Het is vrijdagmiddag als ik besluit om nog even naar de kroeg te gaan. Ik loop rustig naar het pand, waar het doorgaans altijd druk is. Op de gevel prijkt het vrolijke blauwe vogeltje, al op honderd meter afstand golft het lawaai van de stamgasten onrustig richting de straat. Als ik de deur open en mijn gezicht laat zien, wijzen drie priemende vingers meteen in mijn richting. Drie gasten noemen luid mijn naam en leveren commentaar op mijn uiterlijk. “Je lijkt op een terrorist! Op Angela Merkel! Je bent een wegkijker! Hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor het verraad van dit land! Je moet dood!”

Ik ga zitten aan de bar en bestel een biertje. In mijn ooghoeken zie ik iemand mij anoniem naderen. Hij of zij heeft een helm op en gebaart dat ik mee moet lopen naar een rij kamertjes aan de rand van de kroeg. Hij of zij stelt zich niet voor en dirigeert mij door de kleine klapdeurtjes in het vierkante hok. Uit de drukte.

Eenmaal in de benauwde ruimte slist de persoon mij toe dat ik voortaan maar heel goed op moet passen en overal op straat over mijn schouder moet kijken. Ik kijk onwillekeurig over mijn schouder en als ik mijn blik weer naar voren richt, heeft de persoon met de helm het kamertje snel verlaten.

Ik loop het kamertje ook maar weer uit en benader de kroegbaas. Vraag hem of het normaal is dat mensen met dergelijke opmerkingen weg kunnen komen. De kroegbaas kijkt mij niet aan en geeft mij een voorgedrukt formulier. Op het blaadje staat dat ik iemand kan rapporteren. Ik vul in wat ik net heb gehoord en geef het blaadje terug. Zonder op te kijken overhandigt de kroegbaas mij een eveneens voorgedrukt tweede formulier. Ik lees dat de kroeg mogelijk, wellicht, misschien, ooit op zal treden bij een constatering van een schending van de huisregels.

Rechtbank-verslaggever, laat zich betalen voor tweets uit de rechtszaal via @realtwitcourt.