Nog een maand, dan begint het wereldkampioenschap voetbal in Brazilië. Logistieke problemen, maatschappelijke misstanden en protesten in het Latijns-Amerikaanse land vullen echter dagelijks het nieuws. De roep om een boycot blijft verrassend genoeg uit – ook vanuit Nederland. Ons land heeft sinds de afmelding voor de Spelen in 1956 altijd deelgenomen aan de grootste sportevenementen. Uit eigen onderzoek blijkt echter dat het NOC met terugwerkende kracht spijt heeft gekregen van deelname aan de Olympische Spelen in 1968 in Mexico-Stad.

STEUN RO

In de zomer van het rumoerige jaar 1968 gingen studenten de straat op in Mexico-Stad. Ze protesteerden tegen maatschappelijke misstanden in de eenpartijstaat. Wat begon met een kleine protestmars, escaleerde in enkele weken tijd tot een sociale beweging van honderdduizenden mensen.

De reden voor de escalatie was het hardhandig optreden van de granaderos – de oproerpolitie – die door president Gustavo Díáz Ordaz was ingeschakeld. Hij wilde niet dat zijn Olympische Spelen verstoord zouden worden. Het grootste sportevenement ter wereld zou voor het eerst in een Spaanstalig, in een Latijns-Amerikaans, maar bovenal in een ontwikkelingsland gehouden worden.

De dag die de geschiedenis in is gegaan als la matanza de Tlatelolco: het bloedbad van Tlatelolco

De openingsceremonie kwam steeds dichterbij, maar de studenten bezweken niet onder de druk van de granaderos. Inmiddels kwamen de eerste olympische ploegen en buitenlandse media in de hoofdstad aan; de studenten zagen kans om hun zaak internationaal onder de aandacht te brengen. Díáz Ordaz vond dat er een einde moest komen aan de maandenlange strijd, voordat de protesten een schaduw over de Spelen zouden werpen. Hij drukte de protesten op 2 oktober 1968 definitief de kop in. De dag die de geschiedenis in is gegaan als la matanza de Tlatelolco: het bloedbad van Tlatelolco.

‘Ik kwam terecht in dat bloedbad, erger dan enig bloedbad dat ik in de oorlog gezien had. Want de oorlog is iets waarbij gewapende mensen op gewapende mensen schieten, de oorlog heeft, als je er goed over nadenkt, een grondslag van correctheid: jij vermoordt mij, ik vermoord jou. Bij een slachting daarentegen vermoorden ze je, en die avond werden er meer dan driehonderd mensen, sommigen zeggen vijfhonderd, afgeslacht.’

Veiligheidsdiensten omsingelden een menigte van tien- à vijftienduizend mensen en openden het vuur

Oorlogscorrespondente Oriana Fallaci beschrijft op deze manier in Niets en zo zij het hoe zij als ooggetuige het bloedbad in de Tlatelolco – een wijk in de hoofdstad – meemaakte. Veiligheidsdiensten omsingelden een menigte van tien- à vijftienduizend mensen en openden het vuur.

De regering verkondigde dat de demonstranten als eerste het vuur hadden geopend en meldde dat er hooguit enkele tientallen doden waren gevallen. Volgens de aanwezig studenten én buitenlandse journalisten openden het leger en speciale eenheden echter als eerste het vuur; buitenlandse media berichtten over honderden doden. De regering heeft nooit schuld bekend of openheid van zaken gegeven. Meer dan 45 jaar later is er nog steeds veel onduidelijkheid.

Onbehaaglijk gevoel

Tien dagen later gingen de Olympische Spelen 'gewoon' van start in Mexico-Stad. IOC-voorzitter Avery Brundage sprak woorden van hetzelfde kaliber die hij vier jaar later ook in München zou gebruiken om te verklaren dat de Spelen door moesten gaan. Daarnaast zei de omstreden voorzitter vertrouwen te hebben in de Mexicaanse autoriteiten om een verstoring van de Olympische Spelen te voorkomen.

The show must go on. De Spelen van de Vrede – zoals het toernooi vooraf was bestempeld – gingen door, maar het was een vreemde gewaarwording tijdens de openingsceremonie scheef sportjournalist Frans Ensink in De Volkskrant. ‘Het loslaten van de tienduizend vredesduiven gaf een onbehaaglijk gevoel, terwijl de tanks in slagorde buiten de muren stonden opgesteld.’

‘Mislukte’ boycot

Geen enkel land boycotte de Olympische Spelen in Mexico-Stad omwille van de situatie in Mexico, ook Nederland niet.

In Nederland waren wel oproepen geweest over de terugtrekking van de Nederlandse ploeg uit Mexico-Stad. Het waren vooral studenten- en maatschappelijk betrokken organisaties die hun stem lieten horen. In de politiek zetten de PSP, de PPR en PvdA-fractievoorzitter Joop den Uyl de protestbeweging kracht bij met verklaringen.

De belangrijkste reden om te blijven lag in de mislukte boycot van twaalf jaar eerder

Het standpunt van het NOC stond echter vast: de Nederlandse equipe bleef in Mexico-Stad. De belangrijkste reden om te blijven lag in de mislukte boycot van twaalf jaar eerder. Toen had het NOC de Olympische Spelen in Melbourne geboycot vanwege de Russische inval in Hongarije. Het besluit werd in eigen land gesteund, maar internationaal bekritiseerd.

Foto: ANP

Deze ‘mislukte’ boycot van 1956 – waar het NOC*NSF een halve eeuw later zijn excuses voor aanbood – zorgde ervoor dat het NOC erg terughoudend was om de Spelen van Mexico te boycotten, laat staan om ermee te beginnen. Het NOC besloot dus de lijn van het IOC te volgen met betrekking tot het bloedbad van Tlatelolco. NOC-voorzitter Herman van Karnebeek zei twee dagen na het bloedbad in Het Vrije Volk: ‘Als een delegatie naar huis wil, laat die dan gaan.’ De Nederlandse sportploeg bleef wel gewoon in Mexico-Stad en wuifde tijdens de openingsceremonie naar prins Bernhard op de tribunes.

Nooit meer

Net als in 1956 kwam het NOC achteraf tot andere inzichten. Waar de boycot van Melbourne innig werd betreurd, gold dat ook voor het besluit van 1968 om wél te gaan. In een rapport van de NOC-directie uit 1977 staat over de Spelen van Mexico-Stad opgetekend:

‘Nooit, nooit meer mogen Olympische Spelen in de toekomst een dergelijk drama ontketenen. En nooit meer mag een president van het IOC zoals bij die gelegenheid Avery Brundage dat deed, min of meer doodgemoederd stellen, of het althans zo naar buiten doen overkomen, dat “the show must go on.”’

Het zou lang duren voordat het olympisch vuur opnieuw in een ontwikkelingsland aangestoken zou worden

Twijfelachtige eer

Na de Spelen mocht Mexico twee jaar later het WK organiseren, maar het zou lang duren voordat het olympisch vuur opnieuw in een ontwikkelingsland aangestoken zou worden. In de 21e  eeuw is het echter een trend geworden om grote sporttoernooien plaats te laten vinden in een land waar vervolgens de hele (lees: westerse) wereld over heen kan vallen. China, Zuid-Afrika, Oekraïne en Rusland zijn geweest. Brazilië staat met de twee grootste sporttoernooien – met tussendoor een evenement in Azerbeidzjan – op de nabije agenda.

Ter voorbereiding op het WK dat over een maand begint, werd vorig jaar de Confederations Cup in Brazilië georganiseerd. Sportief gezien was het een succes voor het gastland, maar de miljoenenprotesten overschaduwden het toernooi.

Net als in Mexico was de beweging in eerste instantie relatief onschuldig, maar zorgde politiegeweld voor een escalatie. Mede dankzij de social media groeide de Braziliaanse beweging uit tot een miljoenenbetoging. In beide gevallen protesteerde men tegen de maatschappelijke misstanden in het land en tegen de hoge organisatiekosten voor zowel het WK als de Olympische Spelen.

‘Brazil, wake up, a teacher is worth more than Neymar!’ Het was een jaar geleden één van de vele leuzen. Na de Confederations Cup nam de massaliteit af, maar met de eerste rollende WK-bal in zicht lijkt het een kwestie van tijd te zijn voordat de protesten opnieuw grote vormen zullen aannemen. De ogen zullen dan gericht zijn op president Dilma Rousseff: reageert zij met beloftes of geweld? Bij laatstgenoemde optie is het de vraag of ze dan op de steun kan rekenen van de politie, die dreigt te gaan staken tijdens het WK.

Of het net als in Mexico ook tot een Nederlandse boycotoproep zal leiden, is de vraag. De kritiek op de internationale sportagenda is in ieder geval groot en het debat zal de komende jaren gevoerd blijven worden of de toernooien buiten eerste wereldlanden georganiseerd moeten worden. Mexico had deze primeur. Of beter gezegd: het had als eerste deze twijfelachtige eer.

Gepko Hahn (1990) is freelance journalist en historicus. Zijn voorliefde voor sport en geschiedenis combineert hij in achtergrondverhalen en prikkelende analyses over de sportwereld. Hoewel hij houdt van feitjes en cijfers, zullen zijn artikelen geen scorebordjournalistiek zijn, maar het werk van een onderzoeksjournalist die de Code van Bordeaux hoog in het vaandel heeft staan.