De rudimentaire landbouw in Uganda en die in het gesofisticeerde Nederland zijn elkaars uitersten. Maar in Nederland is de landbouw ook van ver gekomen, meent Stephen Dradenya Amazia. Dus is juist Amsterdam de uitvalsbasis bij uitstek voor een vakblad voor Ugandese boeren.

STEUN RO

Op z’n dooie akkertje ploegt de os een droog zanderig perceeltje om. De boer loopt op blote voeten door de voor om de houten ploeg in bedwang te houden. Stof verzamelt zich in het zweet op zijn voorhoofd.

Een tafereel, niet van honderd jaar geleden, maar van een slordige 10.000 kilometer verderop. Om precies te zijn: in Oeganda. De landbouw is hier van een heel andere orde dan die in Nederland. Om niet te zeggen: ze zijn elkaars uitersten. De verschillen zijn zo groot, dat de boer in Oeganda er ogenschijnlijk niets concreets van kan leren.

Toch wel, meent Stephen Dradenya Amazia. ‘Of je nu 200 koeien melkt met een robot of 2 met de hand, de basis blijft hetzelfde: ze moeten gemolken worden. Ze hebben goed voer en goed water nodig. Planten hebben water nodig en voeding. Je moet het geoogste product goed bewaren en de oogst aan de man weten te brengen.’

.
.

Vakblad

Landbouw blijft landbouw, wil de Oegandese Dradenya maar zeggen. Hij was kritisch journalist in een land zonder persvrijheid en moest daarom zijn land ontvluchten. Vier jaar woont hij nu in Amsterdamwaar hij een razend druk bestaan leidt. Als maatschappelijk werker bij vluchtelingenwerk begeleidt hij lotgenoten. Vier dagen in de week studeert hij rechten in Den Haag en als alleenstaande vader draagt hij de zorg voor vier kinderen.

Hier in Nederland raakte Dradenya geïnspireerd door de innovatieve landbouw. Nu is hij tussen alle bedrijven door ook nog hoofdredacteur van een landbouwtijdschrift; Farmers Today. Zijn blad is het enige gratis vakblad voor Oegandese boeren. ‘Gratis is belangrijk’, benadrukt Dradenya. ‘Er zijn wel andere vakbladen op de markt, maar die kosten 20.000 Oegandese shilling (omgerekend ruim vijf euro). En dan mis je de doelgroep. Juist de kleinschalige boer die de informatie nodig heeft, kan dat niet betalen.’

Kansen

Dradenya is ervan overtuigd dat de kennis uit zijn blad de boeren verder kan helpen. Er is namelijk geld te verdienen met landbouw. De armoede in Oeganda is weliswaar schrijnend – gekeken naar het GDP per inwoner staat het land wereldwijd op nummer 25 van onderen – maar iedereen moet toch eten. En dus wordt er wel degelijk geld uitgetrokken om voedsel te betalen. Voedsel is dus het eerste waar het schaarse geld aan wordt besteed.

Verder groeit de middenklasse in de steden en biedt ook de export kansen. Geleidelijk ontstaat daardoor een markt voor kwaliteitsvoedsel. Het Oegandese land heeft de boer ook wat te bieden. Het is rijk aan water en vruchtbare gronden en op de evenaar heerst een uitstekend klimaat. Wat ontbreekt is kennis.

Ondanks de kansen die de Oegandese landbouw te bieden heeft en ondanks het enorme gebrek aan kennis bij de boeren, kent het land geen uitgeverij die zich toespitst op de landbouw, vertelt Dradenya. ‘Maar boeren moeten weten hoe ze water kunnen vasthouden en gebruiken. Hoe ze met landbouw geld kunnen verdienen. En in de eerste plaats moet er iets zijn dat overtuigt dát ze met landbouw geld kunnen verdienen.’

.
.

Imago

Dat besef is er nu niet. Boeren hebben een slecht imago en dat is misschien wel de grootste ergernis van Dradenya. Hij snapt het wel. ‘Mensen willen graag een kantoorbaantje. Ze laten hun land achter om in de stad te gaan wonen.’ De stad lonkt, weet de Oegandees. Maar op het platteland valt geld te verdienen. ‘Wie eet er nu geen tomaten of uien? En iedereen lust graag kip.’

Kip, ook zoiets. De gemiddelde Oegandees eet nog geen kilo kip per jaar, een Nederlander 22 kilo. Dradenya: ‘Als meer mensen pluimvee gingen houden, zou dat een enorme impuls voor de voedselzekerheid betekenen. Maar er zijn voedseltekorten. Dat is helemaal niet nodig, want iedereen kan voedsel produceren.’

Oeganda heeft op dit moment echter geen enkele agrarische basis. Het land ging in het verleden gebukt onder conflicten; elke ontwikkeling werd in de kiem gesmoord. Ook de ontwikkeling van de landbouw is een mijl op zeven. Toch is ook Nederland van ver gekomen, weet Dradenya. ‘Hier begon ook alles kleinschalig. Met boeren die weinig kennis hadden. Juist in Nederland valt dus te leren hoe ze zo ver gekomen zijn.’

Dradenya wil een brugfunctie vervullen. Aan de ene kant de Oegandees weer interesseren voor de landbouw. Aan de andere kant Nederlandse bedrijven overhalen om te investeren in de Oegandese landbouw en met hun kennis en ervaring de landbouw in zijn geboorteland naar een hoger plan te tillen. Naast de vraag hoe de Oegandese landbouwsector zich moet ontwikkelen, biedt Farmer’s Today volop ruimte voor lokale initiatieven en ervaringen van Oegandese boeren. Daarvoor heeft Dradenya contact met drie redacteuren in Oeganda.

Eerste nummer

In augustus vorig jaar verscheen het eerste nummer, dat in een oplage van 3.000 is verspreid via scholen, overheidsinstellingen en landbouworganisaties. Het was een succes. Niet alleen vanwege de complimenten die hij via internet ontvangt, maar het had ook daadwerkelijk resultaat. ‘We brachten een verhaal over een meervalkweker die zijn vis vermeerderde. Maar hij kon de jonge vis nergens kwijt. Aan de andere kant van het land kwam dit verhaal een collega onder ogen die op zoek was naar meerval’, vertelt Dradenya trots.

Nummer 2 is nu in de maak. Op zijn laptop bewaart Dradenya de verhalen. Over pluimvee, varkens, bodembeheer, visteelt, cashewnoten (‘Nederland importeert veel cashewnoten, maar niet uit Oeganda. Daar liggen grote kansen’), en een verhaal over de meerwaarde van kwaliteitszaaizaad. Het tijdschrift is zo goed als klaar. Als hij een paar honderd euro overmaakt naar hoofdstad Kampala gaat de drukpers draaien.

.
.

Kritisch

In Nederland is het blad ondergebracht bij de Stichting Farmers Today. Deze stichting zoekt budget om het blad rond te krijgen. Niet alleen budget voor nummer twee, maar ook naar inkomsten om de uitgeverij draaiende te houden en continu een blad uit te brengen. Liefst maandelijks. Daarom worden adverteerders benaderd. Dradenya: ‘Het bedrijfsleven is ontzettend belangrijk vanwege hun inhoudelijke expertise. Ze hebben boeren veel te bieden. Ook en vooral de kleinschalige boeren in Oeganda.

Bovendien nemen boeren het bedrijfsleven serieus. Die laat ik dus graag aan het woord. Liever dan overheidsdienaren. Die worden niet vertrouwd en niet geloofd.’ Toch moeten bedrijven niet te zeer hun stempel drukken op de inhoud. Het blad moet ook kritisch kunnen zijn op het bedrijfsleven. ‘Om risico’s te spreiden hebben we het liefst meerdere adverteerders.’ Daarom hoopt hij ook op fondsen. Alles draait immers om kleinschalige boeren. ‘En dat zij met de kennis die ze opdoen zelfstandig keuzes kunnen maken.’

Naast kennisuitwisseling wil Dradenya een mentaliteitsomslag. Behalve het tijdschrift richt hij zich daarom ook op media als YouTube. ‘Ik ga met een camera het veld in. Filmen hoe je van landbouw een succes kunt maken. Om Oegandezen het vak te leren en hen te motiveren.’ Het is zijn missie om te laten zien dat landbouw niet saai is. ‘Wie het goed aanpakt, kan in de landbouw meer verdienen dan op kantoor in de stad. En juist op het platteland ligt de kans op succes voor iedereen binnen handbereik.’

Doe mee met Farmers Today

Stephen Dradenya Amazia is op zoek naar steun voor zijn blad. Alle medewerking aan het blad is welkom. Zowel op inhoudelijk als organisatorisch vlak, maar in het beginfase zijn vooral financiën van belang. Farmers Today is op zoek naar adverteerders en fondsen om een uitgeverij op te richten voor vaktechnische informatie voor de landbouw. Voor vragen, opmerkingen of bijdragen, mail naar media@farmingafrica.net

Dit interview verscheen eerder in Vork

Over Marc van der Sterren

Marc van der Sterren is agrarisch journalist met speciale aandacht voor internationale landbouw en een focus op Afrika. Check zijn weblog Farming Africa en volg @Farming_Africa voor updates. 

Beeld: © Farming Africa  |  Marc van der Sterren

Marc van der Sterren is freelance journalist en blogger. Hij schrijft, fotografeert en maakt radio en tv. Hij is breed geïnteresseerd, met landbouw, natuur en milieu als specialisatie. Hij is de enige agrarisch journalist van Nederland met als specialisatie Afrika. Maar ook is hij ingevoerd in de lokale berichtgeving over politiek-maatschappelijke ontwikkelingen. Zoals de jeugdzorg.