Wim Hupperetz, directeur van het Amsterdamse Allard Piersonmuseum, heeft zijn functie als voorzitter van de adviescommissie musea en erfgoed bij de Raad voor Cultuur neergelegd. Uit protest, zo laat hij weten, tegen de onverantwoorde manier waarom de minister nu invulling geeft aan de adviezen van de Raad voor Cultuur. “Als dit doorgaat geven we straks miljoenen euro’s aan een paar musea, zonder dat hen ooit nog wordt gevraagd wat ze daar nu eigenlijk mee doen.”

STEUN RO
Hupperetz doelt op de maatregel die de minister, Ingrid van Engelshoven, in december van 2018 al aankondigde. De minister stelde toen dat de rijksmusea voortaan gefinancierd zouden worden via de Erfgoedwet. Daarmee vallen ze nu, blijkt uit de uitgangspuntennota die twee weken geleden verscheen, ook buiten de controle en monitoring die wel geldt voor instellingen die via de Raad voor Cultuur worden gesubsidieerd.

‘Tot dusverre heb ik me netjes binnen de Raad als adviseur opgesteld, maar nu mag ik daar zelf ook iets van vinden’, stelt Hupperetz. ‘Ik zie een aantal dingen gebeuren die onder de oppervlakte blijven. Het zijn technische dingen: het komt erop neer dat er een ongelijk speelveld ontstaat binnen de culturele basisinfrastructuur.’

Het technische verhaal is dat aan subsidie via de culturele basisinfrastructuur allerlei externe controlemechanismen verbonden zijn, en aan subsidie via de Erfgoedwet veel minder, aldus Hupperetz: ‘Die Erfgoedwet is er om te voorkomen dat elke vier jaar dingen ter discussie worden gesteld die niet ter discussie hoeven te worden gesteld. Dat is goed, alleen is er nu een soort technocratisch demarcatieproces geweest waarbij het onderscheid is weggevallen tussen de programmering (waarover verantwoording moest worden afgelegd, WS.)

en het beheer van de collectie. Het punt is dat de meeste musea zelf al zoveel geld verdienen, dat het aandeel subsidie, dat nu aan de Erfgoedwet is toegewezen, een relatief klein deel van het totaal is. Maar in absolute getallen is het heel veel.’

Hij legt het uit aan de hand van een, naar eigen zeggen, extreem voorbeeld: ‘Het Van Gogh Museum krijgt van het Rijk ruim 8 miljoen. Om precies te zijn: 1,3 miljoen vanuit de Basisinfrastructuur, 609.000 voor beheer en behoud en 6,32 miljoen voor het gebouw.  Dat is samen 8,3 miljoen. Veel geld. In de nieuwe situatie krijgen ze 6,32 miljoen voor het gebouw en 2 miljoen voor beheer en behoud. Dat wordt dus vanzelf naar de Erfgoedwet verplaatst.’