Voltooid leven? Laat die mensen lekker sterven! Of wacht…

We hebben het allemaal wel door: die versoepelde euthanasie-wet is een smoes. De eigenlijke boodschap? Grijsaards, u bent te oud en te duur voor ons! Maar die boodschap is nog lastiger te tackelen dan we hopen...

‘Hipster-christen bekeert zich tot de SGP’, had er boven dit stuk moeten staan. Als theoloog heb ik me namelijk jarenlang heel senang gevoeld bij de meer progressieve politieke partijen in ons stelsel. Deze maand deed een terminale druppel de emmer dan toch overlopen en voelde ik me even, heel even meer ChristenUnie dan GroenLinks.

Een beetje gezond wantrouwen

Ik heb het namelijk wel door. Eigenlijk heeft iedereen het wel door. Dat geouwehoer over ‘voltooid leven’. Over hoe ouderen die niet ziek zijn en toch dood willen, gewoon een pil van Drion moeten kunnen krijgen. Volgens mij snappen we allemaal heel goed dat de vlag van ‘zelfbeschikking’ hier de lading niet dekt. Er spelen heel andere motieven en belangen.

Allereerst moet je altijd even scherp zijn als je VVD-ministers het woord ‘barmhartigheid’ een paar keer in de mond hoort nemen. Zoals Edith Schippers en Ard van der Steur in hun recente voorstel. Daar vinden ze dat de overheid zo barmhartig moet zijn, het zelfgekozen levenseinde van een levensmoede bejaarde te honoreren. Wie dood wil moet dood mogen, simpel gezegd.

Wat wil minister Schippers nu eigenlijk?

Ontzettend lief, ware het niet dat een door Edith Schippers zelf in het leven geroepen commissie dit hele plan ongewenst vindt. Zeven wetenschappers hebben in haar opdracht onderzoek naar de wetgeving rondom euthanasie gedaan. Conclusie? Alles werkt prima en de groep niet-zieken die toch dood wil is zo verwaarloosbaar klein dat een extra versoepeling van de wet nergens voor nodig is.

Toch zet Schippers door, tegen haar eigen commissie in. Ondersteund door VVD-collega van der Steur. Symboolpolitiek dus, maar welke kant op? Het voorstel komt van een minister (van een partij) die ons jarenlang heeft voorgehouden hoe hoog de kosten van de zorg zijn. Hoezeer de vergrijzing onze economie bedreigt. Hoe nodig alle nationale bezuinigingen zijn, want als we zo doorgaan gaan we het niet redden.

Een tegennatuurlijk redmiddel

Goed dan. Op zijn platst (en een beetje boosaardig) vertaald zeggen deze VVD’ers dus, gesteund door de zelfbeschikkings-fetisjisten bij GroenLinks en vooral D66: van mij mag u dood, want ik weet mij geen raad met u. Er is schrijnende eenzaamheid onder ouderen, er is een chronisch personeelstekort in verzorgingstehuizen en de kosten van de zorg rijzen de pan uit: neemt u maar een pilletje. Die goede oude dood, sinds mensenheugenis het laatste redmiddel van de radelozen.

Een slecht redmiddel. Waarom? Omdat een gezond mens niet dood wil. Het meest irrationele dat er is en tegelijk het meest krachtige en basale element in de hele kosmos: de Wille zum Leben. Alles in natuur, lichaam en psyche is ingericht op dat ene doel: overleven. Ondanks alles, hoe dan ook. Daarom concludeerde Schippers’ eigen commissie al dat de doelgroep voor de wet op ‘voltooid leven’ zo klein was. Zijn we niet ziek, dan moet er veel gebeuren willen we een duurzame doodswens ontwikkelen – die gaat tegen de aard van het beestje in.

Iedereen geeft om de dood

De oude schrijvers van de Hebreeuwse bijbel hadden een speciaal woord voor een slechte dood. She’ol (vaak vertaald als onderwereld, hel of Hades) was een slechte dood. Het was de dood waar vader Jakob zijn leven lang bang voor was: te moeten sterven zonder zijn verdwenen zoon Jozef ooit nog te hebben gezien. Het was de dood waar Jona (toch niet de meest levenslustige profeet) met alle macht uit probeerde te ontsnappen toen hij in de vis zat. She’ol. Een slecht getimede dood – overlijden terwijl je onnodig in disharmonie bent – was een hels vooruitzicht voor de Hebreeërs.

En dat is een universeel menselijk kenmerk. Waarom is het begraven van doden een van de ‘zeven werken van barmhartigheid’? Waarom vinden we het zo belangrijk wat er met ons lichaam gebeurt na de dood? Waarom gaat een hele samenleving steigeren van een nieuwe donorwet, waarin onze organen post mortem automatisch voor een ander beschikbaar zijn? Omdat we, irrationeel of niet, een enorm belang hechten aan de situatie, de mensen en de gebruiken die ons sterven omgeven.

‘Eindoplossing’

Allemaal complexiteiten in onze ziel waar het voorstel van minister Schippers geen rekening mee houdt. De vraag hoe een gezond mens tot een doodswens komt wordt niet gesteld. De vraag of een omhelzing, medemenselijke aandacht, een vorm van professionele zorg die doodswens weg kan nemen wordt achter een beleidsstuk of het kostenplaatje geschoven.

Een dubieuze symboolwet als eindoplossing voor het probleem van de eenzame en ongelukkige grijsaards, dus. Onze maatschappelijke onverschilligheid en totale radeloosheid, gemakzuchtig verpakt in het glimmende pakpapier van de Heilige Autonomie. Het is makkelijk, veel te makkelijk te fileren, en dat is precies wat ik in dit artikel aan het doen was voordat ik 600 woorden naar de prullenbak verwees en helemaal opnieuw begon.

Want het blijft toch problematisch

Als slot van mijn vlammende betoog had ik namelijk iets over liefde voor ouderen. Over collectief de schouders eronder en mantelzorg en participatiemaatschappij, dat alles, maar dan meer sexy en meer theologisch. Eerst Schippers affakkelen en dan de gloedvolle boosheid van een romantische theoloog, dat verkoopt vast weer goed op Blendle.

Ik kon het niet met mijn geweten overeenkomen. Omdat ik ontdekte dat ik diep, diep, diep beïnvloed ben door mijn tijd. Ik ben een individualist die een uitgeleefde bejaarde haar zelfgekozen dood (hoe oerlelijk en zonde ik het ook zou vinden) niet kán ontzeggen. Een comfort-beluste individualist die het idee eigenlijk best veilig vindt. Het idee dat er ergens een pilletje in een kastje ligt als eeuwige escape voor als het leven even tegenzit. Mijn geweten verbiedt me om Schippers’ voorstel, hoe kwaadaardig ik de wet ook vind, helemaal af te kraken.

We zijn allemaal schuldig

Temeer ook omdat ik, nog erger dan wat ik hiervoor zei, te egoïstisch ben voor het alternatief. Zeker, ik wil dat onze ouderen omhelsd, gezien, gehoord, geliefd en verzorgd worden en ik heb er geld voor over. Maar heb ik er ook mijn eigen tijd, luxe en huisruimte voor over? Ik betwijfel het. Zelfs ik, die mijn ouders liefheb en meerdere keren per week in goede harmonie, zonder conflict en met lol en wederzijdse waardering zie, moet er niet aan denken hen later als bejaarden in mijn huis te hebben wonen.

Als theoloog kan ik dus de grootste bezwaren hebben tegen Edith Schippers en Ard van der Steur. Maar die bezwaren hebben we allemaal – en tegelijkertijd voelen we allemaal het ongemak van onze hypocrisie. Het liberale ongemak van ‘medemens, ik heb het recht niet om jou je dood te ontzeggen’, het collectieve ongemak van ‘hoe moet dat nou als we straks allemaal gezond 120 worden?’ en het individuele ongemak van ‘heb ik zélf eigenlijk wel zin om in goede gezondheid 120 te worden?’.

Wat zouden we eigenlijk nodig hebben?

Graag had ik het dus bij een fel pamflet tegen de progressieve politiek gelaten (hipster-theoloog steekt eigen GroenLinks mes in de rug) maar ik kan het niet verkroppen. Omdat er tegenover de VVD-variant van barmhartigheid (de Engel des Doods) een andere variant van barmhartigheid (Sisters of Mercy) moet staan. En ik ken maar bar weinig individuen die dat op kunnen brengen. Mij gaat het niet lukken.

Dus tegenover de VVD (georganiseerde kille individualiteit) zou je eigenlijk een andere club moeten hebben. Een club waar mensen op organisatorisch niveau naar elkaar omzien. Een club waar professionals rondlopen die de nood van individuele leden in de gaten houden – tussen afstandelijke artsen en al te betrokken familieleden in. Een club waar ouderen niet verteld wordt wat ze kosten, maar dat ze waardevol zijn. Hoe meer ik hierover verder mijmer, hoe meer ik denk: verdomd, wat hebben we gedaan toen we massaal de kerk verlieten?

Vandaag is deze progressieve theoloog even terug op het honk. Vol heimwee naar de dilemma-loze tijd waarin we nog dachten dat God leven en dood in zijn hand had. Vol heimwee naar de ons-kent-ons tijd van de kerkelijke gemeenschap waar ieder leven vanzelfsprekend de moeite waard was. Die tijden zijn een onbarmhartige dood gestorven. Hoe nu verder? Laten we die vraag in Godsnaam op z’n minst uit de handen van berekenende bestuurderspartijen houden.

Mijn gekozen waardering € -

Alain Verheij is gefascineerd door alle plaatsen en momenten waar tijd en eeuwigheid elkaar ontmoeten. Denk daarbij aan kunst, cultuur, religie en schoonheid in de breedste zin van die woorden. Verder heeft hij een groot zwak voor taal en promoveert hij op het Ugaritisch.