We leven op een zieke planeet, in een wereld waarvan de systemen ziek zijn. Van een zieke woningmarkt, ziek zorgstelsel tot ziek voedsel. Razendsnel gaan we, op die verraderlijke gladde, super snelweg totdat we afstevenen op nog meer rampspoed, waarvan de schade niet meer te herstellen is. Ondertussen verlangend naar meer van dit en meer van dat. Daarnaast verdoven we onszelf met drank, pillen, shoppen, werk en stompzinnige tv programma’s, zodat we niet hoeven na te denken en meegaan in die eindeloze stroom die het leven kent. Zodat we niet voelen hoe ziek wij eigenlijk zelf zijn.

STEUN RO

Voordat je nu meteen afhaakt, wees gerust. Er is een uitweg, die eenvoudiger is dan we ons voor mogelijk houden. De weg waar minder, juist meer kan betekenen. Vooruitgang. Herstel. Gezondheid. Het is de weg die niet zo glad is als die van die brede, super snelweg en hier en daar best wat hobbels kent. Het komt neer op meer moeite en iets meer tijd.

Earth Overshootday

Momenteel leven we alsof we 1.7 aardbol tot onze beschikking hebben. Earth Overshootday viel dit jaar op 29 juli 2021. Het markeert de datum waarop de vraag van de mensheid naar ecologische hulpbronnen en diensten in dat jaar groter is dan wat de aarde in datzelfde jaar kan regenereren. Elk jaar zien we voornamelijk een verschuiving naar voren. Behalve in het rampzalige jaar 2020 toen we te maken kregen met het corona-virus, viel Earth Overshootday juist later, op 22 augustus 2020. De lockdowns overal ter wereld dwong ons binnen onze huiselijke muren te blijven, waardoor de druk op de planeet even minder werd.

Een economische indicator, zoals het bruto binnenlands product (BBP), viert een toename in consumptie en slaat alarm als we minder consumeren. Ondertussen zien we dagelijks aan klimaatverandering gerelateerde rampen. We lezen maar zelden over een verband tussen het groeiende BBP en milieurampen.

Een levensvatbare toekomst hangt af van leven met minder, zoveel is duidelijk. Betekent dit dat we offers moeten brengen? En hoeveel is eigenlijk genoeg?

Meestal is de logische vraag die onze consumptiedrift oproept, hoe we deze kunnen bedwingen. Maar veel interessanter vind ik de vraag: wanneer betekent minder, juist meer? 

Drie voorbeelden waar minder, meer is.

Zakkenvullende internetbedrijven

Internet-bedrijven, zoals Amazon of Bol maken het de gemakzuchtige consument heerlijk comfortabel. Vanuit onze luie stoel een boek, beddengoed of tuinspullen kopen. Met een druk op de knop doen we dat gewoon.

In het corona-jaar 2020 heeft de rijkste man van de wereld, Amazon oprichter Jeff Bezos, nóg meer verdiend dat hij zich in een raket in de ruimte heeft laten schieten. Wat moet hij immers met al die centen. Attent als hij was, bedankte hij nog hartelijk zijn werknemers die volgens hem dit hele avontuur mogelijk hebben gemaakt. “You guys paid for all of this.” Werknemers van Amazon krijgen maar een schamel loontje en zo kregen ze een misselijke trap na.

Ook zijn er internetbedrijven die werk uitbesteden aan lagelonenlanden. Nederlandse internetbedrijven die bijvoorbeeld hun customer service uitbesteden aan een bedrijf of een zelfstandige, werkzaam in India. Te gierig en te beroerd om hun personeel een paar euro per uur meer te betalen, kiezen ze voor uitbesteding naar een land waar de customer service nu voortaan 4 dollar per uur kost. De hebzucht regeert bij zulke bedrijven. Het houdt de weelderige levensstijl van de vaak opportunistische en uitgekookte CEOs in stand. 

Door het kopen bij een bedrijf als Amazon, draaien we de nek om van de lokale bedrijven. Alleen omdat we te lui zijn en het liefst onze spullen zo snel mogelijk in huis willen, tot aan de deur toe geleverd, vergeten we de lokale ondernemer. 

Zo kocht ik heel vroeger liever een singletje bij de plaatselijke muziekwinkel in het dorp dan bij de Free Record Shop, die je toen nog in elke stad had. Van het geld dat ik in de dorpswinkel uitgaf, kon het dochtertje van de shopeigenaar naar dansles.

Zo min mogelijk of gewoon geen geld uitgeven bij zakkenvullende internetbedrijven betekent meer en betere zaken voor de lokale winkels. Bovendien blijft een hoop verkwisting bespaard.

Auto-afhankelijke steden

De auto is zo’n belangrijk vervoermiddel geworden, en tevens status symbool, dat het vaak lastig is om de negatieve impact van ons rijgedrag onder ogen te zien. Denk aan de verloren tijd in files, de ruimte (parkeerplekken) die auto’s innemen, luchtvervuiling, en natuurlijk de uitstoot van schadelijke broeikasgassen. Het is helaas nog niet zo ver dat de auto zonne-energie slurpt in plaats van benzine.

In steden als Amsterdam kom je met de fiets, tram of lopend een heel eind. Een auto heb je helemaal niet nodig, het is toch al een hel om te parkeren in zo’n overvolle stad (en hels is het al helemaal voor je portemonnee). Nu wordt het ook ontmoedigd om auto te rijden in Amsterdam, en is het beleid er steeds meer op gericht om onafhankelijker van de auto te worden. Dat lukt aardig. En dit zien we ook in andere Europese steden, zoals Barcelona, waar hele wijken zijn ingericht op wandelaars, fietsers en liefhebbers van parken. De gemeente van Barcelona heeft sinds 1 januari 2020 een klimaatcrisis uitgeroepen en onderdeel van het plan van aanpak, is het bevorderen van gezonde mobiliteit. Het hart van de wereldstad Parijs kent zelfs eens per maand een autoloze zondag.  

Steden zodanig ontwerpen dat het makkelijker wordt te lopen, fietsen of op een bus te stappen, ontneemt een aanzienlijke druk op de leefomgeving, en de kwaliteit van leven in zo’n stad gaat aanzienlijk omhoog. Denk alleen al aan de schonere lucht. Minder wordt meer.

Dierlijke producten

De twintig grootste vlees- en zuivelbedrijven, onder andere JBS, Smithfield, Fonterra, Cargill en Nestlé, stoten gezamenlijk meer broeikasgassen uit dan Duitsland in haar totaliteit.

Als deze bedrijven een land waren, zouden ze ‘s werelds zevende grootste uitstoter van broeikasgassen zijn. Het is duidelijk dat de wereld een klimaatramp niet kan vermijden zonder de duizelingwekkende emissies van de grootste vlees- en zuivelbedrijven radicaal aan te pakken. Milieuproblemen die de onhoudbare veehouderij verder veroorzaken zijn, onder meer, ontbossing, watervervuiling en habitat vernietiging. 

We moeten af van de bio-industrie en een overgang maken naar een duurzamer landbouwmodel met minder dieren.  De overheid moet stoppen met het financieren van een klimaatramp. Banken moeten in die boeren investeren, die het anders willen doen. Op dezelfde voet doorgaan, te weten het pompen van geld in de bio-industrie en het alsmaar blijven uitbreiden van die kwalijke industrie met nog meer mega-stallen, is een misdaad tegen mens en dier.

Bovendien is de bio-industrie met name pluimveebedrijven, een nog belangrijkere broedplaats voor zoönosen en pandemieën dan de zogenaamde Chinese ‘wet markets’, waar wilde dieren voor consumptie verhandeld worden. 

Minder dierlijk en meer plantaardig voedsel verbetert de gezondheid van de wereld. Met je vork en mes kun je dat vandaag nog beslissen. 

Foto: Tim Goedhart/Unsplash

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
    Schrijft op Mallorca over duurzaamheid en bewust consumeren. Voorheen werkzaam als jurist in Nederland.