Nederland heeft verzuimd zich tijdig voor te bereiden op de berechting van IS’ers. Nu is de nood aan de man en reageert iedereen verkrampt. Maar zo ontduiken we opnieuw onze verantwoordelijkheid jegens onszelf en anderen. Hieronder een openingsbod voor een inhoudelijke discussie.

STEUN RO

En ineens is ie daar, als een hete aardappel waaraan liever niemand zijn vingers wil branden: de doodstraf die gevangen genomen IS’ers kan worden opgelegd bij berechting in Irak. Dylan Yesilgöz opperde namens de VVD om daar pragmatisch naar te kijken, maar GroenLinks-Kamerlid Bram van Ojik schoot onmiddellijk in een kramp. Hij kon niet begrijpen dat de VVD “pragmatisch, zoals mevrouw Yesilgöz dat eerder heeft genoemd, omgaat met iets dat zo tot het wezen behoort van de Nederlandse inzet voor de internationale rechtsorde. En dat is dat we in alle gevallen, in alle gevallen, tegen de toepassing van de doodstraf zijn. Ik vind het eerlijk gezegd heel verdrietig dat de grootste fractie in dit parlement zegt: ‘Ik vind het zo belangrijk dat die berechting dáár plaatsvindt, dat ik bereid ben om dit principe daarvoor op te offeren.’”

Redeloze haat

Je zou willen dat Van Ojik werkelijk zo betrokken was als hij het deed voorkomen. Dat hij zich dus het vuur uit de sloffen had gelopen om tijdig een goede vorm van rechtspleging op te tuigen jegens het kalifaatgeboefte dat zich tegen de hele mensheid had gekeerd op een manier zo barbaars, zo vol redeloze haat, als maar zelden in de geschiedenis vertoond is. Maar nee. Al in februari, meer dan een half jaar geleden, schreef ik over de noodzaak om, liefst samen met andere Europese landen die in hetzelfde schuitje zitten, snel en grondig te bedenken wat we met de Europese IS’ers aanmoesten, voordat de werkelijkheid ons zou inhalen. Maar tevergeefs. Van Ojik liet net als Yesilgöz en de rest van de Kamer gods water over gods akker lopen totdat het te laat was. Nu staan de eerste gevallen voor de deur en is het in de gevangenkampen in Syrië en Irak een onhoudbare puinhoop. En nu komt van Ojik dan eindelijk uit zijn luie fauteuil. Niet met een bruikbaar idee, voorstel of plan van aanpak, maar om een verdrietig vingertje te heffen.

Dit artikel lees je gratis. Als het bevalt kun je onderaan een kleine bijdrage doen, zodat ik dit soort artikelen kan blijven schrijven

Welnu, als van Den Haag geen constructieve bijdrage te verwachten is aan een oplossing van de vraag hoe met deze buitencategorie misdadigers om te gaan, dan moeten we er zelf maar een begin mee maken. Bijvoorbeeld door te kijken naar (1) die inzet voor de internationale rechtsorde, naar (2) de redenen om berechting van IS’ers in Irak te doen plaatsvinden dan wel hier in het land, en (3) naar de gronden waarop wij allemaal vinden dat de doodstraf er niet behoort te zijn.

Dit is wat ik u persoonlijk, naar beste eer en geweten, ter overdenking kan voorleggen.

1. DE INZET VOOR DE INTERNATIONALE RECHTSORDE

De internationale rechtsorde is een belangrijk stukje beschaving. Maar het is voorlopig ook een wankel bouwsel van regels en verdragen die alleen bestaan bij de gratie van de goede wil van alle deelnemers. De oudste en misschien nog best functionerende vorm ervan is het oorlogsrecht, een soort consensus over wat je je als strijdende partijen wel en niet kunt veroorloven tegenover tegenstanders en de burgerbevolking. Er is niets dat daadwerkelijk kan worden afgedwongen, dat is een fundamenteel verschil met de nationale rechtsorde met zijn sterke arm. Dat verklaart waarom ook als beschaafd beschouwde grote partijen vaak het oorlogsrecht aan hun laars lappen – denk bijvoorbeeld aan Amerikaanse martelpraktijken na september 2001 en eerder Russische excessen in Afghanistan en Tsjetsjenië. Kleinere partijen trekken zich er meestal helemaal niets van aan, zoals bleek in voormalig Joegoslavië in de jaren negentig. Fundamentalistisch religieuze bendes als de Taliban, Boko Haram Al Shabaab en IS willen niet eens tot een internationale rechtsorde behoren, in tegendeel. Die willen ze juist vernietigen.

Kinderschoenen

Een goed voorbeeld van de gammele kinderschoenen waarin Van Ojiks internationale rechtsorde staat is het Internationaal Strafhof in Den Haag, waar Amerika domweg niets mee te maken wenst te hebben. Erger nog, het land behoudt zich het recht voor om Amerikanen die er berecht dreigen te worden desnoods gewapenderhand uit Scheveningen te komen weghalen. Wat is dat voor rechtsorde?

Onder die omstandigheden is het ronduit potsierlijk om het niet ten uitvoer leggen van de doodstraf “in alle gevallen”, dus waar ook ter wereld en onder iedere omstandigheid, tot speerpunt van je inzet te maken, hoe “verdrietig” dat ook is. Een echte bijdrage aan de versterking van de internationale rechtsorde zou een doordacht, constructief en voor alle betrokken partijen aanvaardbaar voorstel zijn geweest voor de berechting van alle IS’ers. Maar zo ver gaat de inzet blijkbaar niet.

2. WAAR BERECHTEN?

Zo’n voorstel had ook de onlangs losgebarsten discussie over berechting hier of in Irak kunnen voorkomen. Maar goed, ook ongedane zaken nemen geen keer, dus we zitten er nu mee. Voor berechting in de regio pleit allereerst het feit dat de misdaden aldaar gepleegd en verreweg de meeste slachtoffers daar gemaakt zijn. Maar het beste argument voor berechting in Irak is simpelweg dat het zelfgenoegzame Nederland heeft nagelaten om zich ook maar enigszins voor te bereiden op het behandelen van dit soort bijzondere gevallen. Politici, juristen noch hulpverleners lijken zich te realiseren dat het hier gaan om figuren en misdaden die volledig buiten elke orde vallen. “Wij kunnen dat heel goed” is vooral een bewijs van lichtzinnige zelfoverschatting, iets waar Nederland wel vaker last van heeft. “Wij” hebben zoiets immers nog nooit bij de hand gehad. En “wij” gaan er in onze roerende bekommernis om de IS-kinderen moeiteloos voorbij aan pijnlijke maar relevante feiten zoals de abominabele staat waarin onze jeugdbescherming en jeugdreclassering verkeert.

Burgerlijk strafrecht

Bij “gewone” misdadigers, zelfs bij de Taghi’s en de Holleeders, draait alles altijd om een soort competitie tussen boeven die gaat om geld en om overeind te blijven binnen het wereldje. Het is grof, soms moorddadig, verregaand gewetenloos en wreed. Soms ook vallen er onschuldige slachtoffers, maar meer heeft het niet te betekenen. Dat soort misdaad, aangevuld met enkelingen die soms vreselijk door het lint gaan en eens per eeuw een politiek gemotiveerde moordenaar of aanslagpleger, is waarop ons strafrecht geschreven is. Het is een burgerlijk soort strafrecht, dat nu ineens moet worden geplakt op misdaden gepleegd in een semi-oorlogssituatie – Islamitische staat was immers allesbehalve een staat en wil dat ook niet zijn.

Diezelfde burgerlijke wereld is ook is ook waarop ons hulpverlenings- en resocialisatiecircuit zo goed en zo kwaad als het gaat berekend is. Het werkt allemaal redelijk, maar je ziet de spanning in de naden van het systeem aan de krampachtige manier waarop religieuze terroristen van eigen bodem als “verwarde personen” worden aangeduid. In extreme gevallen heeft ons systeem nu eigenlijk al geen antwoord – zie de hopeloze zaak tegen Jawed S., de mesmoordenaar van het Centraal Station die Allah beledigd achtte, of de onmacht van de rechtbank jegens Gökmen T, de Utrechtse tramschutter.

Loopjongenscircuit

De mensen die uitreisden en zich bij IS aansloten, hadden hele andere motieven dan “gewone” criminelen, ook al kwamen sommigen uit het loopjongenscircuit van de georganiseerde misdaad. Zowel de mannen als de vrouwen besloten willens en wetens om zich, om wat voor reden dan ook, gewelddadig tegen de samenleving te keren, met als doel die zonder enige vorm van genade te vernietigen. U, mij, hun eigen vrienden, kennissen en klasgenoten, wij moesten allemaal dood of tot slaaf gemaakt worden omwille van een islamitisch waandenkbeeld waar De Sade nog een puntje aan had kunnen zuigen. Zij kozen, hoe dom of slim ze ook waren, stuk voor stuk welbewust een levensvervulling die bestond uit moord, marteling en misbruik op de gruwelijkste manieren.

Voor zo veel mensvijandigheid bestaat geen excuus. Wie de samenleving zo de rug toekeert, neemt echt en definitief afscheid. Het is nog veel verwerpelijker dan in vijandige krijgsdienst gaan, en ook blijvend gevaarlijker. Dat geldt ook voor de vrouwen, die als ze niet zelf moordden, martelden en verkrachtten daar toch tenminste aan meehielpen en hun helden tot nog meer verschrikkingen opzweepten. Hoe ver dat gaat, blijkt wel uit de volslagen afwezigheid van oprecht berouw of zelfs maar enige bescheidenheid bij de dames. Zij willen u en mij nog steeds dood.

IS-kinderen

De enormiteit hiervan dringt in Nederland op geen enkele manier door. Daar schrijven wereldvreemde maar prominente psychiaters in de krant over resocialisatie, deradicalisering vergeving en verzoening, terwijl er behalve Jason Walters, die hoogstwaarschijnlijk slim genoeg was om zelf tot inzicht te komen, niet één geval van succesvolle deradicalisatie van iemand met iets op z’n kerfstok bekend is. Men wil godbetert de familie een rol laten spelen bij die resocialisatie. Dat zijn diezelfde families die bij hoog en bij laag volhouden nooit iets aan hun ontsporende kind opgemerkt te hebben. Het zijn in een aantal gevallen families die juist hebben bijgedragen tot de ellende. Zelfs die paar families die wel zagen dat het misliep met hun zoon of dochter, en die tevergeefs hulp vroegen aan datzelfde circuit dat nu wil gaan resocialiseren, hebben bewezen niet tegen het gif opgewassen te zijn. Ook zij zijn dus ongeschikt om bij eventuele resocialisatie een rol te spelen. Daar komt nog bij dat iedere reclasseerder weet dat het grootste risico voor recidive terugval in de oude sociale omgeving is.

Hetzelfde geldt voor de IS kinderen, de arme verschoppelingen die buiten hun schuld geestelijk misvormd zijn en nog elke dag verknipter worden. Ook daarvoor is in al die tijd niets bedacht behalve de heilige hereniging. Dat is kinderen willens en wetens in een hopeloze situatie opsluiten, regelrecht in de omgeving waar de krachten heersen die hun ouders verpest hebben. Dat is nota bene strafbaar, en zoiets voorkomen is ons aller principiële verantwoordelijkheid, gewoon hier te lande. Het beste wat we de kinderen kunnen geven is een nieuwe, dit keer veilige omgeving, zo ver mogelijk weg van hun monsterlijk haatdragende moeder en dier familie. Niks mama, niks opa en oma, juist daar huizen de onkunde en het kwaad. Maar het valt te vrezen dat brave Nederlandse rechters en hulpverleners dat niet willen begrijpen.

3. DE DOODSTRAF

En dan is er die dreigende doodstraf. Als ik het goed begrepen heb, waren de voornaamste redenen om daar tegen te zijn nooit mystiek maar juist heel rationeel. Heel pragmatisch, zou Dylan Yesilgöz zeggen. De doodstraf is namelijk de enige die werkelijk onomkeerbaar is. Het is, zacht uitgedrukt, geen pretje om ten onrechte jaren van je leven in het gevang te moeten slijten, maar mocht dat ten onrechte blijken te zijn – denk aan Kees B. van de Schiedammer parkmoord en Lucia de Berk – dan valt er zo goed en zo kwaad als dat gaat nog íets recht te zetten en kunnen mensen hun leven enigszins hernemen. Maar dood blijft dood.

De ervaring uit het buitenland – lees Amerika – leert bovendien dat gerechtelijke dwalingen in doodstrafzaken geen uitzondering zijn. Dat, samen met even eindeloze als uitzichtloze beroepsprocedures leidt in landen waar de doodstraf wel bestaat – lees alweer Amerika, want we hebben over de rest eigenlijk geen idee en we hebben er ook geen belangstelling voor – tot de conclusie dat de doodstraf een te grof, inhumaan middel is. Terecht, dunkt mij.

Hypocrisie

Maar dat geldt allemaal binnen de kaders van het strafrecht zoals wij, inclusief de misdadigers onder ons, dat begrijpen. Van normale kaders is in het geval van IS en zijn agenda tegen de hele wereld echter geen sprake, net zo min als bij de Endlösung of de geschifte experimenten van een dokter Mengele. Daar regeert alleen de waanzin. Waanzin die wij niet kunnen volgen en niet kunnen begrijpen, maar die wel gestopt moet worden.

Wie nu alleen maar roept dat de doodstraf, zelfs wanneer uitgesproken door een ander land volgens zijn eigen wetten, voor misdaden begaan op zijn grondgebied, principieel en absoluut onaanvaardbaar is – althans voor die lui die toevallig een Nederlands paspoort hebben – maakt zich toch wel schuldig aan hypocrisie. Niet alleen meten we zo vanuit onze ver van het gedruis verwijderde, comfortabele leunstoel met twee maten als het gaat om IS’ers met en zonder Nederlands paspoort. Maar ook is de anti-doodstrafmissie waar nu allerlei figuren prat op gaan maar weinig heldhaftig. Wat doet Nederland tegen de executies aan de lopende band in China? Tegen de uitzichtloze death rows in Amerika? Wat deed Nederland toen journalist Kashoggi zonder vorm van proces letterlijk aan mootjes gehakt werd in een Saoedische ambassade? Niks, nada. Dat zijn wel heel goedkope principes.

Luguber

Opmerkelijk is verder in de reacties tot nu toe dat men eigenlijk niet verder kwam dan de gebruikelijke strikt theoretisch-juridische betogen, erop wijzen dat we “nu eenmaal” verdragen getekend hebben, en wat vaag geroep over mensenrechten. Bijzonder was de parmantige reactie uit de omgeving van Van Ojik op Twitter dat tegen de doodstraf zijn beschaving heette, “een dun laagje waar we heel zuinig op willen zijn”. Wat dat zuinig zijn concreet inhield bleef wijselijk onbenoemd. En dan was er het hè-jakkes-nee argument van journalist Leonard Ornstein op 8 november op Radio1. hij was tegen de doodstraf omdat hij die “luguber” vond. Het. De weldenkende consensus is tot nu toe eigenlijk niet veel meer dan dat verwerping van de doodstraf “nu eenmaal een principe” is, en dat je dan consequent moet zijn. Maar de vraag is juist of dat in dit geval wel mogelijk is, en jeder Konsequenz führt zum Teufel.

Het is ook lastig, want er zijn veel belangen in het spel die soms met elkaar in conflict zijn. Strafrecht dient drie doelen: vergelding, preventie door afschrikking, en bescherming van lijf en goed van de burger – van dat laatste maakt ook resocialisering deel uit. Vergelding is vooral van belang voor de slachtoffers, het geeft enige genoegdoening dat het aangedane leed niet onbestraft blijft. Preventie door afschrikking is iets over de zin waarvan de meningen uiteenlopen, ook en met name waar het de doodstraf betreft. Nergens is ooit gebleken dat invoering of afschaffing ervan iets verandert aan het aantal gepleegde halsmisdaden. Verreweg het belangrijkste element in het geval van IS is de bescherming van de maatschappij als geheel tegen dit ultieme kwaad en zijn vertegenwoordigers. Op de staat, elke staat, rust een zware verantwoordelijkheid om te zorgen dat deze mensen niet meer terugkeren in de maatschappij die zij gezworen hebben zo veel mogelijk te beschadigen en liefst te vernietigen. Het risico dat dat wel en snel gebeurt is levensgroot bij berechting ver weg in Nederland, je ziet het gebrek aan bewijs al door de deur van de rechtszaal loeren. Ons recht is, terecht, humaan, maar dat zijn de beklaagden niet.

Inkeer en berouw

Een kernwaarde van een fatsoenlijke staat als de onze is dat ook de dader recht gedaan wordt. Dat is in het geval van leden van IS onmogelijk. Zij zien elke straf als onterecht en onverdiend, omdat zij ten principale het rechtsstelsel van Nederland of Irak niet erkennen. Zelfs met de mensenrechten die wij ook hen willen gunnen, vegen ze, behalve misschien om opportunistische redenen, hun achterwerk af. Daarin verschillen zij, samen met de “verwarde personen” en sommige politieke misdadigers, van alle andere klanten van justitie. Die vinden hun straf misschien te zwaar of niet terecht, maar ze erkennen en respecteren wel het staatsbestel en de strafwetten. Dat maakt ze ook vatbaar voor resocialisatie, inkeer en berouw.

IS leden vinden het allemaal abjecte flauwekul. Dat maakt ze een blijvend gevaar, deze mensen kunnen en willen niet geresocialiseerd worden. Je kunt mensen die zich wentelen in superieur slachtofferschap niet dwingen te integreren in een maatschappij die ze ten diepste minachten en verwerpen. Onder die omstandigheden coûte que coûte de doodstraf van tafel willen halen, zien zij alleen maar als het zoveelste bewijs van Westerse minderwaardigheid. Het zal hen stijven en sterken in hun waanzin.

Wat is nu de conclusie? Die trekt u maar. Ik heb mijn stukken op het schaakbord gezet, de volgende zet in de discussie is aan u.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Taalkundige, schrijver, vertaler en wetenschapsjournalist @rik_smits_ @RikSmitsAuthor