Zombies zijn terug van weggeweest. Waarom verslinden we zombieseries als “The walking dead”? Een aantal verklaringen vanuit de wetenschap.

STEUN RO

Binnenkort gaat World Beyond in première. De serie is een spin-off van de succesvolle zombieserie The Walking Dead, die zelf alweer in het tiende seizoen is. Als fan van de serie verbaas ik me wel een beetje over het succes. Toen ik eind jaren negentig geïnteresseerd raakte in horror kijken, speelden zombies daarin geen rol van belang. Ik keek slechte slasherfilms als Scream en I know what you did last summer en verhalen over het bovennatuurlijke, zoals The Sixth Sense. Zombiefilms leken me eerlijk gezegd nogal saai en series over de strompelende griezels waren er – voor zover ik me herinner – niet eens. Buffy the vampire slayer, dat dan weer wel.

Maar de zombie is terug, en we lijken hem weer cool genoeg te vinden om bij te griezelen. Niet alleen thuis vanaf de bank trouwens: velen hebben zich al vrijwillig laten opjagen tijdens zombie obstacle runs en griezelavonden als de Walibi Fright Nights. In een eerder artikel legde ik uit hoe wetenschappers handig gebruikmaken van de populariteit van zombies om onderzoek onder de aandacht te brengen. Maar waaróm is het wandelende lijk weer zo prominent aanwezig? Ook daar hebben onderzoekers zo hun ideeën over. Hieronder een aantal redenen die sociologen en cultuurwetenschappers aandragen.

De post-apocalyptische zombiewereld staat symbool voor enge maatschappelijke veranderingen.

Wetenschappers die zombiecultuur analyseren komen vaak uit op de conclusie dat zombies een metafoor zijn voor allerlei andere fucked up zaken in de wereld, zoals oorlog, natuurrampen en de economische crisis. Zombiefilms zijn een reflectie van maatschappelijke angsten van dat moment, is het idee. Ten tijde van de koude oorlog ontstonden zombies vaker als gevolg van nucleaire straling, later werd het idee van het zombievirus populairder.

Romero’s Night of the living dead zou een statement zijn tegen de Vietnamoorlog, kritiek op Amerikaanse waarden of een reflectie op rassenhaat

Uiteindelijk draait het vaak meer om wat kijkers erin willen zien dan om wat de regisseur ermee bedoeld heeft. In de jaren 80 zou je een film over een snel verspreidend zombievirus kunnen zien als metafoor voor hiv/aids, tegenwoordig is diezelfde film weer helemaal actueel als metafoor voor ebola. In Romero’s Night of the Living Dead uit 1968 zijn allerlei verschillende diepere, maatschappijkritische boodschappen gezien. Het zou bijvoorbeeld een statement zijn tegen de Vietnamoorlog, kritiek op de Amerikaanse waarden in het algemeen of een reflectie op rassenrelaties. Over het vervolg uit 1978, Dawn of the Dead, bestaat trouwens meer consensus: die film wordt door velen beschouwd als kritiek op de consumptiemaatschappij.

Of, om specifieker te zijn: het staat symbool voor onze angsten na 9/11

Natuurlijk beginnen velen direct over terrorisme en 9/11, als je hen vraagt naar de maatschappelijke angsten die zombies tegenwoordig vertegenwoordigen. Dat is dan ook direct een verklaring voor de hernieuwde interesse in de griezels. Volgens politicoloog Daniel Drezner, schrijver van het boek Theories of International Politics and Zombie, is meer dan een derde van alle zombiefilms uitgebracht ná de aanslagen van 9/11. Daar valt wel een kanttekening bij te maken, stelt socioloog Todd Platts (university of Southern Mississippi): producten die vlak na 9/11 uitkwamen, kunnen helemaal geen bewuste verwijzing naar de aanslag bevatten. Een groot deel van de bekende zombiefilm 28 days later (2002) was al lang en breed opgenomen toen vliegtuigen het WTC invlogen. En de videogame Resident Evil, die ook nog wel eens als voorbeeld wordt aangehaald, bestaat al sinds 1999. Het is natuurlijk wel mogelijk dat kijkers na 9/11 meer interesse kregen in zombies en een film als 28 days later daardoor nog beter aansloeg. En dan volgen andere filmmakers vanzelf.

Oké, om het dan toch weer algemener te trekken: zombies zijn tastbaarder dan wereldproblemen waar we geen oplossing voor hebben.

Zoals Max Brooks, schrijver van World War Z en de Zombie Survival Guide, ooit in een CNN-interview zei: Een financiële crisis kun je niet in zijn hoofd schieten – bij een zombie kan dat wel… alle andere problemen zijn gewoon te groot. Hoe hard Al Gore het ook probeert, je kunt je geen voorstelling maken van de opwarming van de aarde. Je kunt je geen voorstelling maken van de neergang van onze financiële instituten. Wat je je wél kunt voorstellen, is een zombie die hangerig de straat in komt lopen.’

De quote wordt aangehaald in het boek Do zombies dream of undead sheep? A neuroscientific view of the zombiebrain van Timothy Verstynen en Bradley Voytek. Als neurowetenschappers met een uit de hand gelopen fascinatie voor zombies – met het boek als resultaat – hebben ze al verschillende discussies over het ‘waarom’ van de zombiepopulariteit gehoord en gevoerd. Hun favoriete reden sluit aan bij de uitspraak van Brooks: de wereld wordt steeds complexer door nieuwe manieren van communiceren, globalisering en technologisering. En zombieverhalen zijn ideaal om alle onzekerheden en zorgen die met die veranderingen gepaard gaan op te projecteren.

‘Zombies representeren de angsten waar we niet over kunnen of durven spreken’

Drezner geeft een soortgelijke uitleg in een TedxTalk. Hij ziet zombies als metafoor voor dreigingen en problemen in de wereldpolitiek waar we slecht grip op krijgen, omdat ze moeilijk te definiëren en op te lossen zijn. ‘Zombies representeren de angsten waar we niet over kunnen of durven spreken.’ Dus of het nu gaat om genetische modificatie, kernwapens, radiatie, klassenstrijd, terrorisme, cyberoorlog, klimaatverandering, pandemieën, financiële chaos of geweld: bring out the zombies.

We kunnen ons met zombies en hun droeve lot identificeren

Toegegeven, deze reden is meer gebaseerd op eigen ervaring dan op een wetenschappelijke bron. Maar feit is wel dat identificatie met de karakters een belangrijke vereiste is voor een goed, spannend verhaal. Hoe we ons – in mijn ogen – identificeren met wandelende doden? Een zombie is het soort griezel waarbij je je als kijker al snel gaat voorstellen hoe het zou zijn om dat lot beschoren te zijn. Ooit waren het mensen als jij en ik, nu zijn ze een schim van zichzelf – gedoemd om als halve hersendoden in kuddes over de wereld te strompelen, met als enige levensdoel hun tanden in mensenvlees te zetten. Voor eeuwig, of totdat een van de overlevende mensen een kogel door hun rottende brein heeft gejaagd. Het is een lot dat veel meer medeleven lijkt op te wekken bij kijkers dan het lot van vampiers, seriemoordenaars of heksen. Misschien omdat zombies geen keuze hebben, terwijl veel andere griezels uit relatief vrije wil boosaardig zijn. Zombies zijn eigenlijk zelf slachtoffer, en ze weten het niet eens. Hoe tragisch – en hoe perfect voor een dramatisch horrorverhaal.

Een zombie-epidemie is eigenlijk best realistisch

Zombies bezitten een bepaalde mate van plausibiliteit die vampiers, geesten, demonen en tovenaars niet hebben, stelt Drezner in zijn boek. Bij een zombie-epidemie kunnen we ons meer voorstellen dan bij een wereldovername door vampiers of demonen. Uit een enquête onder filosofen bleek zelfs dat 58% van hen geloofde dat zombies op een bepaald niveau konden bestaan. Ondertussen geloofde slechts 15% van hen in God.

58% van de filosofen geloofde dat zombies op een bepaald niveau konden bestaan. Slechts 15% van hen geloofde in God

Volgens Drezner komt dat doordat het ontstaan van zombies geen bovennatuurlijke oorzaak hoeft te hebben. Zombies zijn in films vaak het gevolg van ‘aardse’ zaken als een nucleaire ramp, mislukte experimenten of virussen. Die filmverzinsels zou ik nog steeds niet geloofwaardig willen noemen, maar bij een hyperbesmettelijk virus kunnen we ons wel meer voorstellen dan bij bezetenheid door de duivel – om maar iets te noemen. Goede kans dat we ons een zombie-epidemie nóg levendiger kunnen voorstellen sinds de ebola-epidemie. Zelfs het specifieke ‘ziektebeeld’ van de zombie zien we gedeeltelijk terug in bestaande aandoeningen. Zo wordt de mysterieuze knikkebolziekte die in Afrika voorkomt bij kinderen ook wel eens ‘zombieziekte’ genoemd. Kinderen die deze ziekte krijgen gaan knikkebollen, spastisch bewegen, kwijlen, stoppen met praten en lijken niet meer aanspreekbaar. Mogelijk is dat het soort zombi-isme dat de filosofen uit de enquête voor ogen hadden toen ze aangaven in zombies te geloven.

Dat realisme – hoe vergezocht uitgewerkt dan ook – maakt zombiefilms misschien wel extra interessant en griezelig. Daar wordt dan nog een schepje bovenop gedaan door het principe van de uncanny valley (‘griezelvallei’): iets wat heel veel op een mens lijkt, zoals een robot of animatiefiguurtje, maar nét niet goed genoeg, geeft ons een ongemakkelijk gevoel. Ook zombies waren ooit mensen, maar lijken er door hun holle ogen en loshangend wangvel nét niet helemaal meer op.

Met zombies valt niet te onderhandelen

Zombieverhalen lijken altijd gedoemd te eindigen met één duidelijke winnaar: mens of ondode. Eén van beide zal de wereld overheersen, van vreedzaam samenleven is geen sprake. ‘Dat soort extreme alles-of-niets-uitkomsten zijn veel minder gebruikelijk in vampier- en tovenaarsliteratuur,’ stelt Drezner in zijn boek. ‘Er zijn veel minder verhalen over vampiers die de wereld proberen over te nemen.’ De bloeddrinkers kiezen er juist vaak voor om naast bestaande machtsstructuren te leven. Maar met zombies valt niet te onderhandelen. Er valt meestal überhaupt niet met ze te praten. Ze achtervolgen mensen obsessief en accepteren geen ander voedsel op hun bordje. Vampiers zie je nog wel eens deals sluiten bij een soort bloedbank, maar zombies gaan hoe dan ook for the kill. En áls je gebeten wordt, is de kans dat je zombie wordt 100%. Zelfs ebola en hiv hebben ‘slechts’ een infectiekans van minder dan 50%, vergelijkt Drezner in zijn TedxTalk. Met andere woorden: als het zombievirus echt zou bestaan, zou dat wel heel eng zijn.

Of er nu wel of niet maatschappijkritiek verwerkt zit in zombiefilms, en of zombies nu wel of niet symbool staan voor wereldproblemen: er vallen een heleboel interessante, tragische en griezelige elementen in een zombieverhaal te verwerken. En zombies zijn om verschillende reden best wel angstaanjagende gasten. En hé, die angst – dat is nou juist waarom we een horrorfilm kijken, toch?

Image by ErikaWittlieb from Pixabay

Anouk Broersma wilde geen onderzoeker worden, maar vond de wetenschapswereld wel fascinerend. Dus besloot ze erover te schrijven. Als freelance wetenschapsjournalist verdiept ze zich in uiteenlopende onderwerpen. Ze schrijft vooral over communicatie, taal, psychologie en antropologie.