Niets heeft zo’n diverse en grote invloed op ons brein als muziek. Wetenschappers begrijpen steeds beter wat muziek allemaal in onze hersenen te weeg brengt, en waarom dat zo is.

Niet veel mensen zullen toegeven dat ze genieten van De Macarena van Los del Rios, uit 1993. Maar toch, nu je in de strandtent van je cocktail staat te nippen, betrap je jezelf erop dat je toch met je voet staat mee te wippen en dat je je hoofd met moeite stil houdt. Een paar meter verderop zijn wat anderen in een dolle bui opgesprongen uit hun strandstoelen. Ze zijn naast elkaar gaan staan, hebben hun handen op hun heupen gezet en jawel, daar gaan ze, in het ritme. Je kent het dansje ook, al heb je het ver weggestopt in de diepe krochten van je brein. Het doet je denken aan de tijd waarin het nummer een hit was, en jij nog jong en onbezonnen. De cocktail begint zijn werk te doen en toegegeven, de klanken en de aanblik van die uitgelaten dansers stemmen je vrolijk. Eén slok nog en je glas is leeg. Je zet het op de bar, loopt naar hen toe, en mengt je in het dansgedruis.

In die twee minuten tijd is er van alles in je hersenen gebeurd. Het ritme dat via je oren binnenkwam activeerde je basale ganglia, betrokken bij het controleren van bewegingen en bij je beloningssysteem. Ook activeerde het je hersenstam, die op zijn beurt motorische zenuwcellen in je ruggenmerg aanzwengelde die onder meer de spieren die je hoofdbewegingen aansturen, en motorische gebieden in je hersenschors voor je armen en benen, waardoor je móest bewegen. De melodie kwam via je hersenstam in je auditieve schors, niet ver van je oren – al na de eerste paar tonen herkende je die en werden je superior frontale gyrus en premotore cortex geactiveerd. De dansers spraken je spiegelneuronen aan, die je stimuleerden om mee te doen. En omdat de muziek in je hersenen ligt opgeslagen samen met herinneringen uit die tijd, komen die bij het horen van de bekende klanken direct naar boven – inclusief het gevoel van destijds. Een ‘music evoked autobiographical memory’ noemen wetenschappers dat.

Hormonaal

Al die mechanismen hebben een evolutionaire oorsprong, vertelt Henkjan Honing, hoogleraar muziekcognitie aan de Universiteit van Amsterdam. Twee aspecten, maatgevoel en relatief gehoor, zijn de fundamentele bouwstenen van muzikaliteit, zegt Honing. Hij vermoedt dat ons vermogen tot het maken van en luisteren naar muziek er al was voordat we taal hadden en dat taal van die capaciteiten gebruik maakt. Verschillende dieren, zoals zangvogels en sommige apen en ook baby’s van zes maanden oud hebben al maatgevoel – zij horen regelmaat in een variërend ritme, toonden Honing en collega’s aan. ‘Curieus genoeg blijkt dat mannelijke zangvogels wanneer ze zingen, daar opgewonden van raken. Niet alleen fysiek maar ook hormonaal. Kennelijk vindt de natuur dat belangrijk, het is intrinsiek belonend. Dat is verder alleen met essentiële zaken als eten en seks.’

De kaketoe Snowball werd in 2009 wereldberoemd dankzij een filmpje op internet waarin hij met zijn hoofd en poten het ritme aan kon geven van het nummer Everybody van de Backstreet Boys, wat op verschillende snelheden werd afgespeeld. De eerste auteur van de publicatie over Snowball in het tijdschrift Current Biology was Ani Patel, die inmiddels hoogleraar psychologie is aan Tufts University in de Verenigde Staten. Kaketoes staan ook bekend om hun gevoel voor taal, wat volgens Patel geen toeval is. Zo bleek recent dat mensen die door aanleg of door een hersenbeschadiging amuzikaal zijn, twee tot drie procent van de bevolking, ook moeite hebben met het interpreteren van emoties in gesproken taal. ‘Onze systemen voor de verwerking van muziek en taal lenen veel van elkaar,’ zegt Patel.

Mozart-effect

Er is veel onderzoek gedaan naar de invloed van muziek op onze intelligentie. In 1993 werd in Nature het zogeheten ‘Mozart-effect’ aangetoond: scholieren die tien minuten naar Mozart luisterden scoorden direct erna op één aspect van een IQ-test, ruimtelijk inzicht, hoger dan scholieren die tien minuten ontspanningsoefeningen deden of aan stilte werden blootgesteld. Uit vervolgonderzoek bleek echter dat dit effect niet specifiek door de muziek kwam: de scholieren waren door het luisteren alert en ontspannen. ‘Dat zouden ze door het eten van een banaan bij wijze van spreken ook kunnen worden,’ zegt Honing. Wel is inmiddels aangetoond dat kinderen die een jaar lang muziekles krijgen, daar slimmer van worden dan kinderen die theaterles krijgen of geen speciale les, legt Honing uit. ‘Welke aspecten van de muziekles dat veroorzaken is onduidelijk, maar dat de les het IQ verhoogt is bewezen.’

En muziek kan niet alleen de hersenen van kinderen stimuleren, het kan helpen die van ouderen fit te houden, betoogt hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder van de Vrije Universiteit in zijn in april verschenen boek ‘Singing in the brain’ in zijn boek. Eerder schreef hij al een boek over het nut van bewegen voor het brein. Daar waar muziek en beweging samen komen hebben onze hersenen er de meeste baat bij, aldus Scherder: ‘Wanneer we dansen stimuleren we onze bloedsomloop, verlagen we onze bloeddruk en ons stressniveau. En we vinden het nog leuk ook!’

Scherder voegde tijdens het werken aan zijn boek de daad bij het woord en nam vioolles. Wie zelf muziek maakt, spreekt dezelfde hersengebieden aan als iemand die muziek luistert, en daarbij nog allerlei gebieden, die deels gewoon te maken hebben met beweging en interactie (wanneer je met anderen samen speelt) en deels specifiek zijn voor muziek maken. En wie muziek leert, prikkelt zijn brein nóg meer. Gemakkelijk gaat het viool leren Scherder niet af. Het leren bespelen van een instrument gaat net als dat van een taal op latere leeftijd veel trager dan wanneer we jong zijn. Daar staat tegenover dat zo’n nieuwe uitdaging allerlei hersengebieden activeert die kwetsbaar zijn bij veroudering, zoals de prefrontale cortex, voor de hogere cognitie, en de pariëtale lob, die zintuiglijke informatie integreert. Dat geldt niet specifiek voor muziek, zegt Scherder, maar juist omdat muziek zo divers is, komt het brein enorm goed aan zijn trekken. ‘Niets spreekt zoveel capaciteiten aan en kent zoveel aspecten als muziek. We zouden dus ook niet hoeven bewijzen of muziekles de prestaties op taal en rekenen verbetert, want muziek ís cognitie.’

Uiteenlopende emoties

Ook emotioneel is de impact van muziek ongeëvenaard. Opvallend daarbij is dat we muziek soms gebruiken om onze stemming te versterken en soms juist om ons in een andere gemoedstoestand te brengen. Veel mensen houden er bijvoorbeeld van om te luisteren naar droevige muziek. Wanneer we zelf droevig zijn kan dat helpen bij de verwerking, door vastzittende emoties los te maken en de ruimte te geven. Maar ook niet-droevige mensen luisteren graag naar droevige muziek. Het wekt meer emoties op dan alleen verdriet, zoals nostalgie, tederheid en verwondering. En de droevige sfeer zelf beïnvloedt onze stemming om verschillende redenen positief, vertelt Scherder. ‘Via muziek kunnen we intense emoties op een veilige manier ervaren. Daarnaast bewijzen we ermee aan onszelf hoe empathisch we wel niet zijn. Wow, ik ben niet echt droevig maar toch voel ik met deze droevige muzikant mee!’

Muziek lijkt, zoals psycholoog Steven Pinker het uitdrukte, een ‘supernormale stimulus’ die op allerlei knoppen in het brein drukt en uiteenlopende emoties losmaakt. Het is zo gelaagd, dat elk aspect weer andere netwerken in onze hersenen activeert, van heel primitieve systemen die we delen met allerlei dieren, tot zeer complexe, verfijnde, leg Patel uit. Sommige ervan zijn universeel, zoals de aanstekelijkheid van een melodie, andere zijn sterk cultureel bepaald of persoonlijk. Daardoor kan muziek zoveel tegelijk met je doen: alert maken, ontroeren, irriteren en aan het denken zetten. Vandaar ook dat je muziek tegelijk irritant en prettig kunt vinden, zoals bij de Macarena. Wanneer de laatste noten van het nummer hebben geklonken vlieg je de andere dansers lachend in de armen. Met een brede grijns zoek je de bar weer op en bestelt een nieuw drankje.


Horrormuziek

Muziek kan worden ingedeeld in tonale en atonale muziek, schrijft Erik Scherder in zijn boek. Tonale muziek sluit aan bij ons stemgeluid, en bij geluiden en klanken waarmee we opgroeien. Die muziek ervaren we als prettig. Atonale muziek staat daar haaks op en is vaak slecht voorspelbaar. Van die muziek kunnen onze haren overeind gaan staan. Dergelijke muziek wordt bijvoorbeeld veel onder horrorfilms en thrillers gebruikt: daar komt het goed van pas dat je er een onprettig gevoel van krijgt.

De hitfactor

Wat maakt nu dat sommige muziek goed wordt gewaardeerd, maar snel vergeten, en andere extreem aanstekelijk werkt en als een oorwurm blijft hangen? Daar doet het team van Henkjan Honing met Engelse collega’s van het Museum of Science and Industry in Manchester onderzoek naar. Je kunt er zelf aan meedoen: op www.hookedonmusic.org.uk kun je testen of je bepaalde nummers op basis van een kort geluidsfragment herkent en kunt verder neuriën. Op basis van de resultaten van de honderdduizenden deelnemers extraheren Honing en consorten de ingrediënten van een hit. In 2014 maakten ze hun eerste resultaten bekend. De muziek moet een bepaalde voorspelbaarheid in zich hebben en herhaling en niet te ingewikkeld zijn voor onze hersenen om te verwerken. Vooral bepaalde muziek uit de jaren vijftig, zoals die van Pierre Boulez, blijkt die ingrediënten niet te bevatten en dreigt daardoor in de vergetelheid te raken. ‘Die muziek pleegt zo’n aanslag op je cognitieve systeem, dat je er niets mee kan’, zegt Honing. ‘Het is een beleving, en daarna is het weg.’

Ik schrijf menselijke verhalen over wetenschap en het wetenschappelijk bedrijf, voor onder meer De Volkskrant, De Correspondent, Marie Claire en Science Magazine. Liefst over alledaagse en maatschappelijke onderwerpen. Ik won de AAAS Kavli Science Journalism gold award 2016.