overduidelijk geen enkel maatschappelijk draagvlak te bestaan voor harde ingrepen in de landbouwsector als gevolg van falend overheidsbeleid. Indicatief was het dagelijkse radioprogramma Stand.NL, dat maar liefst tien maal zo veel reacties boekte als normaal, die met Noord-Koreaanse cijfers de staf braken over het idee.

Wat al die mensen voelden, was dat de flinkheid van D66, die de partij zelf als “het eerlijke verhaal” presenteerde, eerder een door milieuactivisten en bio-romantici aangestuurde, modieuze reactie was op de stikstofcrisis, die op zijn beurt niet veroorzaakt was door sjoemelende en kwaadwillige boeren, maar door laksheid, inefficiëntie en onwil van de overheid zelf. Zij doorzagen dat het idee van D66 in werkelijkheid een desastreus verkeerd en jegens de landbouwsector oneerlijk antwoord was op een slecht begrepen verhaal.

Poep en pies

Het valt ook niet mee, want van die zogeheten stikstofcrisis is zelfs de naam verkeerd. Stikstof op zich doet geen kwaad, we zwemmen er letterlijk in. Meer dan zeventig procent van de lucht om ons heen is stikstof. Het probleem zit hem in bepaalde verbindingen die stikstof met andere elementen aangaat, onder meer in het spijsverteringsstelsel van mensen en dieren.

Dit artikel lees je gratis. Als het bevalt kun je onderaan een kleine bijdrage doen, zodat ik dit soort artikelen kan blijven schrijven

Onder natuurlijke omstandigheden bestaat er een waardevolle stikstofkringloop: Gras groeit door voedingsstoffen uit de grond op te nemen, die daardoor minder vruchtbaar wordt. Dieren eten het gras, verteren het tot poep en pies die rijk zijn aan stikstofverbindingen als nitraat, ammoniak en ureum, en verspreiden die als uitwerpselen over het land. Het land wordt daar weer vruchtbaar van, zodat er nieuw gras op groeit. En daarmee is de cirkel rond.

Het gaat pas mis als er te veel dieren, bijvoorbeeld koeien, op een te klein oppervlak gehouden worden. Je moet dan aan de ene kant voer van elders importeren om al die koeien voldoende te eten te kunnen geven. En aan de andere kant van de koe hou je ook veel meer poep over dan het land en de planten erop kunnen gebruiken. Die overmaat stinkt, verzuurt de bodem en spoelt uit naar het grondwater, met allerlei nare gevolgen voor mens en natuur. Dit deel van het stikstofprobleem kennen we als het aloude mestoverschot, dat wordt verergerd doordat al die stikstofverbindingen ook uitdampen uit koeien, stallen en vaalten, en in de omgeving neerslaan.

Onaanvaardbaar

Maar ook allerlei industrieën en verbrandingsmotoren brengen stikstofverbindingen in de lucht, meer zelfs nog dan de hele landbouw doet. Ook die verbindingen slaan neer in de omgeving van waar ze geproduceerd worden en verstoren daar de samenstelling van de bodem. In natuurgebieden heeft dat de negatieve gevolgen voor de soortenrijkdom waarvan de Raad van State nu heeft gezegd dat ze niet langer aanvaardbaar zijn: De regering had immers zelf grenzen gesteld en beloofd die ook te gaan handhaven, maar daar kwam al tijdenlang niets van terecht.

Het acute stikstofprobleem is dus een direct gevolg van falend beleid, dat geen boer te verwijten valt. Maar het is, anders dan bijvoorbeeld de uitstoot van CO­2, ook een wezenlijk lokaal probleem, met gevolgen op korte afstand van de bron van overtollige stikstofverbindingen. Dat los je niet op door een globale maatregel als het halveren van de veestapel. Je gooit de gevolgen dan alleen maar bij de buren over de schutting en maakt er een veel groter en giftiger, wereldwijd probleem van.

Hoefafdruk

Dat zit zo. Het klinkt raar, maar het kleine Nederland is een van de grootste landbouwproducenten ter wereld. Het heeft bovendien zo ongeveer de meest efficiënte  landbouwsector op aarde – dat is overigens niets nieuws, het was in de zeventiende eeuw al zo. Bovendien is de Nederlandse landbouw ook een van de, zo niet dé, meest geavanceerde ter wereld.  Dat betekent onder meer dat er naar verhouding zeer milieuvriendelijk geproduceerd wordt. Anders gezegd: Nederlandse koeien hebben per kilo productie misschien wel de kleinste hoefafdruk ter wereld.

Wanneer al die efficiëntie alleen maar tot overproductie zou leiden, zoals wel gesuggereerd wordt, zouden de boeren hun groenten, granen en vlees aan de straatstenen niet kwijt kunnen. Maar dat is allerminst het geval, de handel floreert overal prima, en niet alleen binnen de EU. We zijn bijvoorbeeld al sinds jaar en dag de grootste leverancier van varkensbuiken aan Zuid-Korea en van bacon aan Groot-Brittannië. Wereldwijd stijgt de vraag naar vlees en andere producten, en die zal alleen maar verder stijgen. Om te beginnen blijft de wereldbevolking vooralsnog onstuimig groeien. Bovendien zijn honderden miljoen, zo geen miljarden mensen in gebieden als China, India, delen van Oost-Azië en Afrika voor het eerst bezig om aan de armoede te ontsnappen. Die gaan zich hun eerste(en volgende) biefstukje zeker niet laten ontzeggen, en al helemaal niet door een ideologisch doorgeslagen veganist, dierenactivist of milieuredder uit het Westen. Dat soort white supremacy, daar heeft echt helemaal niemand een boodschap aan.

Vele malen erger

Dat betekent dat als wij de productie drastisch inkrimpen, een macht aan nuttige kennis en vaardigheden, geld en banen onherroepelijk verloren gaat, terwijl het productieverlies elders in de wereld onmiddellijk zal worden gecompenseerd, maar dan wel op manieren waar de honden echt geen brood van lusten. Er valt nog veel aan te merken op de diervriendelijkheid van de Nederlandse veehouderij en op de omstandigheden in de bio-industrie in het algemeen, maar in landen als China  Oekraïne of Brazilië is het allemaal vele malen erger gesteld.

Bovendien lossen we op die manier zelfs het probleem van de overmaat aan stikstofverbindingen niet op, ook dat verplaatsen we alleen maar naar oorden waar men minder fijnzinnig met mens en natuur omspringt. Als wij dan – zonder kampvuur, fijnstof! – bij de ukelele’s van D66 en GroenLinks tevreden tussen de leegstaande boerderijen naar ons geredde bonte klaverzurinkje gaan zitten kijken, terwijl China horrorstallen bouwt en grote stukken extra Amazonewoud worden platgebrand om rundvee te huisvesten, mag je dat gerust immorele decadentie noemen. Hypocriet vandalisme.

Vleestaks

Laten we in vredesnaam verder kijken dan onze neus lang en ons vinexwijkje groot is. Laten we in plaats van zinloos een belangrijke tak van onze agro-industrie te vernietigen, ermee doen waar we goed in zijn en de wereld iets te bieden hebben: onze unieke kennis, ervaring en rijkdom gebruiken om echt toekomstbestendige oplossingen te bereiken. Dat kan door nu eindelijk snel en daadkrachtig te focussen op de lange termijn in plaats van ons nog langer te verliezen in vage beleidspraat, romantisch sentiment en kortzichtige flinksigheid. Door serieus te investeren, ook en vooral vanuit de overheid, in research, productontwikkeling, betere houderijsystemen en daadwerkelijk empirisch dierenwelzijnsonderzoek. Het soort onderzoek dat bijvoorbeeld gedaan werd binnen de inmiddels allang weer opgeheven, aan de Wageningen Universiteit verbonden Animal Sciences Group in Lelystad. Dat is onderzoek waar dieren én mensen wat aan hebben. Het geld daarvoor zou desnoods kunnen komen uit een specifiek daartoe ingestelde binnenlandse vleestaks.

Dat vraagt ook een extra inspanning en een extra coöperatieve instelling van de boeren, die nog wel eens wat te sceptisch en wantrouwend willen zijn. Daarnaast moeten we  wellicht ook accepteren dat in een klein, superdruk land als het onze niet elke korenwolf gered kan worden. Nederland is allang een groot park, waarin we met ons allen in 160 Natura 2000-gebieden natuurtje spelen. Dat is leuk en goed, maar geen van de allerhoogste verordonneerde halszaak. Onze taak bij het behouden en verbeteren van de leefbaarheid van deze planeet – en daar gaat het om – zit hem evenzeer in zorg voor de natuur en het landschap als in bijdragen aan een goede en hoogwaardige voedselvoorziening voor onszelf en voor de rest van de wereld.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Taalkundige, schrijver, vertaler en wetenschapsjournalist @rik_smits_ @RikSmitsAuthor