Een reis naar het Absurdistan van William Campos. Mijn eerste dagen in Venezuela.

STEUN RO

“Maar Wies, jij snapt niet wat er in dit land gaande is. Het is gevaarlijk om met zo veel geld over straat te lopen. Weet je wel hoeveel biljetten dat zijn? Je kunt worden beroofd en het gaat er niet zacht aan toe hier. Ze schieten heel gauw.”

Mijn vriend William Campos in Caracas heeft het niet meer. We zijn aan het whatsappen tussen mijn woonplaats Rio en Venezuela over mijn aankomst op woensdag 2 december om bij de parlementaire verkiezingen te zijn. Hij heeft me aangeboden me op te halen op het vliegveld. Heel fijn, dan ben ik niet aan de notoir onbetrouwbare taxichauffeurs overgeleverd. Zijn schoonzus kan wel dollars wisselen voor bolívars, de sterk gedevalueerde Venezolaanse munt. Maar haar vraag aan mij is waar ze die dan kan storten. Storten??? Dat was bij mijn vorige reizen altijd contant, app ik, en dan slaat William op tilt. “Maar begrijp je dan niet”, etc etc. Ik begrijp het echt wel, maar ik heb geen keuze. Als je naar Venezuela gaat, moet alles cash. Wanneer je met jouw Nederlandse bankpas betaalt, wordt het bedrag tegen de officiële wisselkoers van 6,3 bolívar voor een dollar afgeschreven, maar als je op de zwarte markt dollars koopt krijg je zeker 750 bolívars voor een dollar. Wat doe je dus als je naar Venezuela gaat, je koopt dollars en die wissel je liefst via ‘een contact’ om niet het gevaar te lopen dat je wordt beroofd.

Accu’s niet te krijgen

Het probleem is bij dat cash geld dat er geen grotere coupures bestaan dan briefjes van 100. Wissel je 200 dollar, dan krijg je dus 150.000 bolívar in briefjes van 100 en vaak ook nog in briefjes van 50 of 20 omdat die van 100 schaars geworden zijn, zoals zo veel in Venezuela. Van rijst, vlees en eieren tot medicijnen, luiers, maandverband en auto-onderdelen. Accu’s: niet te krijgen.

Je loopt dus letterlijk met een zak geld over straat en dat is geen fijn gevoel. Maar ik weet William ervan te overtuigen dat het niet anders kan. Hij zal me afhalen van het vliegveld en we zullen langsrijden bij zijn schoonzus en de dollars wisselen.

En dan, als ik na een reis van wel 15 uur vanuit Rio helemaal via Buenos Aires doodmoe in Caracas arriveer, is William in geen velden of wegen te bekennen. Ik kan hem niet bellen en de Wifi van het vliegveld is heel zwak, dus whatsappen of een boodschap via Twitter lukt ook niet. Ik loop zenuwachtig zoekend rond door de aankomsthal en ben me er pijnlijk van bewust dat ik opval. Makkelijke prooi voor mensen met slechte bedoelingen. En die zijn er volgens William op het vliegveld volop. Hij heeft me op het hart gedrukt om met niemand te praten, en te wachten op hem, maar de tijd verstrijkt en hij is er gewoon niet.

Plan B

Er komt een man op me af die vraagt of ik met de taxi naar Caracas moet en ik leg hem uit dat ik wacht op een vriend. “Bel hem dan met mijn telefoon”, biedt de man aan. Ik bel. Geen gehoor. “Dan moet je een plan B bedenken”, oppert hij gevat. Ja, hij ziet de kassa natuurlijk rinkelen. Maar hij heeft ook gelijk. De kans is gewoon groot dat William helemaal niet meer komt opdagen. Er is iets gebeurd waardoor hij niet kon komen. Hij kon me niet waarschuwen omdat ik niet online was…. Ik zie me gedwongen de man te vertrouwen. Hij neemt gedecideerd mijn koffer in zijn hand en begint richting zijn taxi te lopen. Ik hobbel me vertwijfeld afvragend of dit niet heel erg dom is achter hem aan.

Als we in de auto zitten en hij zegt dat ik niet zo nerveus moet zijn, besluit ik de knop om te zetten. Ik ben hier nu, dit is de situatie, die man lijkt ok, het komt wel goed.

En inderdaad, hij rijdt me naar Caracas, ik vraag hem of hij iemand weet die geld kan wisselen. Ja, dat doet hij zelf. Het zal ook een keer niet. De dingen gaan altijd zo in Latijns Amerika. En zo beland ik in een donkere parkeergarage waar hij zijn auto naast een andere auto parkeert waar hij een zak met gebundelde biljetten uithaalt. Ik voel me alsof ik in een misdaadfilm zit. Hoe kan ik in godsnaam 1500 biljetten van 100 gaan tellen die samen 150.000 bolívar uitmaken? Ik zal hem moeten geloven. We rijden naar het hotel dat ik heb gereserveerd en nemen afscheid. Hij blijkt een Peruaan te zijn die al dertig jaar in Venezuela woont en een informaticabedrijfje had, dat hij moest opgeven, omdat het te weinig opbracht. Hij verdient zijn geld nu als taxichauffeur en wisselaar. Hij is een aardige sjacheraar. Ik heb er een contact bij.

Ubags Williams 051215

270 briefjes van 100

Zo begint mijn eerste middag in Caracas, de hoofdstad van Venezuela, het land waar mensen uren in de rij staan om aan hun eerste levensbehoeften te komen en waar iedereen de mond vol heeft over het gevaar dat je loopt op straat. Berovingen en ontvoeringen. Niet lopen, taxi nemen, geen taxi aanhouden op straat, maar door het hotel laten bellen.

“Alles is gedoe”, verzucht William, die wel degelijk naar het vliegveld is gereden. We zijn elkaar domweg misgelopen, misschien omdat hij er toch niet zo vroeg was als hij beweerde. Ik laat het maar zo. Je bent inderdaad vreselijk veel tijd kwijt met dingen regelen: geld wisselen, het hotel betalen, 270 briefjes van 100 moeten door de biljettenteller, een simkaart kopen en er beltegoed op zetten.

Die simkaart is redelijk snel gekocht, maar dan blijkt dat je het beltegoed ergens anders moet kopen en dat dat niet lukt “omdat het systeem platligt”. De volgende dag ook. “Je ervaart nu wat wij Venezolanen elke dag opnieuw ervaren”, zegt William venijnig. Die dag zal hij me naar zijn vader zal rijden voor een interview kopen we elf opwaardeerkaarten van 100 bolívar, om de benodigde 1100 bolívar van mijn ‘plan’ dan toch eindelijk op de telefoon te krijgen. We krassen om de geheime code te lezen, hij leest, ik tik hem in, ik verlies mijn geduld en maak fouten, ik lees en hij tikt in. Na een dik half uur in zijn hete auto hebben we eindelijk het karwei geklaard en kunnen we gaan rijden. “Welkom in Venezuela”, dondert William met zijn diepe basstem. We giechelen.

Olie en water

Zijn vader houdt vol dat zijn land ondanks alle problemen het beste land ter wereld is. “We hebben olie en water, wie heeft dat nou?!” Hij voorspelt een klinkende overwinning van de oppositie en een staatsgreep vanuit de eigen regeringskringen om de slecht functionerende president Nicolás Maduro aan de kant te zetten. En hij wil dat de directeur van de grootste levensmiddelenproducent van het land, Polar, president wordt. “We hebben een goede manager nodig om hier de zaken op de rails te krijgen.”

Er moet nogal wat worden opgelost in Venezuela. Wordt vervolgd!

    Wies Ubags (1962) werkt vanuit Brazilië voor oa het ANP. Ze is ook te horen op de Nederlandse en Belgische radio (vooral BNN, WNL en VRT).  Ze schrijft over ambitie in Latijns Amerika, in het klein en in het groot. Economische onderwerpen krijgen veel aandacht.