Waar zijn de passagierslijsten van de KLM gebleven?

In het onderzoek naar de betrokkenheid van de KLM in het vervoer van nazis naar Zuid-Amerika heeft de luchtvaartmaatschappij altijd alles ontkend. In 1947, 1996, 2007 en zelfs in 2019 werd het onderzoek afgeketst.

Twee jaar na de oorlog werd de maatschappij al door de Noord-Amerikaanse ambassadeur Baruch verzocht te stoppen met het vervoer van nazi’s naar Latijns-Amerika. Mid jaren ’90 werd de KLM opnieuw in opspraak gebracht door deze beschuldigingen. Er zou een onderzoek worden ingesteld. Er gebeurde niets. In 2007 werd slechts een deel van de sluier opgelicht door Marc Dierikx in het tv programma Netwerk en in 2019 adviseerde de KLM top dat een onderzoek naar dit verleden door de gerenommeerde historicus Gerard Aalders de maatschappij nog steeds zou schaden.

Waar is het spoor?

Eén van de grootste problemen was het achterhalen van de archieven. Deze zouden in der loop der jaren vernietigd zijn geweest. In het Nationaal Archief, geen spoor. Bij het NIOD ook niet. Wat is er dan gebeurd met alle dependances die de passages voor hun klanten hebben geboekt?

Daarnaast kaartte de maatschappij aan dat KLM niet vloog op Argentinië. Een bewering die kant noch wal raakte. De eerste vluchten op Buenos Aires werden in oktober 1946 gestart. In de periode daarvoor werd er wel al gevlogen op Rio de Janeiro (Brazilië) en Montevideo (Uruguay). Vanuit de havenstad was, aldus een KLM advertentie uit die tijd, een uitstekende nachtboot verbinding met Buenos Aires. Is er dan nog een spoor, een zogenaamde papertrail te vinden die wel inzage geeft in het mogelijke vervoer van nazi’s en collaborateurs naar Latijns-Amerika? In de voorgaande artikelen met betrekking tot dit onderwerp is al een aantal besproken. Inmiddels is er meer informatie opgedoken over welke organisaties mogelijk een rol hebben gespeeld in het doorsluizen van voortvluchtigen.

Vervoersmaatschappijen en reisbureaus

Na de oorlog waren er meerdere aanbieders die vluchten en passages aanboden voor Latijns-Amerika. Eén van de meest bekende was het Reisbureau Lissone-Lindeman NV. Een bureau voor rijke “globe trotters” met vestigingen over heel Nederland.  Zoals prins Bernhard en koningin Juliana wiens huwelijksreis het bureau organiseerde. Grootste aandeelhouder van het reisbureau was de Nederlandse Scheepvaart Unie van Willem Ruys & zonen (Rotterdamse Lloyd). De NSU verzorgde ook scheeppassages. Direct na de oorlog werkte het Intergovernmental Committee on Refugees nauw samen met het Lissone-Lindeman in het vervoeren van transmigranten/ vluchtelingen vanuit Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Italië naar Groot-Brittannië, Zuid-Amerika, Canada en Zuid-Afrika. Daarnaast verzorgde het reisbureau ook de overtocht van gewone emigranten die hun geluk in den verre wilden proeven. Zij die het zich veroorloven konden namen het vliegtuig. Alle passagiers moesten zich registeren bij de Zuid-Atlantische dienst, aan het Lyceum plein 18 in Den Haag.

 

Registratie

Aan het hoofd van de toenmalige dienst stond H.M.C. Duymaer van Twist. Passagiers die een passage in 1946 wilde boeken voor één van de drie speciale vluchten op Zuid-Amerika moesten het onderstaande formulier invullen. Interessant is punt 15 welke overheidsinstelling ondersteunt de aanvrager, zo niet (punt 16) over welke officiële aanbevelingen beschikt de reiziger dan?  Verder werd gevraagd een deviezenreisvergunning, visum, etc. Belangrijke gegevens omtrent iemands identiteit, reis, reden van vertrek en door wie het visum is verstrekt. De grote vraag is waar het archief gebleven is van zowel het Lissone-Lindeman als van Ruys (Lloyd)? Zijn er dan nog getuigen in leven die hierover iets kunnen uitweiden? Nee dat niet meer. Die kans is vergeven in 1996. Toen zou er nog een kans zijn dat stewardessen of één van de meer dan 5.000 KLM medewerkers die voor de luchtvaartmaatschappij werkten de zaken konden toelichten. Bijna 30 jaar later is die kans zo goed als verloren te beschouwen.

Kans op bewijs?

Welke archieven resteren dan nog? Voornamelijk privé archieven en vergeten schoenendozen met documenten en brieven op zolderkamers. Zo is onlangs het registratiedocument gevonden van P. van der Molen. Zijn echte naam was Pierre Sweerts. Een voortvluchtige Belgische collaborateur die in samenwerking met leden van de familie Münninghoff uit Laren en Voorburg zich zelf, de zoon van Joannes Münninghoff, de oud SS’er Frans Münninghoff, en Letse SS’ers naar Argentinië loodsten. De passage hadden Sweerts en Frans geboekt op het kantoor van Lissone-Lindeman in Hilversum. Op het blauwe KLM informatieboekje staat het telefoonnummer van het reisbureau 7740. De correspondentie was gedateerd op 5 juli 1946. De vereiste visa was verstrekt door de Braziliaanse consul in Amsterdam. De arrestatie van Sweerts in de herfst van 1946 op een BNV onderduikadres in Haarlem verstoorde de uitreis van “Van der Molen” en Frans Münninghoff.  Zijn contactpersoon, de BNV medewerker Hein Siedenburg had hem op een onderduikadres in Haarlem ondergebracht totdat hij naar Zuid-Amerika zou uitwijken. Sweerts had namelijk in het verleden opdrachten uitgevoerd voor de Nederlandse en Britse inlichtingendiensten waar Siedenburg als liaisonofficier toe behoorde. Frans Münninghoff moest weg omdat hij vanwege zijn collaboratieverleden werd gezocht en wegens het drijven van zwarthandel .

Er zijn dus nog steeds kansen om flarden betrouwbare informatie op te sporen die het onderzoek naar de rattenlijnen vanuit Nederland kunnen ondersteunen. Zoals de aanvragen voor passage naar Zuid-Amerika. Een andere mogelijkheid tot onderzoek is het opsporen van de libre disembarcos, de ontschepingsbewijzen en andere douane-registraties in Brazilië en Argentinië. Volgens onbevestigde bronnen vervoerde Lloyd nazi’s naar Zuid-Amerika. Een van de buitenlandse agenten van Lloyd was scheepsmagnaat Alberto Dodero. De hoofdorganisator van de Argentijnse rattenlijn. De toenmalige Argentijnse president Juan Perón verwelkomde de nazi’s met open armen totdat hij tijdens de revolucion libertadora werd verdreven.

Maar is er nog interesse om deze feiten te achterhalen? Is bijvoorbeeld het KLM bestuur klaar om deze geschiedenis af te sluiten met een volwaardig onderzoek? Beschikt het ministerie van Buitenlandse Zaken een kopie van deze vragenformulieren? Wil de overheid ook inzicht in deze naoorlogse affaire? De tijd dringt.

 

Mijn gekozen waardering € -

Ik ben non-fictie auteur betreffende de volgende onderwerpen Tweede Wereldoorloggeschiedenis, inlichtingendiensten, Koude Oorlog, huurlingen in Afrika en Indonesie, onafhankelijkheidsstrijd RMS, clandestiene operaties MI6 en CIA.