Als er iets is wat Herman Koch’s boeken typisch Kochiaans maakt, dan zijn het wel situaties waarin zijn karakters net even verder gaan dan wenselijk is. Iedereen denkt het, maar niemand spreekt het uit… behalve in zijn werken. Mensen die niet helemaal sporen. De oorsprong hiervan ligt in zijn jeugd. ‘Het was hopen op een ongeluk waarbij ik zwaargewond raakte of desnoods het leven zou laten.’

STEUN RO

Deze week ging de documentaire Echt Herman Koch, over het leven van Neerlands best verkopende auteur in binnen- en buitenland, in première op de 37e editie van het Nederlands Filmfestival (NFF) in Utrecht. Een NTR-productie van 55 minuten, geproduceerd door Witfilm met financiële steun van het Mediafonds. De schrijver werd door oud Jiskefet regisseur Pieter Verhoeff enkele maanden gevolgd tijdens verschillende promotietours langs boekhandels en ook thuis, waar vrienden, oud klasgenoten maar ook hijzelf het woord namen over een leven dat tot dusver zo roerig was, dat er wel één of meerdere boeken over geschreven moesten worden. Als je alle boeken van Koch leest en je probeert je echt voor te stellen dat de gedachten van zijn karakters de zijne zouden kunnen zijn, zou je dan kunnen zeggen dat je Herman echt kent? Het antwoord van Herman: ‘Waarschijnlijk wel.’

De situaties die zich voordoen in zijn boeken schurken vrijwel altijd tegen het randje aan en gaan er in veel gevallen ook overheen. ‘Bij passages uit mijn verhalen zit ik weleens achter m’n laptop te grinniken en te genieten’, aldus Herman. ‘Maar als ik mezelf dan even later in de spiegel aan kijk, denk ik: dit is echt niet meer helemaal normaal. Dan zie ik mezelf samenvallen met de extreme karakters die ik verzin. Een beetje psychopaat moet ik ook wel zijn om iets goeds te schrijven.’

De man die als jongen een verlegen knaap was, heeft jarenlang gezocht naar een knop die hij kon omzetten. Een kans om zijn leven de wending te geven die hij zo lang zocht en hem uiteindelijk maakte tot wie hij nu is. ‘Het zal ergens halverwege de lage school zijn geweest dat ik heb besloten niet meer verlegen te zijn en er een punt achter te zetten. Ik wilde gewoon niet de rest van mijn leven onverstaanbaar blijven mompelen en niemand aan durven kijken wanneer ze je iets vragen. Van de ene op de andere dag was ik iemand anders geworden. Het is gebeurd toen het op een goede dag tot mij doordrong dat grappig zijn een wapen is om de domheid van mensen die de touwtjes in handen hebben aan het wankelen te brengen. Dat je al die types die je met hun veel te serieuze geouwehoer het leven onmogelijk proberen te maken met één enkele opmerking onderuit kunt halen. Sinds dat historische ogenblik voelde ik me van een godenlast bevrijd. Je wilt toch dat ze je zien staan in de wereld. En als je maar flink veel geluid maakt, kunnen ze vroeg of laat gewoon niet meer om je heen.’

Luiheid en zelfoverschatting
Herman’s verzet stuitte op veel weerstand op school, waar hij uiteindelijk vroegtijdig moest vertrekken. Volgens zijn docenten op het Montessori Lyceum in Amsterdam omdat hij het zelf verkloot had, ondanks zijn aanleg en talent. Het commentaar in zijn schoolrapport van december 1966: ‘Herman scoort voor Latijn zeer onvoldoende. Hij maakt de indruk nauwelijks ter werken en beter te kunnen. Voor veel vakken zijn er achterstanden en onvoldoende tot zeer onvoldoende prestaties. Ook bij dagelijkse aansporing en controle voert hij veel te weinig uit. Hij is in het verzet en weigert in feite het schoolwerk te aanvaarden.’ December 1967: ‘Latijn onvoldoende op grond van luiheid en zelfoverschatting. Herman maakt de indruk van iemand die het wel even zal doen. Ik begrijp niet waar dat voor nodig is want meneer is slim genoeg.’ Juni 1969: ‘Het gaat niet goed met Herman. Wanneer er nu niet snel verbetering intreed, wordt een verder verblijf op het lyceum weinig zinvol en raden we hem sterk aan naar een andere opleiding uit te zien.’ Herman anno 2017, terugkijkend op het commentaar: ‘Ik ben van die school afgeschopt omdat je er je vrije tijd zelf mocht indelen. En dat wist ik op mijn eigen manier prima te doen. Als gevolg daarvan bleef ik zowel in de tweede als derde zitten en wat er uiteindelijk geen houden meer aan. Ik moest vertrekken.’