Verschraling van regiojournalistiek ís geen ‘hardnekkig frame’

Journalisten die publiceren over de verschraling van de lokale en regionale journalistiek in Nederland zijn onheilsprofeten, vindt Bart Verkade, zakelijk directeur van DPG Media Nederland. Zij praten "de journalistiek, en vooral de regionale, de afgrond in", terwijl deze juist springlevend is.

Dankzij internet zijn het bereik en het aantal betalende abonnees van DPG’s regionale titels groter dan ooit. ‘DPG Media heeft 750 full time journalisten en een veelvoud aan freelancers werken voor veertien regionale dagbladen en nieuwssites’ met 67 lokale edities, schrijft Verkade. ‘Zij vervullen hun taak met trots en eer.’ 

Aanleiding voor Verkades filippica op Villamedia en LinkedIn is een recent artikel in NRC, dat gebaseerd zou zijn op ‘een onderzoek van lik-me-vestje’. Hij krijgt bijval van Corine de Vries, algemeen hoofdredacteur van de regionale kranten van Mediahuis, DPG’s mede-duopolist op de Nederlandse dagbladmarkt. Ook zij kwalificeert het NRC-artikel als ‘onjuist’, en ook zij verwijt vooral de landelijke media steeds weer een ‘hardnekkig frame’ te verspreiden als zou het slecht gaan met de regionale journalistiek. 

Behalve NRC noemen Verkade en De Vries geen andere doemschrijvers bij naam. Ik ben zo vrij me toch maar aangesproken te voelen. Tenslotte heeft Verkade het over ‘we’, op hét platform voor Nederlandse journalisten, en kraakte ik zelf de laatste drie jaar menige kritische noot over de staat van de lokale en regionale journalistiek in Nederland, op Follow the Money, in Vrij Nederland, op Villamedia en op mijn eigen blog. 

Hebben Verkade en De Vries gelijk? Zijn ‘wij’ te somber? En, erger nog: doen wij ons huiswerk niet, als we schrijven over regionale journalistiek? NRC maakte zich kwetsbaar met een eigen onderzoek. De krant probeerde een indruk te krijgen van de aandacht die lokale en regionale media besteden aan de plaatselijke politiek door de artikelen daarover te tellen in de particuliere database ArtikelPro. Het zoekfilter was wel heel beperkt: alleen hits op ‘gemeenteraad + naam gemeente’ telden mee. 

De conclusie van NRC was dat de verslaggeving over de lokale politiek ‘steeds verder’ opdroogt. Vooral in de kleinere gemeenten, tot ‘gemiddeld 2,5 artikel per maand’. Verkade en De Vries konden die uitkomst moeiteloos weerleggen. Zij telden ‘honderden’ artikelen over lokale politiek in de talloze edities van hun regiokranten in de periode die NRC onderzocht. 

Met al hun regiokranten bereiken DPG en Mediahuis dagelijks miljoenen Nederlanders

Het zou ook vreemd zijn als het anders was. DPG Media en Mediahuis hebben vanaf 2009 vrijwel de complete Nederlandse dagbladmarkt opgerold tot een duopolie. DPG is met afstand marktleider, ook in de regionale journalistiek, met zijn veertien betaalde regiokranten, en tevens de grootste portefeuille gratis huis-aan-huisbladen, de ‘lokale sufferdjes’, die veel belangrijker zijn voor de lokale nieuwsvoorziening dan hun bijnaam suggereert. Mediahuis is de nummer twee, met negen betaalde regiokranten en de één na grootste verzameling huis-aan-huistitels van Nederland. Met al die bladen bereiken de twee uitgevers dagelijks ettelijke miljoenen Nederlanders, op papier en online. 

De rest van het lokale en regionale mediadomein is episch versnipperd: dertien regionale en liefst 262 lokale publieke omroepen, zeker 220 andere uitgevers van ‘lokale sufferdjes’, en minstens 350 puur digitale platforms – dit laatste cijfer dateert uit 2012 en verandert voortdurend, omdat online media komen en gaan als vliegen. Geen van die andere partijen kan dan ook maar in de schaduw staan van DPG en Mediahuis. Dan zou het vanzelf moeten spreken dat deze twee uitgeverijen ook in hun journalistiek op eenzame hoogte staan. 

En toch is daar meer op aan te merken dan Verkade en De Vries doen voorkomen. De laatste jaren verscheen een aantal unaniem kritische onderzoeken over de staat van de regionale journalistiek in Nederland. Het grootste en meest grondige is, voor zover mij bekend, Lokale media: niet te missen uit november 2020 van de Raad voor Cultuur en de Raad voor het Openbaar Bestuur, in opdracht van de ministers van BZK en OCW. Ook het NRC-artikel verwijst naar dit rapport. 

Na de overname van Wegener sneed DPG weer in de redacties, ofschoon alle titels winst maakten

‘Door afscheid te nemen van bijna de helft van de redacteuren’, zo meldt het hoofdstuk Printmedia, ‘konden de totale redactionele kosten van de bij de NDP aangesloten dagbladen dalen van ruim 400 miljoen euro in 2003 naar ruim 200 miljoen euro in 2016.’ De genoemde jaartallen maken duidelijk dat deze ontwikkeling begon al jaren voordat DPG en Mediahuis hun Nederlandse duopolie vestigden. Maar de Belgen hebben hem niet teruggedraaid. Sterker nog, na de overname van Wegener in 2015 schrapte DPG Media Nederland nog eens 13,5 procent van alle journalisten in vaste dienst, ofschoon alle regiotitels van Wegener in 2015 goed winstgevend waren. 

In de eerste tien tot vijftien jaar van de 21ste eeuw was het snijden in redactionele kosten noodzakelijk ter compensatie van het gestage verlies aan inkomsten uit abonnees en, vooral, adverteerders. Maar inmiddels dalen de papieren oplagen nauwelijks meer, en melden de twee uitgevers zelf, al jaren, een forse groei in puur digitale abonnees. Financieel gaat het DPG en Mediahuis dan ook steeds beter. Nota bene in het coronajaar 2020 boekten zij allebei recordresultaten. 

Daar komt bij dat met name DPG zijn journalistieke productie sterk heeft gecentraliseerd. De regionale redacties produceren voor een piramide waarin het landelijke AD en diens ‘kubus-app’ de dienst uitmaken. ‘Het moge duidelijk zijn’, aldus Lokale media, ‘dat zulke inzet op het delen van nieuws en het verhogen van online gezamenlijke bereikcijfers al te lokaal journalistiek spitwerk niet direct stimuleert.’ 

Verkade pronkt met 13,5 procent minder journalisten, terwijl de werkdruk fors toenam

Met andere woorden: die 750 regiojournalisten in vaste dienst waarmee Verkade pronkt, dat zijn er 13,5 procent minder dan zeven jaar geleden. Intussen is de werkdruk enorm toegenomen. Redacties hebben nu immers én een papieren, én een online krant te vullen, en die laatste hongert in principe 24 op 7 naar nieuwe kopij. Mark Hoogstad nam ontslag bij AD Rotterdams Dagblad vanwege deze ‘ratrace om het nieuws’. ‘Ik was te veel en te vaak bezig met kwantiteit, en kwam steeds minder toe aan kwaliteit’, schreef hij op Villamedia, kort voor zijn overlijden. ‘Productie ging boven prestatie.’ 

En alleen dankzij freelancer Tara Lewis weten we dat DPG bij zijn huis-aan-huisbladen zelfs alle journalisten in vaste dienst ontsloeg, om er vervolgens slechts een paar terug te huren als ‘contentcoördinator’ van kopij waar geen eigen journalistiek werk meer aan te pas komt. Vooral voor zijn regiokranten leunt DPG steeds zwaarder op zo’n 4.500 freelance journalisten, zonder die fatsoenlijk te betalen. Dat kwam het concern te staan op de bijnaam ‘Uitpersgroep’ en twee rechtszaken, aangespannen door freelancers, waarvan het er alvast één verloor. Hoezo dan werken DPG’s regiojournalisten ‘met trots en eer’? 

De verklaring voor dit alles is, dat DPG en Mediahuis andere prioriteiten hebben dan de kwaliteit van hun lokale en regionale nieuwsvoorziening. Daarover meer in een volgende aflevering. 

Dit artikel kwam mede tot stand dankzij de steun van Vereniging Veronica

Eerder gepubliceerd op Villamedia

Mijn gekozen waardering € -

Joost Ramaer (1958) is freelance journalist. Zijn passies en specialismen zijn economie, zowel de publieke als de private variant, en de kunsten, met name internationaal festivaltheater. Hij leerde het vak als redacteur van Quote (1986-1993) en van de Volkskrant, bij Economie (1993-2003) en Kunst (2003-2008). Hij verliet de krant om een boek te schrijven. "De Geldpers – de teloorgang van het mediaconcern PCM" verscheen in december 2009 bij uitgeverij Prometheus. Sindsdien schreef of schrijft Joost onder meer voor NRC Handelsblad, De Groene Amsterdammer, Follow the Money, Theatermaker, Theaterkrant en Culturebot, een Newyorks blog over de performing arts. Hij woont in Amsterdam met zijn geliefde, Elise Lorraine, en is vader van Coen (1994) en Johanna (1996).