De grootste moordenaar van de Argentijnse geschiedenis is dood. Voor zijn slachtoffers is dat jammer.

STEUN RO

Een paar maanden geleden zag ik hem nog zitten. Jorge Videla, temidden van andere bendeleden bij de opening van het proces-Campo de Mayo, een internerings- en martelcentrum van de Argentijnse landmacht in Buenos Aires. Het was even zoeken. Want hij zat achteraan: blauw pak, met passende rood-blauwe gestreepte stropdas, stuurs kijkend door zijn bril met licht metalen montuur.

Naar mijn gevoel een beetje ineengekrompen, alsof hij niet wilde opvallen. Maar ook strategisch. Als oud-opperbevelhebber van de strijdkrachten en de eerste president van de Argentijnse junta, van maart 1976 tot maart 1981, hield hij zo overzicht op zijn manschappen, de commandanten en beulen die arrestanten opvingen, onder onmenselijke omstandigheden vasthielden en ze vervolgens ombrachten. Hielden ze zich allemaal wel aan de omerta – de geheimhoudingsplicht? Ja dus!

"Arme oude man"

Videla liep ik vorig september bijna tegen het lijf in de Marcos Paz-gevangenis, net buiten de hoofdstad, op bezoek bij oud-Transavia-piloot Julio Poch, verdacht van het uitvoeren van dodenvluchten, in Blok Modula 4, paviljoen 6. Daar zat Videla zijn levenslange gevangenisstraf + 50 jaar uit wegens misdaden tegen de menselijkheid en de ontvoering van kinderen. “Een arme en oude man”, beschreef Poch hem vol medelijden. Videla genoot loyaliteit tot op het einde.

Vragen

Deze Jorge Rafael Videla (87), de belichaming van de Argentijnse 'jaren van het lood', is gestorven in zijn slaap. Je zou de architect en uitvoerder van 'het proces van nationale reorganisatie' graag een ander einde toewensen. Maar nu nog even niet. Want één van de belangrijkste bronnen van het meest repressieve regime ooit op het Zuid-Amerikaanse continent kan niets meer openbaren. En er liggen nog tal van vragen.

In zijn boek 'Disposición final' spreekt auteur Ceferino Reato langdurig met Videla over de 'verdwijningen' tijdens zijn regime. Van 9.000 arrestanten – sommigen spreken van 30.000 arrestanten – is niets meer vernomen. En de kardinale vraag luidt: wie gaf het fiat voor deze moorden? Op pagina 31 wijst Videla de schuldigen aan: 'los empresarios', het Argentijnse zakenleven. Videla: “Ze wassen de handen in onschuld maar ze zeiden ons: 'Doe wat je moet doen'.” Videla moest de oppositie kort houden. Kostte wat het kostte. Duizend of tienduizend doden 'a mil, a diez mil'. Daar had de oud-generaal best nog wat gedetailleerder over mogen spreken.

Uiteraard zijn namen bekend van de grote vertegenwoordigers: de minister van Economische Zaken Martínez de Hoz. Die is kort geleden overleden. Maar vergeet Jorge Zorreguieta, staatssecretaris van Landbouw en Veeteelt niet, met wie hij staand in een cabriolet de jaarlijkse vee-expositie's in Palermo opende. Hij was de spreekbuis van de machtige Sociedad Rural Argentina, de grootgrondbezitters.

Donde están?

Tegen Jorge Zorreguieta loopt sinds 31 januari een aangifte wegens mede-verantwoordelijkheid bij verdwijningen. Meer dan ooit te voren wordt het tijd dat deze Zorreguieta praat en antwoord geeft op die andere belangrijke vraag: waar zijn ze – donde están – al die duizenden slachtoffers? Voordat het ook bij hem te laat is.

Arnold Karskens is Neerlands meest onafhankelijke en ervaren oorlogsverslaggever. Muckraker. Nachtmerrie voor nazi’s en andere oorlogsmisdadigers. Auteur van tienŒ boeken. Onderzoeksjournalist die nooit ‘nee!’ als antwoord accepteert. Lastig, dwars & gehaat door zijn vijanden, maar Last Man Standing voor mensenrechten en vrijheid van meningsuiting.

Geef een antwoord