‘Verhuizen naar Wallonië was de juiste keuze’

Ik ken Mattijs al jaren. Tot december 2018 bezochten we elkaar met regelmaat op onze Antwerpse adressen. In december dat jaar verhuisde hij met zijn vrouw Kristel naar Champlon in de Waalse provincie Luxemburg. Daar ga je niet iedere maand zomaar even heen. In het eerste weekend van oktober deed ik dat wel om beiden te interviewen over hun leven als Vlamingen in het diepe zuiden van Wallonië.

 

Kristel pikt mij die zaterdag vroeg in de middag op aan het station in Namen. Zij moest daar die ochtend toch zijn voor haar opleiding om les te mogen geven in het Waalse onderwijs. Mattijs werkt tegenwoordig drie dagen in de week in Antwerpen en één dag in de week thuis. We passeren Marche-en-Famenne. Daar doet Kristel één keer per week haar boodschappen voordat ze Mattijs ophaalt aan het station van Marloie. Alleen Kristel kan autorijden. Mattijs is voor zijn verplaatsingen in Wallonië afhankelijk van haar. Het is één van de aanpassingen in hun leven nadat ze in Champlon waren gaan wonen. Hoe kwamen ze tot dat besluit?

Matttijs: ‘Boris is te vroeg geboren. Daardoor werken zijn longen niet zo goed. Schone lucht is belangrijk voor hem. Daarom wilden we verhuizen vanuit Wilrijk (Antwerps district, JP) naar een andere, gezondere omgeving. De keuze was tussen de kust of de Ardennen. Tijdens een korte vakantie op een vakantieterrein in La Roche-en-Ardenne, maart 2018, hakte ik de knoop door dat het Wallonië moest worden.’ Kristel stemde ermee in en het paar ging op zoek naar een geschikte woning. Ze bezochten er drie. Hun woning in Champlon was de laatste die ze bekeken en voldeed het best aan hun criteria. Een van die criteria was dat het niet te ver weg van een treinstation gelegen moest zijn. Het huis heeft op de begane grond een ruime living, die momenteel voornamelijk tot speelparadijs voor Boris is omgetoverd, een ruime keuken en een toilet. Via de trap komt men op de eerste verdieping met vier slaapkamers en de badkamer met extra toilet. En vergeet de tuin met wijds uitzicht niet (foto boven). Voor dit alles betalen ze een maandelijkse huurprijs van iets meer dan 700 euro. Een gelijkwaardige woning in Wilrijk zou al snel anderhalf keer zo duur zijn. Het kostte Mattijs en Kristel wel de nodige moeite om de huisbaas ervan te overtuigen dat ze echt van plan waren er voor langere tijd te gaan wonen.

Eerste jaren niet makkelijk

De verhuizing zelf verliep zonder problemen. Kristel en Boris lieten zich officieel in Champlon inschrijven, of zoals de Vlamingen het zo mooi zeggen: domiciliëren. In die tijd werkte Mattijs nog vier dagen per week in Antwerpen. Omdat hij dus de meeste tijd in Antwerpen verbleef, bleef hij daar gedomicilieerd. In het begin kwamen regelmatig kennissen en vrienden uit Vlaanderen voor een weekendje over. Dat eindigde met de uitbraak van de coronapandemie in 2020. In Champlon heeft het koppel wel contacten, maar dat ging niet vanzelf. Kristel moest in die eerste jaren enorm wennen. ‘Mattijs zat vier dagen per week in Antwerpen. Ik zat thuis met Boris die nog niet naar school ging. Ik voelde me eenzaam.’ Dat is nu anders. Boris gaat naar school. Kristel doet vrijwilligerswerk en volgt een opleiding. Ze kent ondertussen voldoende mensen in Champlon. ‘Op school kom je met mensen in contact. Ik doe ook mee aan boswandelingen. Ondertussen ken ik hier meer mensen dan Mattijs. Mattijs zijn sociale contacten in Champlon lopen allemaal via mij.’ Mattijs vindt dat niet erg. Thuis speelt hij regelmatig online games met zijn Vlaamse vrienden. Wanneer hij doordeweeks in Antwerpen is, zoekt hij ze regelmatig op. Zelf zegt hij erover dat zijn leven zich tussen twee uitersten afspeelt. ‘Dat past wel bij mij. We kennen een koppel waarvan de man twee weken achter elkaar van huis is. Dat werkt prima bij hen. Je hoeft ook niet iedere dag samen te zijn. Uiteindelijk valt het wel mee. Wonen in Champlon heeft zijn voor- en nadelen.’

Omgang Walen met Vlamingen

Voordat ik verder ga met het verhaal van Kristel en Mattijs is het noodzakelijk dat ik eerst enkele zinnen wijd aan de Belgische politiek om de context van hun ervaringen inzake de omgang met de Walen in de juiste context te plaatsen voor de Nederlandse lezers. Ik ga niet heel het Belgische staatssystem uitleggen. Dan ben ik nog wel even bezig. Voor de Vlaamse lezers: ja, ik ga veel te kort door de bocht. Ik probeer de Belgische politiek zo simpel als mogelijk te verwoorden.

Op politiek niveau zijn de Vlamingen en Walen niet bepaald goede vrienden. Franstalige en Vlaamstalige partijen zijn altijd vertegenwoordigd in de federale regering. De Franstalige en Vlaamstalige partijen hebben echter een totaal verschillende visie op hoe het land moet worden bestuurd. Simplistisch gezegd, pleiten de Franstaligen voor een sterk federaal België. De Vlamingen willen juist zoveel mogelijk zelf hun politieke koers bepalen. De nu nog grootste Vlaamse partij, de N-VA van Bart De Wever, gaat daarin ver en pleit voor een confederatie. Dat houdt volgens De Wever een zeer los samenwerkingsverband op federaal niveau in. Alleen op die gebieden waar het echt niet anders kan, bijvoorbeeld Defensie. Er waren jaren dat de N-VA pleitte voor een totale onafhankelijkheid van Vlaanderen. Wallonië zou dan een aparte entiteit vormen, net als Vlaanderen. En wat met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? Dat is mij nooit duidelijk geweest. De staat België zou de facto ophouden te bestaan. De Wever ziet de laatste jaren echter in dat hij dit er nooit door gaat krijgen bij de Walen. Vandaar nu zijn pleidooi voor een confederatie. Een voorstel waarvoor hij evenmin veel enthousiasme bij de Walen weet op te wekken. Bart De Wever, tevens burgemeester van Antwerpen, is met zijn visie voor veel Walen begrijpelijkerwijs de verpersoonlijking van het Vlaamse nationalistische kwaad. Wat mij uiteindelijk ertoe bracht om Mattijs en Kristel te bevragen over hun omgang met hun Waalse landgenoten met dit hete politieke hangijzer en de wederzijdse vooroordelen in het achterhoofd.

Kristel merkt op dat de Walen afwachtend zijn. ‘Men kijkt de kat uit de boom. Het vraagt tijd hen echt te leren kennen. Naarmate je elkaar beter kent, is de omgang steeds hartelijker en willen ze met alles helpen. De mensen zijn hier immers veel meer op elkaar aangewezen. Ik kreeg wel een keer een opmerking dat Vlamingen zo luidruchtig zijn. Het bleek om een groep Nederlanders te gaan.’  Mattijs heeft ervaringen op het vlak van de politieke verdeeldheid. ‘Als ik zeg dat ik uit Antwerpen kom, is de eerste naam die valt die van Bart De Wever. Ik zeg dan dat niet iedere Vlaming achter de ideeën van Bart De Wever staat. Ik ben Belg en ik mag in dit land wonen waar ik wil. Natuurlijk moet je als Vlaming blijk geven van de Waalse gevoeligheden. Veel Vlamingen hebben in Wallonië een vakantiehuis. Dan moet je daar natuurlijk niet op de Vlaamse feestdag (11 juli, JP) de vlag met de Vlaamse leeuw buitenhangen.’

Stel: na de verkiezingen in 2024 hebben N-VA en Vlaams Belang een meerderheid in Vlaanderen en ze weten het einde van België als staat te bewerkstelligen. Wat doen jullie dan?

Mattijs: ‘Dat gaat niet gebeuren. De Wever zal nooit met Vlaams Belang in zee willen gaan, want dan is het ook gedaan met zijn eigen partij. Maar stel dat het toch zou gebeuren, dan zouden we terugkeren naar Vlaanderen.’

Een van de pijnpunten aan Vlaamse kant inzake het federale België zijn de zogenaamde transfers. De jaarlijkse financiële bijdragen van Vlaanderen naar Wallonië om de economie daar te ondersteunen. Veel Vlamingen zijn van mening dat het geld niet goed terechtkomt en dat de Walen hun eigen broek moeten ophouden. Bestaat er meer armoede in Wallonië en hoe komt dat? Kristel en Mattijs dragen beiden een stuk van deze puzzel aan. De prijzen in de supermarkt liggen hoger dan in Vlaanderen. Door de lagere bevolkingsdichtheid en de uitgestrektheid zijn er veel minder supermarkten. Die hoeven onderling dus veel minder concurrentie te voeren. De Waal is daardoor meer geld kwijt voor zijn dagelijkse boodschappen, terwijl de lonen in Wallonië lager liggen dan in Vlaanderen. Dat komt doordat er minder werkgelegenheid is. Er zijn gewoon veel minder grote werkgevers aanwezig. Het vooroordeel dat de Waal lui is en niet wil werken, is volgens Mattijs dan ook niet terecht. De armoede situeert zich volgens hem vooral in de steden Luik en Charleroi. De provincie Luxemburg is zeker niet armoedig. Wat volgens beiden wel klopt, is het Vlaamse vooroordeel dat Walen geen Nederlands willen leren. Waalse leerlingen mogen nu kiezen tussen Nederlands of Engels als tweede taal. De meesten kiezen voor het Engels. Kristel merkt op dat het niveau waarop Engelse les wordt gegeven in Wallonië niet bepaald hoog ligt. De Waalse versie van de VDAB (Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling, JP) probeert de Walen overigens wel te stimuleren om Nederlands te leren. Dit vergroot immers hun kans op een baan in Vlaanderen. De minister van Onderwijs van de Franse Gemeenschap, Caroline Désir, pleitte er ten slotte onlangs voor het Nederlands vanaf 2027 opnieuw verplicht te stellen in het Waalse onderwijs. Ter vergelijking: Frans is een verplicht vak in het Vlaamse onderwijs.

Het sociale en culturele leven in Champlon

Kristel is meer geworteld in Champlon dan Mattijs. Naast haar opleiding, vrijwilligerswerk en contacten op school heeft zij verder geen druk sociaal leven. Er valt dan ook niet veel te doen in Champlon. ‘Ik heb contact met de buren. Onze buurvrouw links is een oude dame die eigenlijk hulp nodig heeft. Ze zou niet meer hele dagen alleen moeten zijn. Ik kan die hulp niet bieden en professionele hulp weigert ze. In Champlon is niet veel te doen. Er is niets aan cultuur. Voor een avondje uit zouden we naar Namen moeten, maar dat gaat niet vanwege gebrek aan oppas voor Boris. Uit eten? Mattijs en ik zijn beiden vegetariër en het vegetarisme is nog lang niet doorgedrongen in Wallonië. In de winter is het op straat doods. Behalve als er sneeuw ligt. Dan komt iedereen naar buiten om sleetje te rijden. Ik ga vaak in het bos wandelen met Books. Dat geeft mij rust.’ Mattijs heeft vooral moeite met wat hij noemt de meer zuiderse cultuur van de Walen. ‘Diner is hier pas om 19:00 uur. Dat is geen handig tijdstip wanneer je kleine kinderen hebt.’

Een voordeel van het wonen in Champlon is de uitgestrekte natuur die je op loopafstand aantreft, zoals ik tijdens een korte wandeling op zaterdagmiddag met eigen ogen kon zien (foto). Nogmaals Kristel: ‘De mensen hier leven veel meer op het ritme van de seizoenen. Deze nacht is er al nachtvorst. Ik moet gaan denken aan winterkledij en winterbanden voor mijn auto. Door veel in de natuur te lopen met Boris leert hij er het nodige over. Ook Mattijs vertel ik over planten en vruchten. We plukken frambozen en braambessen die ik gebruik in onze gerechten.’ Hoe kijkt Mattijs aan tegen zijn Waalse woonomgeving? ‘Ik vind het goed zo, maar ik zou hier niet zeven op zeven alleen kunnen verblijven. Dan mis ik Antwerpen toch wel.’

De toekomst

Waar ligt de toekomst voor Mattijs en Kristel? Belangrijk in de beantwoording van die vraag is de educatie van Boris. Hij gaat nu naar een kleine school in de buurt. Hem aanmelden, ging vlot. Kristel: ‘Boris inschrijven, verliep zonder problemen. Kinderen mogen hier vanaf de leeftijd van 2 ½ jaar naar school. Door corona is Boris later begonnen. Er zijn geen wachtlijsten zoals in Vlaanderen. De scholen moeten moeite doen om voldoende leerlingen in de klassen te krijgen.’ Boris leert op school in het Frans. Thuis spreken Mattijs en Kristel consequent Nederlands tegen hem. Wanneer ze zich elders op Franstalige bodem bevinden, communiceert Kristel ook wel in het Frans met hem. Zo leert Boris dus de beide belangrijkste landstalen goed kennen. Maar wat als hij ouder wordt en langer les krijgt in het Frans? Kristel en Mattijs vertellen dat hij nog niet in het Nederlands kan schrijven. Hoe meer hij straks les krijgt in het Frans op de lagere school hoe meer zijn communicatie in die taal gaat zijn. Hij vergeet nu al soms Nederlandse woorden, terwijl hij de Franse versie wel kent. Ze gaan ervan uit dat als hij eenmaal het secundair onderwijs (in Nederland het middelbaar onderwijs, JP) in Wallonië zou volgen, de verhouding Nederlands-Frans 50-50 bij hem zal zijn.

Mattijs ziet zichzelf op den duur wel weer verhuizen met zijn gezin. Wanneer en waar naartoe is voorlopig een open vraag. Op dit moment voelen ze zich thuis in Champlon. Mattijs: ‘December 2018 was achteraf bezien niet de beste maand om naar Champlon te verhuizen vanwege de winter. Maar de beslissing om hier te komen wonen, is de juiste gebleken. Soms moet je uit je comfortzone treden en iets radicaal anders doen in je leven.’

Even na vijf uur zondagmiddag is het tijd voor Mattijs en mij om terug te keren naar Antwerpen. Kristel brengt ons naar het station van Marloie waar we de trein richting Brussel nemen. Op dit tijdstip zit die trein altijd stampvol met studenten. Ik vind nog net een plek om te zitten. Mattiijs moet een tijdje blijven staan. Hij slaagt erin staand wat te lezen. ‘Ik heb altijd iets te lezen bij me. Het uitzicht ken ik nu wel. Bovendien zie je niet veel meer als het donker is.’ Hij ervaart de terugreis naar Antwerpen altijd als het minst plezante moment van de week. Niet alleen omdat hij dan Kristel en Boris weer achterlaat. Ook de treinrit zelf met de drukte en het veelal slechte weer in de winter in combinatie met het vroeg donker worden, spelen daarbij een negatieve rol. Ik heb geen leesvoer bij me en staar naar buiten. Op station Ottignies stroomt de trein leeg. Wat mij verwondert. Ik had het een station eerder, Namen, verwacht. Ottignies lijkt mij een niet zo grote plaats. Ottignies blijkt voluit Ottignies-Louvain-la-Neuve te heten. En daar staat wel degelijk de Université Louvain-la-Neuve. C’est logique. De rest van onze reis naar Brussel-Noord en vandaaruit vervolgens naar Antwerpen verloopt vlekkeloos. Op station Antwerpen-Berchem nemen we afscheid van elkaar. Voor Mattijs is het nog tien minuten lopen tot aan zijn huis. Ik doe er met de tram wat langer over om thuis te komen.

Ik heb bewondering voor Mattijs en Kristel hoe zij hun leven indelen. Het is een hele opgave in twee ver van elkaar verwijderde plaatsen te wonen en toch een gezinsleven in stand te houden. Zij slagen erin. Voor hen werkt het.

Copyright tekst en foto’s: Johan Peters, oktober 2022

 

Mijn gekozen waardering € -

Johan Peters is een freelance journalist/redacteur die momenteel in Antwerpen woont, maar zeker ook beschikbaar is voor de Nederlandse markt. Zijn interessegebied is breed. Een van de hoofdonderwerpen daarbinnen is leven met een beperking. Rond dat thema heeft hij een aparte website: https://www.mensenmeteenbeperkingaanhetwoord.be/