De geest is in Turkije uit de fles en hoewel dit een historisch keerpunt is blijven de consequenties voor politiek en samenleving voorlopig nog ongewis.

STEUN RO

Toen de Turkse premier Tayyip Erdogan drie dagen geleden voor een meerdaagse trip naar Noord-Afrika vertrok liet hij zijn land in chaos achter. De afgelopen nachten stroomden in Istanbul het Taksimplein en het Gezi Parki vol, terwijl onder andere in de hoofdstad Ankara de demonstranten weer grote hoeveelheden gas hapten.

Nauwe democratievisie Erdogan

Voor vertrek maakte Erdogan de wereld nogmaals deelgenoot van zijn nauwe visie op participatieve democratie door te stellen dat de demonstranten slechts marginale relschoppers waren: "Minstens de helft van het land staat achter ons. We houden die mensen met moeite binnen om erger te voorkomen.” Vanuit Marokko liet hij weten dat de situatie normaliseert en dat de problemen binnen enkele dagen opgelost zijn.

Ondertussen konden president Abdullah Gül en vice-premier Bulent Arinç de kastanjes uit het vuur halen. Zij boden hun excuses aan voor het in Gezi Parki gebruikte politiegeweld. Daarnaast ontving Gül de vertegenwoordigers van het Taksim solidariteitsplatform, een allegaartje aan NGO’s en politieke bewegingen.

Arinç kondigde naar aanleiding van dit treffen aan bij terugkomst van Erdogan (vanavond) de bouwplannen binnen het kabinet opnieuw te bekijken. Dat Erdogan zijn toon zal matigen lijkt niet heel waarschijnlijk. Daardoor vervreemdt hij steeds meer mensen van zich. Niet alleen in de samenleving, maar ook in de AKP die drijft op zijn charismatisch leiderschap. Voor Erdogan lossen de problemen zich niet op; ze stapelen op.

Park als druppel

Het is een vreemde gewaarwording dat een van de belangrijkste aanvoerwegen naar het centrale plein in een miljoenenstad bezaaid is met barricades bestaande uit bankstellen, auto’s, lantarenpalen en wat dies meer zij. De controverse rond het park was de welbekende druppel die de emmer deed overlopen.

Aan de Istiklalstraat die uitkomt op het Taksimplein gingen de afgelopen maanden twee symbolisch beladen gebouwen tegen de vlakte. De historische pattiserie Inci en de authentieke Emek Cinema maakten plaats voor grote winkelketens. “We zijn hier naartoe gekomen, omdat we niet langer tolereren dat onze premier zich als burgemeester van Istanbul gedraagt,” vertelt de 22-jarige student Metin mij. “Het volk heeft gezegd: Istanbul is van ons. Tot hier en niet verder.”

Hoewel de demonstraties al lang niet meer alleen om een park gaan, blijft dat park belangrijk om te begrijpen wat er aan de hand is. In het afgelopen weekeinde probeerden veel groeperingen, waaronder het sterk seculiere, Kemalistische en nationalistische deel van de oppositie mee te liften op het momentum van de demonstraties. Dat deed sommige analisten de conclusie trekken dat de Turkse samenleving uiteen valt in seculieren versus Islamisten.

Liberalisme versus autoritairianisme

Als we iets verder kijken dan onze neus lang is, ontdekken we echter dat een dergelijke weergave van zaken de huidige protesten geen recht doet. Noch het AKP-electoraat, noch de seculiere oppositie zijn statische groepen. Een rondvraag in het park leert dat de meeste demonstranten de straat op gingen om tegen de autoritaire regeerstijl van Erdogan en het excessieve politiegeweld te protesteren. Grove scheidslijnen zijn niet toepasbaar op een menigte waarin de wens in een meer liberaal land te leven en de afkeer van het huidige autoritairianisme het belangrijkste is wat de demonstranten bindt.

De 54-jarige aardrijkskundeleraar Özcan verwoordt het treffend:

“Vaak hoor je mensen zeggen dat we niks van deze generatie hoeven te verwachten. Degenen die dat zeiden zaten ernaast. Het geeft me een heel hoopvol gevoel deze jonge generatie hier zo te zien. Iedereen hier wil gewoon z’n leven in vrijheid kunnen leiden en niet tot in de woonkamer aan toe van Tayyip horen wat wel en niet mag.”

Daarnaast is de collectieve boosheid jegens de media, die zich met name in de eerste dagen van de demonstraties Oostindisch doof en ziende blind toonden voor het politiegeweld, een immer terugkerend gespreksonderwerp in het park.

Solidariteit voelbaar

De atmosfeer in het park is magisch en vreedzaam. De solidariteit en collectiviteit zijn voelbaar, de creativiteit zichtbaar. Mensen delen eten uit, discussieren met elkaar, ruimen wat op, lezen in de provisorisch opgezette bibliotheek en zingen en dansen. De klassieke seculieren en nationalisten die in het weekeinde het feestje kaapten komen nauwelijks meer naar het park. Heel veel jongeren uit verschillende lagen van de bevolking laten zien hoe je samen met respect voor elkaar kan leven.

“Erdogan is er toch maar mooi in geslaagd om al deze mensen te verenigen,” zegt de 24-jarige Irmak, die voor een denktank werkt en speciaal voor de gelegenheid een helm en een gasmasker heeft aangeschaft. “Ik vroeg me altijd af waar al deze mensen waren. Nu hebben ze elkaar door het politiegeweld en de kleineringen van de premier gevonden.”

De geest is uit de fles en hoewel dit een historisch keerpunt is blijven de consequenties voor politiek en samenleving voorlopig nog ongewis.

Eerder verschenen op De Buitenlandredactie, 6 juni 2013

Tan Tunali studeerde Politicologie en Internationale Betrekkingen in Amsterdam en Istanbul. Hoewel half-Turks ontluikte zijn interesse in Turkije pas tijdens zijn studie. Na talloze academische papers over het Turkse buitenlands beleid, de Koerdische kwestie en het moderniseringsproces, is het nu tijd om journalistiek te bedrijven: Reizen, praten, onderzoeken en nog meer reizen, praten en onderzoeken.

Geef een reactie