STEUN ROAfgelopen maandag werd er in de raadszaal tijdens de commissievergadering gepraat over het initiatiefvoorstel om een prijs op poten te zetten voor de meest democratische school van Tilburg. Jan van Esch, van de D66 heeft het overeen school in Zeist, waar leerlingen meebeslissen over allerlei zaken, waaronder, bijvoorbeeld, de aanname van docenten. Hij wil…

STEUN RO

Afgelopen maandag werd er in de raadszaal tijdens de commissievergadering gepraat over het initiatiefvoorstel om een prijs op poten te zetten voor de meest democratische school van Tilburg. Jan van Esch, van de D66 heeft het overeen school in Zeist, waar leerlingen meebeslissen over allerlei zaken, waaronder, bijvoorbeeld, de aanname van docenten. Hij wil graag geld uittrekken om een prijs op te richten om scholen te pushen zo democratisch mogelijk te worden. Het is misschien wel het domste idee dat ik in de afgelopen maanden gehoord heb –en dan reken ik het idee van één van mijn vrienden om een handeltje in kapotte usb-stekkers te beginnen mee. Van Esch onderstreept eigenlijk alleen maar dat het Nederlands onderwijs net het Nederlands voetbalelftal is: er zijn ongeveer zestien miljoen inwoners en ongeveer net zoveel bondscoaches, én mensen die vinden dat het onderwijs anders moet. De gemeente doet daar blijkbaar vrolijk aan mee, misschien wel met het oog op de naderende verkiezingen. Immers: zullen we gewoon doorgaan met degelijk les geven en het leerrendement zo hoog mogelijk te houdenverkoopt nou eenmaal minder swingend dan laten we een gezellig wedstrijdje organiseren en de burgemeester een prijs uit laten reiken. Beste Jan van Esch, het is lief dat je wat voor democratie in het onderwijs wil doen, maar doe maar niet. Dat kan het onderwijs prima zelf. Sterker nog, dat doet het al. Het onderwijs in Tilburg heeft deze prijs niet nodig. Ik zal uitleggen waarom.

Joris Bengevoord van GroenLinks illustreerde mijn punteigenlijk perfect inzijn betoog tijdens de commissievergadering: “Moeten we niet oppassen dat we het onderwijs niet met allerlei extra dingen opzadelen? We hebben al een verkiezing van de beste conciërge, nu krijgen we nog de meest democratische school. Straks de beste docent, de beste schoonmaker, noem maar op,” begint Bengevoord met zijn betoog. Een sterk punt: docenten worden al veel belast met zaken die een relatieflaag leerrendement hebben:overdreven veel administratie, obscuredenktanks en evenzo mallevernieuwingscommissies. Ze maken over het algemeen al structureel overuren en moeten zeer economisch met hun tijd omgaan. Een wedstrijd zoals deze schept alleen maar extra werk, tijd en energie op de toch al zo grote hoop. Tijd en energie die daarmee weggehaald wordt bij het les geven over, ik noem maar eens wat, de stelling van Pythagoras, of over de tussen-n en de tussen-s.

Helaas gaat Bengevoords verhaal verder: “…Tenminste: dat dacht ik eerst. Maar in mijn eigen schooltijd heb ik in de medezeggenschapsraad gezeten, en ik gun iedereen die leuke ervaringen. Dus, wij staan hier tóch positief in. Of daar nou perse een geldbedrag bij hoort, dat weet ik niet. Wat misschien wel veel interessanter zou zijn –en die cursussen zijn er gewoon –is om wat te doen aan deskundigheidsbevordering voor dit soort initiatieven. Volgens mij zou je daar als gemeente als aanjager van alles aan kunnen doen. Voor de rest: belangrijk, leuk om te doen en een goed idee om zo’n prijsdan ook door de burgemeester uit te laten reiken in de raadszaal.”

Pardon? Zegt hij nu dat hij niet alleen tóch de scholen extra wil gaan belasten met werk, maar dat hij daar geen cent aan wil uitgeven? En wat was daar ook weer precies de reden voor? Precies: hij vond het zelf ook altijd wel mooi en leerzaam om in de MR te zitten. Oké, Joris. Oké: prima verhaal. Gezellig ook om de burgemeester op te laten draven hiervoor. En van welk geld? In wiens tijd gaat dit allemaal plaats vinden? De prijs die bedacht is door Van Esch, die ervoor pleitom pubers inspraak te geven in het personeelsbeleid van hunschool, was natuurlijk al een oliedom initiatief. Maar om de volledige lasten die de prijs met zich meebrengtbij de scholen neer te leggen, en om vervolgens veilig als aanjager langs de kant te gaan staan? Dat is zo mogelijk nóg onzaliger.

Ik begrijp heus wel dat het belangrijk is om de nieuwe generaties Nederlanders onder te dompelen in de mores van onze democratie. Maar, laten we het initiatief van deze prijs maar gewoon links laten liggen: scholen hebben democratie al ruim binnenen buiten hun curriculum ingebed. Bijvakken als Geschiedenis en matschappijleer komt het aan bod; veel scholen hebben leerlingen in hun medezeggenschapsraad, of hebben zelfs een extra leerlingenraad in hun organisatiestructuur toegevoegd. Veel scholen hebben door het jaar heen al momenten waarop ze extra stilstaan bij de democratie, er extra aandacht aan geven.

Steentje bijdragen

Bovendien, als de gemeenteecht graag een steentje wil bijdragen, laat haardan op eigen kracht, buiten de onderwijsinstellingenom, onderzoeken hoe er bijgedragen kan worden aan een grotere debatcultuur, een grotere argumentatie- en organisatiecultuur en een grotere nadenkcultuur onder de Tilburgse jongeren. Als ze écht willen dat democratie flitsend en sexy wordt, zullen ze zich er toch echt minder makkelijk vanaf moeten maken dan het in het leven roepen van een prijs, om vervolgens alles op het bord van de scholen –en dus de de docenten – te leggen. Laat de raad, als ze écht willen, debatcursussen en -workshops gaan verzorgen in het gemeentehuis. Of laat alle raadsleden een leerling adopteren. Ik noem maar wat ideeën. Dáár kweek je gevoel voor democratie mee, onder jongeren. Dat, én je belast het onderwijs er niet ook nog eens extra mee. Die werken al hard genoeg om leerlingen in te wijden in de maatschappij en voor te bereiden op de democratie.

Ik sluit maar eens af met het betoog van de goed voorbereide Jacqueline Gerssen van de VVD: “Ja, ik vind het in de categorie initiatiefvoorstellen een onaardige, maar waarschijnlijk wel weer gericht op de verkiezingen dus we gaan er maar weer mee aan de slag. Ik sluit me totaal aan bij wat Lokaal Tilburg ervan vindt, maar ehh, maarja. Ik moet iets zeggen. Ik heb hier iets gevonden in de wens c.q. bedenking van de wethouder… Dan moet ik eerst even mijn leesbril opzetten, da’s ouderdom, wacht even. Daar staat een woordje in. Wacht even… Euuhhhh…. eens kijken, hubedebubedebu… Eens kijken. Ah… Dat ze dus misschien wel een andere stimuleringsmaatregel dan de voorgestelde competitie, ja daar zijn wij natuurlijk een beetje gevoelig voor, dus als daar ehhh, ehhh, ehhh, dus als daar uit ehh deze hobby, euh… Iets anders uitkomt, waar ehh… de gemeentegelden misschien voor gebruikt kunnen worden, dan kan ik er toch vanuit gaan dat dat eerst langs deze commissie komt. Dat is een vraag, ehh, aan de wethouder, ehhhm. Tot zover, ik euhh.. Ik, ik, we kunnen hier niks nuttigs over zeggen.”

Resoluut zet ze haar bril af en tikt ze haar microfoon uit, alsof ze zojuisteen meesterzet heeft gedaan in een grote schaakwedstrijd.

Ja, met zulke voorvechters heb je als democratie natuurlijk geen vijanden meer nodig. Laat ik het dan maar zo zeggen: tegen zulke bijdragen in een vergadering is geen prijs opgewassen.