Je knippert twee keer met je ogen en ze zijn van baby naar basisschool. Roos Schlikker over de (zware) bevalling van haar zoontje.

STEUN RO

Wat heb ik nu gedaan? Hij is er al. Ik ben bevallen. Ik heb me er helemaal niet op voorbereid. O god, alles doet pijn. O hemel, deze blijft toch wel leven? Heb ik erg gescholden? Die Marokkaanse co-assistent zag wat bleek om zijn neus. Het was zijn eerste bevalling zeiden ze. Tering, en het is ook nog Ramadan, die arme jongen. Ik heb het zo koud. Mijn buik is weg. Leeggeprikte ballon. Wat is F. schor. Volgens mij heeft ie harder geschreeuwd dan ik. Wat een bloed allemaal.

Ach vogeltje toch, klein vogeltje. Hij heeft het zo zwaar gehad. Ik durf hem bijna niet te aaien. Wat ligt ie stil. Hoezo wordt ie nu blauw? O nee, ze nemen hem bij me weg, ze moeten hem nakijken. Waarom kijken ze zo bezorgd, waarom gingen ze op een drafje met hem de kamer uit? Hij komt toch wel weer terug? Hij mag nooit meer weg. Hij zal toch wel goed zijn?

Nee, natuurlijk niet, het gaat niet goed. Bij ons gaat dit niet goed. Waarom huil ik eigenlijk niet? Zou ik niet in paniek moeten raken? Ik kan alleen maar liggen. Ik moet F. geruststellen. En mijn ouders. Maar ik weet niet wat ik zeggen moet. Dit gaat niet goed.

O, gelukkig daar is ie weer. Loos alarm? Helemaal gezond? Hoe kan dat nou? Helemaal gezond, helemaal gezond, mijn vogeltje.

En nu allemaal weg, die witte jassen. Mijn kamer uit. Ik ontferm me over hem. Ik ontferm me alleen maar over hem. Ik heb alleen geen idee hoe je zo’n luier omdoet.

Kwetsbaar

Lieve M. Wat waren we broos zes jaar geleden, hè. Ik zie je nog liggen als een propje op mijn buik. Je zag er uit als een aangeslagen bokser. Je neus stond scheef, je ogen waren dik, je blik vertroebeld. Mijn eigen blik op die eerste foto’s is een tikje waanzinnig. Mijn pupillen zo groot, mijn haar zweetnat. Ik voelde me heel helder. Maar ik was volslagen in de war.

Dat gevoel bleef die eerste weken flink hangen. Niet alleen bij mij maar ook bij je vader. Pas na een jaar durfden we aan elkaar te bekennen dat we allebei diverse keren per nacht naar het wiegje slopen om onze hand op je wang te leggen. Oef, gelukkig, niet koud, niet versteend, je leefde nog. Wij leefden nog. Maar wat waren we kwetsbaar.

En moet je nu eens zien. Mijn grote blonde blije kleuter. Die laatst zelf het woord voooooooooogol voor me in zijn schoolschrift schreef. En daarna pieieieiemol. Want de pikkenobsessie begint al vroeg.

We moeten maar eens denken aan seksuele voorlichting.

Hoewel, ik moet er helemaal niet aan denken. Nog even en je scheurt als puistenpuber op je scooter bij me weg, condooms ostentatief in je achterzak.

Ik kijk naar je nu je met je Pokémonkaarten speelt. Ik pak je vast. Even kruip je dicht tegen me aan en is het weer als toen je pas geboren was en je je kopje voor het eerst tegen mijn sleutelbeen legde.

“Kijk eens mama, dit is een vet coole!”

Ik knik. Ja, vogeltje. Morgen ga je weer naar groep 3. Je rugtasje staat al klaar in de gang. Ik sla mijn vleugel om je heen.

    Roos Schlikker begon ooit als financieel journalist maar dat was een vergissing. Nu schrijft ze interviews en reportages over alles behalve stropdassen, volgens collega’s met een voorliefde voor de moderne (stads)mens. Doet mee aan 'Wie is de Mol'. Op Reporters Online publiceert ze columns.