Voetbal is oorlog, ook in de literatuur

Een zomerstop in het voetbal leent zich goed voor lezen erover. 'Nooit een thuiswedstrijd', dat onlangs nét niet de Nico Scheepmaker Beker won voor het beste sportboek van het jaar, is een aanrader.

Zes boeken waren er dit jaar genomineerd voor de Nico Scheepmaker Beker, de vakprijs voor het beste sportboek van het jaar. Strategisch op de agenda, één week voor vaderdag, de dag waarop traditioneel sportboeken in grote hoeveelheden aan vaders door het hele land cadeau worden gedaan. Onder voorzitterschap van David Endt had een jury, die verder bestond uit Arthur van den Boogaard, Wilfred van Buuren en Renate Verhoofstad, zich maandenlang gebogen over een veertigtal boeken.

RECENSIE    S-M-L-XL
• • • •
Arthur Huizinga – Nooit een thuiswedstrijd   
Prometheus, €16,95

Hoewel niet zonder slag of stoot, kwam de jury tot een overtuigde uitspraak voor met name de eerste twee plaatsen. De beker en ‘eeuwige roem’ werden toegekend aan Wilfried de Jong voor Kop in de wind. De runner-up Arthur Huizinga verraste met een non-fictiewerk van literaire waarde en maatschappelijke relevantie. De research – in een vreemd taalgebied – die ten grondslag moet hebben gelegen aan Nooit een thuiswedstrijd werd door de jury als ‘indrukwekkend’ bestempeld. A Quattro Mani was al eerder onder de indruk van het werk. Daarom, voor wie het boek nog niet gelezen heeft, hierbij de 'return'. 

‘Voetbal is oorlog’ wordt wel eens gezegd. En de subtitel – ‘een voetbaloorlog in de Kaukasus’ – bij het non-fictieboek Nooit een thuiswedstrijd van Arthur Huizinga lijkt die stelling te gaan onderstrepen. Journalist Arthur Huizinga volgt sinds 2008 de Azerbeidzjaanse voetbalclub FK Quarabağ Ağdam op de voet en vond gaandeweg het bijzondere verhaal van een wereld die in vergetelheid is geraakt.

Hij is er ook bij als deze ‘vluchtelingenclub’ met zijn even rijke als turbulente geschiedenis uiteindelijk doordringt tot de Europa League in 2009. Daar komt het tot een treffen met onder meer FC Twente, dat verassend veel tegenstand ondervindt van dit taaie gezelschap Azeri, zoals het volk genoemd wordt. Als de returnwedstrijd gespeeld gaat worden in de ‘Bananenrepubliek’ aan de Kaspische zee, houdt iedereen aan Nederlandse zijde zijn hart vast. RTV Oost wil aanvankelijk de wedstrijd, die gespeeld wordt in de hoofdstad Bakoe, live uitzenden, maar trekt zich terug nadat een dubieuze tussenpersoon in Moskou 50.000 euro contant in een koffertje eist voor de uitzendrechten. Het zijn de excessen uit een regio die sinds de Glasnost ontwricht is achtergebleven aan ‘de rafelige randen’ van de voormalige Sovjet-Unie.

Nagorno Karabach

Nooit een thuiswedstrijd vertelt vooral het verhaal van Nagorno Karabach – een gebied dat sinds de verzelfstandiging van de republieken Azerbeidzjan en Armenië in een permanente staat van beleg tussen de beiden verkeert. Formeel behorend bij Azerbeidzjan, echter met een bestuur onder invloed van Armenië, heeft Nagorno Karabach feitelijk al een onafhankelijke status sinds 2 september 1991. Ağdam, een stad gelegen in het oosten, was daar ooit de thuisbasis van FK Quarabağ. Tegenwoordig rest er nog slechts een spookstad gelegen in de frontlinie – een gebied geteisterd door pogroms, massaslachtingen die vooral slachtoffers hebben geeïst onder de burgerbevolking. Trefzeker schetst Huizinga hoe de oorlog wordt gevoed door haat die voortvloeit uit onwetendheid en hoe machtsstructuren dankbaar gebruik maken van de angst van de massa. Al decenia de basis voor succesvolle totalitaire regimes in zowel Azerbeidzjan als Armenië.

Tekenend in het kader van de gevoerde etnische strijd is het verhaal van voetballer Leunik Levonid. Huizinga komt in het bezit van een foto van het elftal van FK Quarabağ uit de jaren zeventig waarop het gezicht van een van de spelers – verdediger Levonid – onherkenbaar is gemaakt. Zijn vermeende keuze voor Armeense zijde in de oorlog maakte hem tot de gedroomde zondebok voor de Azeri. Huizinga spoort hem op in het heden en ontfutselt het werkelijke verhaal over Levonid die zich daardoor van de oude collectieve veroordeling kan bevrijden.

Hoop en vrees

De bevolking leefde in deze duistere periode voortdurend tussen hoop en vrees. Het motiveerde de spelers destijds alleen maar meer om door te gaan voor ‘hun’ mensen van Ağdam. Het dagelijkse ritme van trainen en voorbereiden op de volgende wedstrijd sleepte hen er doorheen en gaf hoop aan velen. In de strijd om de voetbalcompetitie in eigen land eindigden ze hoog in de ranglijst, vooral omdat er zelden een thuiswedstrijd werd gespeeld. Vrijwel geen enkele ploeg durfde met hen in duel te gaan op een veld temidden van granaatinslagen en rondvliegende kogels.

Hoewel het vertelde verhaal vooral in het begin in een stortvloed aan namen en feiten dreigt te verdrinken, heeft het urgentie en brengt het een vergeten conflict indringend in beeld. Het haalt voetbal uit de oorlog, maar laat ons achter met het angstige besef dat de oorlog voor altijd in de mens verankerd zal blijven.

Mijn gekozen waardering € -

Geef een antwoord