In Nederland lijden elke dag miljoenen varkens en biggen in de vleesindustrie. Het is niet alleen onze morele plicht om beter voor deze dieren te zorgen, het is de enige logische en ethische reactie op de feiten…

STEUN RO

‘Schitterend’, ‘hartveroverend’, ‘onvergetelijk’… De IDFA documentaire van Viktor Kossakovsky over het varken Gunda werd afgelopen jaar lovend ontvangen. De film volgt het leven van een moedervarken op een boerderij in Noorwegen en laat zien hoe sensitief en intelligent varkens zijn, hoe ze met elkaar communiceren en hoe elk varken een eigen karakter heeft.

Dat varkens enorm sociale en intelligente dieren zijn, wordt ook bevestigd door meerdere onderzoeken aan diverse universiteiten. Zo onderzocht de Universiteit van Cambridge de cognitieve vaardigheden van varkens en de Universiteit van Bristol het geheugen. Varkens bleken een ijzersterk geheugen te hebben en minstens zo slim als kleine kinderen. Ze snappen dat hun spiegelbeeld een reflectie is, een teken van intelligentie, en biggetjes zijn binnen een week na de geboorte al zindelijk.

Ook communiceren varkens uitgebreid met elkaar. Ze maken tientallen verschillende geluiden, gebruiken (ook) hun krulstaartje om elkaar dingen duidelijk te maken en als moedervarkens zogen, maken ze een geluid dat lijkt op zingen. Varkens zijn van nature kuddedieren die graag snuffelen, wroeten en rondlopen. Als ze in een groep leven, slapen ze neus aan neus. Als een soortgenoot overlijdt, rouwen ze gezamenlijk.

Varkens lijken – hoe kan het ook anders  – op andere dieren. Op honden bijvoorbeeld. Toch zijn er grote verschillen in hoe we omgaan met honden en hoe we varkens doorgaans behandelen. Honden worden over het algemeen goed verzorgd. Dit is zelfs wettelijk verplicht. Volgens de Nederlandse wet mag niemand een dier mishandelen. Niet alleen lichamelijk geweld tegen dieren wordt gezien als mishandeling, maar ook verwaarlozing is wettelijk strafbaar. Bij het zien van schattige biggetjes op het grote doek, zullen de meeste mensen ‘ah’ en ‘oh’ roepen en beamen dat ook deze dieren niet mishandeld mogen worden.

Tegelijkertijd blijkt uit een analyse van Wageningen Livestock Research (WLR) dat miljoenen varkens in de Nederlandse gangbare varkenshouderij langdurig en ernstig ongerief ervaren. Ze worden feitelijk levenslang mishandeld. Ook dierenrechtenorganisatie Varkens in Nood, die bestaat uit onder andere dierenartsen en juristen, rapporteert 120 misstanden in de Nederlandse varkenshouderij. Kort samengevat komt het erop neer dat varkens heel weinig ruimte hebben (volgens de Nederlandse wet bedraagt het benodigde leefoppervlakte per vleesvarken 0,8 m2), ze bijna nooit buiten komen, ze in betonnen hokken leven en hun staart wordt afgebrand zonder verdoving. Aan het eind van hun leven ondervinden ze veel angst en stress tijdens het transport en in het slachthuis.

Een vreselijke gewoonte is ook om moederdieren te houden in zogenaamde kraamkooien: een tralie-hok waarin moedervarkens tijdens de bevalling en de weken daarna individueel vastgezet worden. Ze kunnen zich amper bewegen, hebben veel stress, meer blaasontstekingen en pijnlijke doorligplekken. Omdat kraamkooien dieronvriendelijk zijn, zijn meerdere grote bedrijven in Finland, België en Tsjechië overgestapt op zogenoemde vrijloopkraamhokken. In Zweden, Zwitserland en Noorwegen zijn de kraamkooien zelfs verboden en ook Duitsland werkt aan een gedeeltelijk verbod. In Nederland mag het nog steeds…

Toch staat in de Nederlandse wet dierenwelzijn duidelijk vermeld dat dieren geen fysiek en fysiologisch ongerief mogen lijden, ze mogen geen pijn gedaan worden, geen angst en chronische stress aangedaan worden en hun natuurlijk gedrag mag niet verstoord worden. Hoe kan het dat in onze industrie deze rechten niet gelden voor varkens en dat ze structureel mogen lijden zonder wettelijk ingrijpen? Dit heeft alles te maken met semantiek, oftewel: definities. Varkens zijn voor de wet namelijk geen ‘dieren’, varkens vallen onder de definitie ‘vee’ en daarmee is hun lot bezegeld.

Foto van Animals Today – Een kraamkooi in de varkensfokkerij

Dieren versus vee

In de Nederlandse staat ‘vee’ voor dieren die bestemd zijn voor menselijke consumptie. Voor deze categorie gelden andere regels dan voor onze geliefde dieren thuis. Voor vee hanteren we andere normen, waarden en regels. We houden ontzettend van varkens, maar vooral in de vorm van karbonades en spek. Varkensvlees is het meest gegeten stukje vlees in Nederland, we eten gemiddeld 20 kilo varkensvlees per jaar per persoon. Volgens de Universiteit van Wageningen staan de Nederlandse zeugenhouders qua biggenproductie, samen met de Deense concurrenten, aan de wereldtop. Nederland telt meer dan 5.000 varkensbedrijven die samen zo’n 13 miljoen varkens houden.

Veruit het meeste varkensvlees – 2,5 keer meer dan we zelf opeten – wordt geëxporteerd naar het buitenland, voornamelijk binnen Europa naar Italië, Duitsland en Griekenland. De consumptie van varkensvlees in Europa is de laatste jaren licht gestegen en het economische belang van de Nederlandse varkensindustrie is groot. De industrie biedt 26.000 arbeidsplaatsen en staat voor een economische waarden van 8.3 miljard euro – 1,5 procent van de totale economie, qua waarde twee keer zo groot als KLM. Er wordt dus veel geld verdiend aan varkens en met het toenemen van economische belangen, is het welzijn van deze dieren steeds minder belangrijk geworden.

Hoe komt het dat we het normaal vinden om varkens vast te zetten in kraamkooien en ze in hun eigen ontlasting te laten liggen? Hoe komt het dat we als samenleving dergelijk dierenleed tolereren en tegelijkertijd onze honden in de watten leggen? Vraag een willekeurige hondenbaas of zijn/haar huisdier een karakter en gevoelens heeft, en je zult zonder uitzondering een volmondig ‘ja’ krijgen. Als iemand een hond maandenlang in een betonnen hok opsluit, zou de politie erbij gehaald worden en de kranten er bol van staan. Toch reageren de meeste mensen onverschillig op het lot van industrie-varkens.

Het dier als object

De maker van de film Gunda geeft in Trouw het antwoord op deze vraag. Kossakovsky: “Het gaat om het hardnekkige geloof dat de mens het middelpunt van het universum is en dat wij boven de dieren staan…” Dit idee wordt al vanaf de middeleeuwen bekrachtigd door invloedrijke denkers zoals Immanuel Kant: de mens is een subject – een ‘ik’ met bewustzijn –, een dier is een object – een ding. Hoewel de meeste mensen inmiddels zullen erkennen dat dieren geen dingen zijn, zien we die eeuwenoude overtuiging nog steeds terug in de grondwet en in ons (legale) handelen: het dier is er voor de mens en mag door ons gebruikt en behandeld worden zoals wij denken dat het goed is.

In 1975 publiceerde de Australische filosoof Peter Singer het boek Animal Liberation, waarin hij beargumenteert dat dieren bewustzijn hebben en pijn voelen en dat we om die reden dieren niet mogen uitsluiten van wat hij de ‘morele gemeenschap’ noemt. Singer betoogt dat als je vindt dat je dieren mag onderdrukken of mishandelen omdat ze (bijvoorbeeld) minder intelligent of autonoom zijn dan mensen, je volgens diezelfde logica ook kleine kinderen of zwaar-gehandicapten zo zou mogen behandelen. De belangen van dieren negeren, enkel en alleen omdat ze tot een andere soort behoren, noemt Singer ‘speciesisme’, vergelijkbaar met racisme en seksisme. Het boek Animal Liberation wordt gezien als katalysator van de dierenrechtenbeweging.

Paradigma verandering

Sindsdien zien we een lichte kentering in ons denken over dieren en dierenrechten. Steven Wise, advocaat en docent dierenrechten aan Harvard University, zet zich al jaren in voor deze ‘paradigma verandering’, zoals hij het noemt. Een paradigma is een heersend denkkader, de ideeën en theorieën die we als mensheid of samenleving in een bepaalde periode voor waar houden. Om ons denken over dieren te veranderen, richtte Wise onder andere de Non Human Rights op, een burgerrechtenorganisatie in de Verenigde Staten die zich inzet voor de rechten van niet-menselijke dieren. Wise vergelijkt zijn strijdt voor dierenrechten met de emancipatie van slaven. Er was immers een tijd dat slaven gezien werden als objecten en geen stem hadden voor de wet…

Twee jaar geleden promoveerde in Nederland jurist en rechtsfilosoof Janneke Vink op de positie van dierenrechten in onze Grondwet. Ook Vink benadrukt hoe dierenrechten al eeuwenlang een ondergeschikte positie hebben die wordt gerechtvaardigd door de human superiority thesis: het idee dat mensen categorisch een betere soort zijn dan andere dieren. In Trouw legt ze uit hoe dat menselijke superioriteit-denken dieren overlevert aan willekeur. ‘Een geliefd hondje krijgt vorstelijke medische zorg, terwijl een anoniem varken geslacht wordt na een leven lang in een klein betonnen hok te hebben gestaan.’

Cognitieve dissonantie

Bovenstaande discrepantie leidt bij een groeiende groep mensen tot wat in psychologische termen ‘cognitieve dissonantie’ heet: we doen iets, terwijl we eigenlijk weten dat het moreel gezien niet goed is en om dat vervelende gevoel (hypocriet te zijn) niet te voelen, rechtvaardigen we ons gedrag op allerlei manieren. We houden onszelf voor dat het wel meevalt met dat lijden, dat we niet zoveel vlees eten, dat we scharrelvlees niet kunnen betalen, enzovoort. We praten het goed. Wat helpt is dat de varkensindustrie goed aan het zicht onttrokken is. Het vindt plaats in afgesloten stallen en ook de slachterijen zijn uit het zicht. Want, zoals Paul McCartney ooit streffend stelde: “If slaughterhouses had glass walls, everyone would be a vegetarian.”

Los van de misstanden op gebied van dierenwelzijn, weten we inmiddels ook dat de vleesindustrie één van de grootste milieuvervuilers op aarde is. Wereldwijd is voedsel verantwoordelijk voor ruim 25 procent van de uitstoot van broeikasgassen en meer dan de helft van die vervuiling wordt veroorzaakt door dierlijke producten. Het RIVM constateerde al drie jaar geleden dat als Nederland het klimaatakkoord van Parijs wil halen (40 procent minder CO2-uitstoot in 2030), we de uitstoot van broeikasgas door voedselconsumptie drastisch moeten beperken.

Ondertussen worden de Nederlanders varkensbedrijven alleen maar groter. Hield een varkenshouder in 2000 nog gemiddeld 903 dieren (zeugen en varkens totaal), in 2020 ligt dit gemiddelde op 3.400 dieren. Volgens de Nederlandse vakbond van Varkenshouders bieden die grote stallen juist kansen voor milieu, dierenwelzijn en diergezondheid. Het maakt voor een varken of een kip niet veel uit of het op een groot of een heel groot bedrijf gehouden wordt, zo stelt de vakbond in een factsheet. Grote bedrijven leiden volgens de vakbond door aangescherpte milieunormen niet tot meer aantasting van het milieu en grote bedrijven die alles op één locatie doen, dus zeugen, biggen en vleesvarkens op één bedrijf – zouden daarbij de verspreiding van infectieziekten kunnen voorkomen.

In tegenstelling tot wat de varkensbond zegt, wijst onderzoek van RIVM juist uit dat in de naaste omgeving van nieuwe grote veebedrijven milieuhinder door geur en fijnstof, ammoniakdepositie op natuur en aantasting van het landschap juist toeneemt. Organisaties zoals Partij voor de Dieren, Milieudefensie, Wakker Dier en Varkens in Nood rapporteren daarnaast onverminderd misstanden en dierenleed in de varkensindustrie. Hun aanhoudende pleidooi voor minder en beter vlees als oplossing richting een diervriendelijke veehouderij, wint steeds meer bijstand onder het volk. Zal de ‘paradigma verandering’ van Steven Wise dan eindelijk een feit worden?

De film Gunda eindigt met een scene die zelfs de grootste spekliefhebber niet onberoerd zal laten. Hoewel het leven van Gunda – rondscharrelend in de buitenlucht en een schuurtje met stro— paradijselijk is vergeleken bij de meeste varkens in Nederland, blijft de realiteit van moedervarkens hard. Zo hard, dat regisseur Kossakovsky en de hele filmploeg bij het opnemen in huilen uitbarstten, zo vertelt hij aan TROUW. Kossakovsky: “Aan het slot keek Gunda me aan en iedereen zag haar diepe verdriet, paniek en wanhoop…” Het raakte de regisseur zo, dat hij overwoog de film ‘My apology’ te noemen, zo schuldig voelde hij zich over zijn passieve houding.

Het dierlijke lijden en het menselijke schuldgevoel uit Gunda, staan symbool voor het lijden van dieren in de industrie en onze onverschilligheid daartegenover. Dit artikel is een pleidooi om niet langer weg te kijken van het dierlijke leed, maar om actief bij te dragen aan dat nieuwe paradigma, waarin het niet langer normaal is om dieren te laten lijden. We kunnen niet meer zeggen ‘wir haben es nicht gewusst.’ De feiten zijn er en de volgende stap is om van gedachten en gedrag te veranderen. Want, zoals filosoof Peter Singer verwoordt in een interview in de Groene: ‘Uiteindelijk gaat het om de juiste afweging bij dagelijkse beslissingen. Je moet mensen confronteren met de feiten en hopen dat hun basale morele antenne wordt geactiveerd…’

De film Gunda is komend voorjaar te zien in onder andere Lantaren Venster in Rotterdam.

Wil jij bijdragen aan een minder dierenleed? Doe dan de dierenwelzijncheck en kies vlees van dieren met een beter leven.

Bronnen: NOS, Nederlandse vakbond varkenshouderij, Animals Today, Varkens in Nood, De Correspondent, de Groene

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
De artikelen van Anne verschenen eerder in tijdschriften en kranten waaronder Fabulous Mama, Viva, Margriet, Linda en NRC Next. Anne is eigenaar van Uitgeverij 11