Verbijsterend vond ik het. Al nachtenlang vroor het keihard en ook overdag bleef de temperatuur onder of rond het vriespunt. De mobiele telefoon hield het buiten nog geen kwartiertje uit voordat de batterij er de brui aan gaf. Bittere kou dus, en toch moesten we verdorie om te schaatsen uitwijken naar een schaatsbaan!

STEUN RO

Schaatsen op de singels, sloten en meren is domweg onveilig: je zakt er nog steeds pardoes doorheen. Hoe kan dat in godsnaam? En hoe kunnen de ijsmeesters zo zeker weten dat er wéér geen Elfstedentocht komt?

Het heeft even geduurd, maar eindelijk weet ik het antwoord – dankzij een weervrouw van het KNMI. Het zit ‘m in de warme decembermaand. En in de warme januarimaand. Want kijk, het kan wel hard vriezen nu, maar als je een sloot van 10 graden Celsius een dikke ijslaag wilt geven, dan ben je véél langer bezig dan wanneer de begintemperatuur van het water bijvoorbeeld al rond de 2 graden ligt. Natuurlijk! Na een warme winter kun je dus meestal niet meer schaatsen op natuurijs, hoe hard het ook vriest – behalve dan op ondergelopen weilandjes, parkeerplaatsen en schaatsbanen. En vooruit, misschien een enkele ondiepe sloot.

Opeens snapte ik nog meer. Waarom ligt het ijs alleen bovenop het water? Het water vlak boven de bodem is te warm. Alleen het wateroppervlak is genoeg afgekoeld door de (ijs)koude lucht om te bevriezen. Omdat ijs lichter is dan water, blijft het daarna drijven. Het fenomeen verklaart ook waarom stromend, golvend water minder snel een dikke ijslaag vergaart dan een stil plasje: door de stroming raken onderliggende en bovenliggende lagen water steeds vermengd, waardoor de bovenste laag de kans niet krijgt om stevig af te koelen. Het verklaart ook waarom een ondergelopen parkeerplaats, met een klein volume aan water erop, wél voldoende kan afkoelen om te transformeren in een laagje ijs. En daar moeten we het dan maar mee doen.