Waarom gaan koning Willem-Alexander en koningin Máxima in vredesnaam naar Venezuela? De regering is blut, het zakenleven verkeert in diepe crisis. Wat kunnen Nederlandse ondernemers er beginnen?

STEUN RO

Deze week gaan koning Willem-Alexander en koningin Máxima vanuit de Nederlandse Antillen naar de buurlanden Colombia en Venezuela, op 22 en 23 november. Het Nederlandse zakenleven stelt de koninklijke belangstelling voor Latijns Amerika zeer op prijs en verklaart het door de positieve invloed van Máxima. 

Het land heeft miljarden dollars van China geleend en betaalt terug in olie

Colombia en Venezuela zijn allebei geen simpele landen. Colombia is nog in een oorlog verwikkeld met linkse guerrillagroepen en overgebleven rechtse paramilitaire groepen en Venezuela is politiek totaal verdeeld, heeft last van hoge criminaliteit en kampt met schaarste (voedsel met name).

Het voordeel van Colombia boven Venezuela is dat de oorlog niet in het hele land woedt en dat je dus in veel gebieden gewoon kunt reizen en contacten kunt leggen. Het land is buitenlandse ondernemers zeer gunstig gezind en in de hoofdstad Bogotá is zelfs een Holland House waar Nederlandse en Colombiaanse ondernemers terecht kunnen voor advies en om contact te leggen met elkaar. De majesteiten gaan het 22 november feestelijk openen.

Geen geld

Maar dan Venezuela. Wijlen president Hugo Chávez heeft zich bij het zakenleven op zijn zachtst gezegd niet populair gemaakt door veel bedrijven te onteigenen, binnenlandse én buitenlandse. Zijn opvolger Nicolás Maduro zet dat beleid voort. Veel Venezolanen zijn naar naburige landen als Panama en Colombia vertrokken om daar hun zaken voort te zetten.

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans tekende deze zomer een overeenkomst met zijn Venezolaanse collega. Er zou worden samengewerkt op het gebied van olie, alternatieve energie, water en landbouw.

Maar in Venezuela is geen geld. Het land heeft miljarden dollars van China geleend en betaalt terug in olie. De Chinezen hebben naar verluidt niet zo veel zin meer om nog meer geld te lenen.

De landbouw in Venezuela is ongeveer non-existent, mede door de onteigeningen die de laatste tien jaar zijn gerealiseerd. Bijna alles wordt ingevoerd. Er was een project met Brazilië om soja te telen en dat komt niet van de grond. Het Braziliaanse oliestaatsbedrijf Petrobras had een overeenkomst met zijn Venezolaanse evenknie PdVSA om olie te raffineren. Petrobras heeft de stekker uit dat samenwerkingsverband gehaald omdat er niets gebeurde.

Zwarte markt

En dan zijn er de ellenlange rijen voor de winkels de laatste dagen. Door de inflatie van meer dan 50 procent zijn de prijzen enorm gestegen. Hugo Chávez zette de wisselkoers van de dollar vast. De officiële koers is nu 6,3 Venezolaanse bolívars voor 1 dollar. Maar op de zwarte markt is de dollar tien keer zo veel waard.

Venezolaanse importeurs kunnen om te importeren van de staat dollars kopen tegen de officiële koers. Het probleem is dat er lang niet genoeg dollars voorhanden zijn. Dus moeten importeurs de rest op de zwarte markt zien te krijgen. Dat werkt natuurlijk prijsverhogingen in de hand.

De regering beschuldigt de Verenigde Staten en de “fascistische oppositie” ervan de hand in deze prijsverhogingen te hebben gehad om het land te destabiliseren. Winkeliers zijn gedwongen hun prijzen te verlagen en moeten nu dus in veel gevallen lager dan de kostprijs verkopen. Vandaar de rijen. Er is ook al geplunderd. Het heeft hartverscheurende taferelen teweeggebracht, zoals de winkelier in het filmpje hieronder, die snikkend uitroept dat hij nog liever heeft dat zijn winkel geplunderd wordt dan dat hij onder de kostprijs moet verkopen. Daarna wordt hij afgevoerd door het leger.

Ik vroeg verschillende oppositieleiders om commentaar op het bezoek van ons koningspaar. Geen enkele reactie kreeg ik, terwijl de oppositie een half jaar geleden alle mogelijke wegen zocht om haar grieven tegen de regering in de publiciteit te brengen. Belangrijkste grief: Nicolás Maduro had door fraude de verkiezingen op 14 april gewonnen en was dus illegaal aan de macht. Misschien heeft de oppositie andere dingen aan haar hoofd dan Willem-Alexander en Máxima. In de media heb ik welgeteld één klein stukje gezien dat het bezoek aankondigde.

'Verkoop me iets en ik betaal je over een jaar'

Andreina Flores, correspondente in Caracas voor onder andere Radio France Internationale, gaf wél commentaar. Ik vroeg haar over de situatie in haar land en wat ze van het bezoek vond.

“De situatie is erg gespannen op dit moment. In 1989 had je het Caracazo (een volksopstand naar aanleiding van economische hervormingen waarbij honderden doden vielen, WU). Dat begon zoals het nu is hier. Er kan een nieuwe sociale uitbarsting komen.”

Betalen over een jaar

Het grootste probleem voor de mensen is dat er gebrek aan eten is: kip, bakolie, meel en melk, onder andere. Ook aan medicijnen is volgens Flores een tekort. En het fameuze toiletpapier dat al zo veel in het nieuws was, is nog steeds schaars.

Het bezoek vindt ze “een beetje absurd”, omdat er in Venezuela niets te halen valt op zakengebied. “Het enige wat onze regering tegen Nederland kan zeggen is, 'Verkoop me iets en ik betaal je over een jaar'.

En waarom kiezen ze dit moment? De verkiezingen (lokaal weliswaar, maar van nationaal belang omdat de regerende partij van president Maduro de maat wordt genomen, WU) zijn over twee weken en de gemoederen zijn verhit. Ze komen op het slechtst mogelijke moment. Laat ze in ieder geval hun eigen toiletpapier meebrengen.”

Video

    Wies Ubags (1962) werkt vanuit Brazilië voor oa het ANP. Ze is ook te horen op de Nederlandse en Belgische radio (vooral BNN, WNL en VRT).  Ze schrijft over ambitie in Latijns Amerika, in het klein en in het groot. Economische onderwerpen krijgen veel aandacht.

    Geef een antwoord