In het proces tegen Willem Holleeder draait alles om de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen. In deel I van het op 5 oktober 2018 begonnen verhoor van kroongetuige Peter la Serpe gaat het over de liquidatie van Cees Houtman, op 5 november 2005 (“Gehurkte killers in de bosjes”). De verklaringen van La Serpe kunnen cruciaal zijn voor Holleeder: hecht het hof geloof aan wat hij zegt en kunnen ze dat gebruiken als bewijs om Holleeder tot levenslang te veroordelen?

STEUN RO

 

Een belangrijk testpunt is dit item. Tijdens de zitting verklaart Holleeder: “U zegt mij dat u mij wilt vragen over de situatie waarover in het dossier wordt gesproken waarbij er een ontmoeting zou zijn geweest op 8 november 2004 bij ‘Het Arsenaal’ in Naarden-Vesting tussen mij, Remmers en Peter de Vries en waar La Serpe ook bij zou zijn geweest. U vraagt mij of een dergelijke ontmoeting heeft plaatsgevonden. Ik kan u zeggen dat die ontmoeting niet heeft plaatsgevonden. Ik ben niet in ‘Het Arsenaal’ geweest met deze mensen. Het zegt mij helemaal niets. La Serpe heb ik één keer gezien. Dat was op de Wenckebachweg in verband met het huren van een auto, waar ik al eerder over heb verklaard.”

Rechter Benedicte Mildner: Meneer La Serpe, u heeft gezegd over de bijeenkomst in het Arsenaal dat u van Ali Akgün heeft gehoord dat hij had geregeld.

La Serpe: Dat heb ik van Jessy gehoord.

Rechter: Wat had hij geregeld, wie er aanwezig zouden zijn?

La Serpe: Hij had de afspraak geregeld.

Rechter: Met wie?

La Serpe: Volgens mij met Peter de Vries. Over Ali Akgün: nu begin ik te twijfelen.

Rechter: U zei: “Ik heb later van Ali gehoord dat hij de afspraak had geregeld.”

La Serpe: Het was in de flat van Ali.

Rechter: Weet u wat Ali Akgün dan had geregeld? Dat Peter de Vries er zou zijn of Willem Holleeder?

La Serpe: Dat kan ik niet met zekerheid zeggen. Het was na het voorval in het Arsenaal, ik kan alleen zeggen dat het betrekking had op het Arsenaal, dat er specifiek iemand is genoemd kan ik me niet herinneren. Ik zou zeggen Peter de Vries.

(Vervolgens gaat het een hele tijd over de auto die Holleeder diezelfde dag zou hebben geregeld voor Jesse Remmers. Jesse reed op dat moment in een auto van een bedrijfje uit Rotterdam, Rent a Wreck. Die stond inderdaad na een paar kilometer stil. Holleeder had gezegd: kom naar de Bijlmer, bij de Hells Angels, dan krijg je van mij een nieuw autootje, hij wilde niet dat Jesse in die auto bleef rijden. La Serpe en Jesse rijden daarheen, Willem was er met  wat La Serpe noemt: zijn brommertje)

Holleeder, tegen La Serpe: Ik heb jou opgepiept op de Wenckebachweg, klopt dat? Je ging bij mij achterop de scooter, een paar honderd meter, toen linksaf.

La Serpe: Op de hoek. Onder het viaductje door, daar stond jij. Ik kwam van de Amstel af. Ik zag je staan met je brommertje, ben  naar je toegelopen, heb je een hand gegeven, je zei: “Spring maar achterop!” Na driehonderd meter, aan het eind, om de hoek aan de linkerkant, heb je de Avis.

(Er wordt een hele tijd gesteggeld over de locatie, uiteindelijk wordt duidelijk dat de auto van Avis was, maar dat het bedrijf dat het verhuurde Auto Matijs was. Holleeder zegt dat hij alleen het contact heeft gelegd omdat hij die mensen kende, hij heeft niks betaald en heeft zich er verder niet mee bemoeid. Volgens La Serpe had hij nog wel gezegd: “Als je een andere auto wil, moet je dat met Dino regelen.” Wat Holleeder ontkent.

Wat is de achtergrond van de afspraak in Naarden?

Giuseppe (‘Peter’) La Serpe, geboren op 11 oktober 1964 in Rotterdam, zit op dat moment zwaar in het criminele milieu. Hij trekt veel op met huurmoordenaar Jesse Remmers, die hem helemaal vertrouwt. En hem heeft verteld dat hij verscheidene liquidaties heeft gepleegd. Waaronder die op twee Joegoslavische jongens bij Ouderkerk aan de Amstel (de barbecuemoorden) en die op Cor van Hout, in 2003. Het begint La Serpe benauwd onder de voeten te worden: er wordt steeds meer druk op hem uitgeoefend dat hij zelf ook moet meedoen met een liquidatie. Voor de veiligheid van de anderen: als hij zelf bloed aan de handen heeft, kan hij anderen niet verraden, dan hangt hij ook.

Leuren

La Serpe loopt wat te leuren met zijn verhaal: hij wil uit het wereldje stappen, maar dan moet hij er wel flink wat geld voor hebben. Hij benadert enkele journalisten, maar die zien er geen brood in: niemand heeft de gevraagde 100.000 euro over voor een verhaal dat lastig te bewijzen zal zijn.

Intussen heeft la Serpe zich ook bij de Criminele Inlichtingen Eenheid gemeld. Daar zal men toch wel belangstelling hebben voor zijn verhaal, en er veel geld voor over hebben? Maar ook daar is men afwachtend en voorzichtig. Dan bedenkt hij een plan om de CIE onder druk te zetten en daarvoor maakt hij in december een afspraak met Peter de Vries. Volgens La Serpe in het Arsenaal – een horecagelegenheid in Naarden-Vesting. Daarbij zijn volgens hem aanwezig: Jesse Remmers, hij zelf én Willem Holleeder.

Cameraploeg

Als La Serpe in oktober 2018 in de Bunker als getuige wordt gehoord in het proces tegen Holleeder, zegt hij dat het bedoeling was dat hij voor een cameraploeg van Peter de Vries de CIE zou zwartmaken. “Ik schrok er van dat Holleeder er bij was en dat ik op tv slecht moest spreken over de CIE. Ik heb meteen gezegd: ‘Dat gaat hem niet worden.’ Ik moest vertellen dat de CIE mij manipuleerde en dat ik slechte dingen over Jesse Remmers moest zeggen.”

Meineed

La Serpe herinnert zich dat De Vries arriveerde in zijn grijze BMW X5. Maar ook dat zowel Holleeder als Jesse Remmers daarbij aanwezig waren. Peter de Vries heeft diverse keren duidelijk verklaard dat Willem Holleeder niet bij zo’n ontmoeting is geweest. Dat Peter de Vries zegt zich het gesprek met hem en Jesse Remmer en Holleeder niet te kunnen herinneren, klopt volgens La Serpe niet: “Peter R. de Vries heeft meineed gepleegd. Hij had al een cameraploeg had geregeld om die voor de CIE negatieve opnames te laten maken. De Vries is rationeel. Hij heeft contacten in het milieu. Dat hij mij vergeet snap ik, maar dat hij een ontmoeting met Holleeder vergeet en met Jesse Remmers, dat lijkt me sterk. Peter de Vries liegt. Hij is het geweten van Nederland, maar hij is ergens onderweg besmet geraakt in het milieu waarin hij verkeert.”

Kletskoek

Volgens La Serpe was Holleeder “op zijn brommertje” naar Naarden-Vesting gekomen. De rechter vindt dat vreemd, maar volgens La Serpe was dat niet zo gek: “Als je een helm op hebt herkent niemand je.”

La Serpe wist niet dat Holleeder er ook bij zou zijn. “Ik heb tegen Jesse gezegd dat ik daar niet van gediend was.” Nadat Holleeder was vertrokken, gingen La Serpe, De Vries en Jesse Remmers naar een ander café.

Holleeder ontkent dat hij in Naarden Vesting was, maar dat is “kletskoek,” volgens La Serpe: “Holleeder is niet iemand die je makkelijk vergeet.”

Op 9 april 2018 werd Peter de Vries als getuige gehoord.

Sander Janssen, de advocaat van Holleeder, vroeg hem naar de ontmoeting bij het Arsenaal, met Jesse Remmers en Peter La Serpe én Willem Holleeder.

Janssen: In 2007 komt de politie voor het eerst bij u met het verhaal over de ontmoeting in het Arsenaal. U zegt dan: “Dat lijkt mij heel sterk dat ik hen daar samen heb gezien.” Ziet u dat nog steeds zo?

Peter: Ja.

Janssen: Zou het voor u opzienbarend zijn: Jesse Remmers en Willem Holleeder samen aan één tafel?

Peter: Ja.

Janssen: Er is veel te doen geweest over deze ontmoeting. Het Openbaar Ministerie heeft zich in het Passageproces op het standpunt gesteld – en daar was u boos over – dat u niet het achterste van uw tong had laten zien. U heeft uiting gegeven aan uw ongenoegen over de manier waarop er is omgegaan met uw verklaring. U heeft daarover een mail gestuurd naar het Openbaar Ministerie.

Peter: Het klopt dat ik daar ontstemd over was. Ik heb op aangeven van politie en het OM bereidwillig meegewerkt aan dat onderzoek. Ik wist eerst niet eens waar het over ging, ik was me er niet van bewust dat ik Peter La Serpe had ontmoet. Ik kon mij zijn naam niet herinneren, het was een eenmalige ontmoeting, het is snel weggezakt, er is niets uit voortgekomen. Toen het verhoor was afgelopen ben ik dingen gaan nazoeken in een poging politie en OM van dienst te zijn met nadere informatie. Die heb ik gegeven. Ik heb later ook bij de rechter-commissaris verklaard, en op zitting. Ik keek er erg van op dat in het requisitoir van het Passageproces door de aanklagers op lichtvaardige wijze heel kort door de bocht bepaalde conclusies werden getrokken waarvan ik zei: “Hoe kom je daar nou bij? Eén telefoontje, dan had je geweten hoe het zat.”

Eén concreet voorbeeld.

Een van de vragen was wat met Ome Jan werd bedoeld. Het OM ging er klakkeloos vanuit dat daarmee het Arsenaal werd bedoeld. In werkelijkheid werd motel Jan Tabak in Bussum bedoeld. Dat is een heel andere lokaliteit. Ik kon afdoende aantonen dat dat altijd de plek was waar ik met Willem Holleeder afsprak. Ik vond het getuigen van onzorgvuldigheid en lichtvaardigheid om daar dergelijke conclusies aan te verbinden. Dat deden ze ook over dat ik over een liquidatiegolf had gesproken. Zij kwamen aan met de stelling dat die golf later was, terwijl er ook een liquidatiegolf geweest was vóór 2004, nota bene waar Cor van Hout het slachtoffer in was. Op die manier probeerde men mij aan te wrijven dat ik iets niet correct had verklaard. Dat vond ik groteske onzin.

Janssen: U heeft van een aantal verklaringen van La Serpe aangegeven: dat komt mij onaannemelijk voor. La Serpe vertelde over de ontmoeting in 2004 dat Jesse en hij binnen zaten en dat hij naar buiten was gelopen om u op te halen van het parkeerterrein. U zegt: “Dat is onmogelijk, dat weet ik zeker.”

Peter: Ik had een afspraak gemaakt met Jesse Remmers. In mijn beleving in een horecagelegenheid in Naarden, die Chef’s heette. In het verhaal van La Serpe wordt dat gesitueerd in het Arsenaal, wat iets anders is, en hij zegt dat hij mij was komen ophalen toen ik kwam aanrijden. Dat lijkt mij onwaarschijnlijk. Ik ben misdaadverslaggever, daar zitten bepaalde risico’s aan vast. Als ik een afspraak met Jesse heb zou ik er erg van opkijken als er iemand komt die ik helemaal niet ken en zegt: “Kom maar mee.” Dat kan ik me niet voorstellen, dat zou ik wel onthouden hebben.

Janssen: La Serpe zegt dat er een cameraploeg standby was.

Peter: Dat is onbestaanbaar. Dat heb ik later nog gecheckt. Een cameraploeg kost geld, die moet je boeken, die moet je inhuren, daar zit een enorme dagprijs aan vast. Dat doe je alleen als je weet dat je opnames gaat maken en je er een plan voor hebt. Als ik naar elke afspraak een cameraploeg mee zou nemen, was het productiebedrijf half failliet gegaan.

Janssen: De advocaten-generaal hebben het in het requisitoir steeds over verklaringen van obers uit het Arsenaal, die een aantal jaren later gehoord zijn als getuige. Zij denken u samen met Willem Holleeder te hebben gezien. U heeft daar een mail over gestuurd.

Peter: Ja. Toen deze kwestie weer ging spelen, dacht ik: “Hoe komen ze erbij?” Ik ben opnieuw in mijn agenda’s gaan kijken. Toen bleek dat ik de dag erna in het Arsenaal ben geweest voor de lancering van een tijdschrift. Het eerste exemplaar werd ten doop gehouden. Ik heb daar toen gegeten. Dat is wel frappant, want ik kom vrijwel nooit in het Arsenaal, het is wel heel toevallig dat die ober zich dat daarna herinnert.

Janssen: Het Hof overweegt in het arrest in de zaak Remmers dat ze het voor mogelijk houden dat u het zich gewoon niet meer herinnert.

Peter: Ik heb ooit gezegd, en dat is mijn standpunt, dat ik niet uitsluit dat Willem Holleeder daar wellicht samen met Jesse Remmers en Peter La Serpe is geweest, maar niet in die combinatie met mij. Het zou kunnen dat hij daar met Remmers en La Serpe is geweest en dat toen ik kwam wij vervolgens in andere lokaliteit in Naarden geweest zijn. Ik weet zeker dat het gesprek met Remmers en La Serpe niet in het Arsenaal was, maar in ander etablissement.

Janssen: U weet ook zeker dat dit gesprek in Chef’s niet in aanwezigheid van Holleeder was.

Peter: Ja. Daar ben ik helemaal zeker van.

Janssen: Het Hof overweegt dat u zich daar mogelijk gewoon in vergist.

Peter: Ik weet zeker dat Holleeder er niet bij was.

Janssen: U zegt daarover in uw mail dat u de indruk heeft dat waarheidsvinding ondergeschikt wordt gemaakt aan het vervolgingsbelang. Ziet u dat nog steeds zo?

Peter: Ja, de wijze waarop zij een en ander aan elkaar hebben geknoopt en conclusies hebben getrokken en verwoord, dat heb ik wel zo ervaren.

Janssen: Bent u van oordeel dat waarheidsbelang altijd boven het vervolgingsbelang moet gaan?

Peter: Ja.

Janssen: Als het zo zou zijn dat meneer Holleeder zich niet schuldig zou hebben gemaakt aan de feiten waarvan hij nu wordt verdacht, moet hij dan worden vrijgesproken?

Peter: Absoluut, dat geldt voor iedereen die niet schuldig is. Dat geldt voor meneer Holleeder, dat geldt voor Dutroux, voor iedereen.

Janssen: Als getuigen Astrid en Sonja, met wie u veel contact heeft gehad, op onderdelen niet naar waarheid hebben verteld, moet dat allemaal boven tafel komen?

Peter: Als iemand iets verklaart, moet boven tafel komen of dat de waarheid is. Ik weet niet wat u van mij denkt, maar ik  vind dat een verdachte op een goede wijze moet worden bijgestaan en als er twijfel is moet iemand worden vrijgesproken.

Tot zover de verklaringen van betrokkenen. Voor de buitenwereld lijkt het om een tamelijk onbelangrijk detail te gaan: wat maakt het uit of Holleeder wel of niet bij dat gesprek aanwezig was? Maar zowel La Serpe als De Vries spelen een hoofdrol in het proces tegen Holleeder. De verklaringen van La Serpe over Holleeder kunnen het verschil maken: of hij wel of niet levenslang krijgt. Als het allemaal waar is wat La Serpe beweert over de betrokkenheid van Holleeder bij verschillende liquidaties, en als de rechters dat als waarheid beschouwen, dan hangt Holleeder. Als La Serpe er op dit punt naast zit, hoeveel zijn de andere verklaringen dan nog waard? Hoe belangrijk dit is, blijkt ook uit het al eerder aangehaalde requisitoir. Dat er openlijk wordt getwijfeld aan de verklaringen van Peter de Vries. Want als De Vries het zich wél goed herinnert, en La Serpe niet, dan is er een serieus probleem.

Hoe hiermee in het proces tegen Holleeder wordt omgegaan, zal op zijn vroegst pas volgend jaar duidelijk worden, als er vonnis wordt gewezen.

(deel I van het verslag van het verhoor van La Serpe, over de liquidatie van Cees Houtman, staat hier)