Sinds 2019 zijn er veel meer meldingen van kindermishandeling bij Veilig Thuis dan daarvoor. Leraren, artsen en andere professionals moeten in veel meer situaties aan de bel trekken. Allerlei zorgen over de opvoeding worden nu doorgegeven, vaak op subjectieve gronden en met behulp van afvinklijsten. Ouders belanden zo makkelijk in de verdachtenbank, en onterechte aantijgingen in hun dossier raken ze niet meer kwijt. “Waarheidsvinding is een dode letter.”

STEUN RO

Dit artikel lees je gratis. Als het bevalt kun je via de BETALEN-button een kleine bijdrage doen, zodat ik dit soort artikelen kan blijven schrijven. Dank! Marieke Sjerps

Als Thomas (52) en Sabine (37) eindelijk een kopie krijgen van de zorgmelding die het kinderdagverblijf over hen heeft gedaan, slaat de schrik ze pas echt om het hart. Bij de brief zit een ‘Signalenlijst kindermishandeling’ en van de ruim honderd beschrijvingen die hierin staan, heeft het kinderdagverblijf er ruim twintig aangevinkt. Volgens de leidsters zou hun zoontje Liam (bijna 2 jaar) ‘labiel’ en ‘apathisch’ zijn. Thomas en Sabine krijgen typeringen als: ‘onzeker’ en ‘negatief zelfbeeld’. Ook staan er kruisjes bij medische inschattingen, zoals: ‘onderzoeksgegevens kloppen niet met het ziektebeeld’. En wat moeten ze denken van de beschrijving ‘ouder draagt kind als postpakket’?

Ruim een maand eerder stuurde kinderdagverblijf ’t Lijstertje in Utrecht deze zorgmelding naar Veilig Thuis (VT), het voormalige Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. De leidsters lieten VT weten dat ze Liams thuissituatie onveilig vinden en dat ze eraan twijfelen of de peuter werkelijk zo vaak ziek is als zijn ouders zeggen.
Het draait allemaal om Liams gezondheid. Sinds een jaar heeft hij terugkerende keelontstekingen, waarbij hij hoge koorts krijgt en slikproblemen. Thomas en Sabine houden hem dan thuis van de crèche om uit te zieken en aan te sterken. Ondanks verschillende onderzoeken en enkele korte ziekenhuisopnames heeft de kinderarts nog steeds geen diagnose kunnen stellen.

Oudergesprek

“Wij dachten de leidsters steeds goed bij het wel en wee van ons zoontje te betrekken,” vertelt Thomas er nu over, “maar toen we op oudergesprek kwamen, hoorden we ineens dat ze ons al langer niet meer geloofden. Ze vonden het vreemd dat Liam ‘al door zoveel artsen’ was gezien, en dat ze nog steeds niet gehoord hadden wat hij mankeerde.” Waar de leidsters hun zorgen precies op baseren, blijft voor de ouders onduidelijk. “Het ging vooral om indrukken die ze van ons hadden.”

“Eerst voelden we ons overrompeld,” vervolgt Thomas het verhaal, waarbij Sabine hem af en toe aanvult, “maar toen we thuis gingen googlen, werden we echt heel bang. We lazen over verdenkingen van kindermishandeling en kinderen die uit huis geplaatst worden. Het was allemaal heel bedreigend.” Nog diezelfde week nemen ze een besluit. Al langer willen ze verhuizen, weg uit hun Utrechtse bovenwoning. “Daar hebben we het vaker met de leidsters over gehad,” benadrukt Thomas. Nu zetten ze hun plan door. In de buurt van Arnhem, vlak bij Sabines ouders, vinden ze een huis met een tuin. Gezien de opzegtermijn beëindigen ze meteen Liams plek op het kinderdagverblijf.

Dit is voor ’t Lijstertje de druppel die de emmer doet overlopen. De teamleidster zegt tegen de ouders dat ze verplicht is om de Meldcode kindermishandeling te volgen: ze móet nu een zorgmelding doen bij Veilig Thuis Utrecht. Thomas’ verzoek om nog een gesprek legt ze naast zich neer en in de zorgmelding schrijft ze: ‘omdat ouders geen ondersteuning lijken in te roepen en de kindplaats hadden opgezegd’. Ook zet ze een twintigtal kruisjes in de eerdergenoemde Signalenlijst kindermishandeling 0-4-jarigen en ze voegt die bij de VT-melding.

Trend

Wat Thomas en Sabine meemaken, past in een trend. In de afgelopen twee jaar zijn er veel meer zorgmeldingen bij Veilig Thuis dan daarvoor. Dit komt door de aanscherping van de verplichte meldcode, waardoor professionals – mensen die beroepsmatig met kinderen te maken hebben – in veel meer situaties een melding doorzetten. Ook valt op dat leerkrachten en kinderopvangleidsters vaker een zorgmelding doen.

In het kort komt de verandering van de meldcode hierop neer: wie kindermishandeling of -verwaarlozing in een gezin vermoedt, kon er voorheen voor kiezen zelf hulp te regelen. Bij Veilig Thuis aankloppen kon altijd nog. Die route is sinds januari 2019 geschrapt. Professionals moeten het nu altijd aan VT doorgeven als ze denken dat de veiligheid van een kind in het geding is, óók als ze zelf hulp organiseren. Louter hulp bieden mag alleen nog in situaties die ‘niet onveilig’ zijn.

Om dit goed af te wegen, moeten professionals het protocol volgen dat hun eigen beroepsgroep heeft opgesteld. Dit zijn soms lijvige documenten, zoals de zestig pagina’s tellende KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld – voor artsen en tandartsen. De organisaties zelf – zoals scholen, huisartsen en kinderdagverblijven – nemen zo’n modelprotocol doorgaans over en vullen dit aan met eigen teksten. Zo bestaan er honderden, mogelijk duizenden versies van de meldcode. Veel organisaties voegen er ook een zogeheten Signalenlijst kindermishandeling bij.

Je wilt niet weten wat voor ellende er wordt aangericht doordat professionals en Veilig Thuis geen goed onderzoek doen

“De overheid wil dat Veilig Thuis een soort radar is die onveilige situaties permanent in de gaten houdt,” zegt jurist en pedagoog Adri van Montfoort. “Hiervoor moest de meldcode worden veranderd. Door alle mogelijk onveilige situaties te registreren bij één instantie, zou de aanpak van kindermishandeling effectiever worden.” Dit is een verkeerd idee, stelt hij. Met de uitbreiding van meldingen hengel je veel gezinnen het systeem van Veilig Thuis in, en is het eigen oordeel van beroepskrachten ingeperkt.

De gewone hulpverlening komt hierdoor onder druk te staan, is de ervaring van Van Montfoort. “Bijna negen van de tien meldingen gaan niet over lichamelijk of seksueel geweld, maar over allerlei ‘zorgen’ over de opvoeding. Dan helpt het niet om er een label ‘kindermishandeling’ op te plakken, maar is het beter dat de beroepskracht de problemen en mogelijkheden met het gezin bespreekt.”

Alle advocaten en adviseurs van ouders benadrukken dat je van alles moet doen om kinderen te beschermen – bij geweld, misbruik, of psychische bedreiging. Maar hoe het nu gaat klopt niet, zeggen ze. De definitie wordt steeds verder opgerekt. Nu moeten professionals ál hun zorgen over kinderen en opvoeden doorgeven. Steeds vaker gebeurt dit onder de noemer ‘verwaarlozing’. En dat kan van alles zijn. Wie of wat is de norm?

Karavaan

“Is jouw organisatie klaar voor de vernieuwde meldcode?” Al ruim een jaar voor de aanpassing van de meldcode trekt een karavaan van cursussen en lezingen door het land. De rijksoverheid ontwikkelt een toolkit, en er zijn e-learnings om de complexe meldcode – met stroomschema’s, een stappenplan, en allerlei als-dan-constructies – beter te begrijpen. Wat de overheid aanbiedt en wat commercieel aangeboden wordt, is nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Zo worden alle beroepskrachten klaargestoomd voor de nieuwe aanpak. De missie is duidelijk: ga op zoek naar kinderen in onveilige situaties en meld je niet-pluisgevoel.

Maar wat ‘niet pluis’ is, bepaalt iedereen zelf. Volgens de Jeugdwet is kindermishandeling ‘elke vorm van bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard’. De website van de rijksoverheid (ikvermoedhuiselijkgeweld.nl) omschrijft het veel ruimer: “De signalen zijn vaak minder duidelijk dan een blauwe plek. Misschien komen de kinderen nooit buiten. Of draagt het kind elke dag een vies shirt. Je kunt ook signalen van kindermishandeling herkennen door te letten op het gedrag van de volwassene naar het kind.”

Dit kan verkeerd uitpakken, merkt Marloes. Haar jongste zoon Josh (7) gaat tijdens zijn fantasiespel op straat liggen en wordt overreden. Gelukkig vallen de verwondingen mee, maar andere gevolgen zijn er des te meer. “Mijn man was met de ambulance meegereden naar het ziekenhuis in Leeuwarden,” vertelt Marloes. “Hij heeft een vorm van autisme, waardoor hij in crisissituaties helemaal dichtslaat. Toen de artsen bij de eerste hulp zeiden dat hij in de weg stond, heeft mijn man dat letterlijk opgevat en is hij stil in een hoek gaan zitten wachten.” Foute boel, vinden de zorgverleners in het ziekenhuis, en melden dit bij Veilig Thuis. Marloes: “In het VT-verslag staat nu dat Josh’ vader apathisch en ongeïnteresseerd was.” Een melding terugdraaien is echter nauwelijks mogelijk. Zeker voor Marloes, van wie een aantal kinderen jeugdzorg krijgt via de gemeente. Maanden later probeert ze nog steeds zaken recht te trekken.

Lagere drempel

“De drempel om te melden is veel lager geworden.” Advocaat Jos Willemsen staat ouders bij die bij Veilig Thuis hun onschuld moeten aantonen. “Dát ze melden, wordt nu van professionals verwacht – en zelfs aangemoedigd,” zegt hij. “Ze hebben eerder iets uit te leggen als ze niet melden, dan als ze dat wel doen.”

Melden is de norm, liet toenmalig minister voor jeugdbeleid Hugo de Jonge (VWS) regelmatig weten. Bijvoorbeeld in juni 2019 in de Tweede Kamer: “Geen actie is geen optie, zo moet de meldcode worden begrepen.” Zijn oproep is niet tegen dovemansoren gezegd. Een ziekenhuisarts in Noord-Holland schrijft in zijn VT-verslag: ‘De reden van mijn zorgmelding is de aangescherpte meldcode’. Dat door zijn oproep veel ouders ten onrechte van allerlei narigheid beticht worden, neemt minister De Jonge op de koop toe. Eerder twitterde hij: “Laten we stoppen met spreken over ‘onterechte meldingen’ bij kindermishandeling (–) Ook al blijkt die zorg later ongegrond, dan maakt dat de melding nog niet onterecht.”

Een onbegrijpelijke uitspraak, vindt advocaat Willemsen. “Je wilt niet weten wat voor ellende er wordt aangericht doordat professionals en Veilig Thuis géén goed onderzoek doen. Als die trein eenmaal rijdt, kun je hem nauwelijks meer stoppen.”

Ook advocaat Chris Sent, die regelmatig gezinnen verdedigt die te maken kregen met een zorgmelding via het onderwijs, is verontwaardigd over hoe het sinds de aanscherping van de meldcode gaat. “Als leraren of andere professionals doorgeven dat een kind in een onveilige situatie zit, neemt Veilig Thuis dat al snel als waarheid aan. Gezien het gemak waarmee melden nu gebeurt, kan dit alle ouders overkomen.” Ouders moeten hun onschuld bewijzen, allerlei partijen bemoeien zich met hen, en hun privacy ligt al snel op straat, benadrukt ze. “Als ik het vergelijk met het strafrecht, dan kan een verdachte zwijgen, hij heeft recht op een advocaat en verweren op de zitting worden serieus genomen. In een VT-onderzoek geldt dit allemaal niet. Waarheidsvinding is een dode letter.”

Gissen

Onterechte aantijgingen in je VT-dossier verdwijnen niet. Omwille van de eerdergenoemde ‘radarfunctie’ kan Veilig Thuis vroegere én toekomstige meldingen stapelen. Wat loos alarm is, kan achteraf toch al een signaal blijken te zijn. Zelfs bij het beoordelen van een volwassene kan een melding uit zijn eigen kindertijd meetellen.

Ook bij Thomas en Sabine speelde een oud ‘signaal’ een rol, blijkt als ze weken later het dossier inzien. Dat zit zo: nog voordat Liam was geboren, werd Sabine gestalkt door haar ex-vriend. Haar aangifte hiervan zette de politie automatisch door naar Veilig Thuis. Maar zonder dat Sabine het wist, was dit al een eerste melding. Reden voor Veilig Thuis Utrecht om jaren later, bij de ‘tweede’ melding, de thuissituatie van Liam uitgebreid te willen onderzoeken.

Hoeveel meer zorgmeldingen er zijn dan vóór 2019 is gissen. Getallen zijn moeilijk met elkaar te vergelijken, omdat de 26 Veilig Thuis-organisaties die Nederland telt naar eigen inzicht meldingen konden turven en rubriceren. Hierdoor kon het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ze niet verwerken.

Wel brengen individuele VT-organisaties percentages naar buiten. Flevoland telde in het eerste kwartaal van 2019 al 30 procent meer meldingen. In de provincie Zeeland was de toename 40 procent. VT in de regio Amsterdam kreeg bijna 32 procent meer meldingen in één jaar. En Veilig Thuis Drenthe schrijft aan VWS-minister Hugo de Jonge: “De verwachting is dat het aantal meldingen (–) fors zal stijgen, hetgeen nu reeds zichtbaar is (–) in een stijging van 29 procent over de eerste drie maanden van 2019.” Onduidelijk is hoe groot het aandeel meldingen van kindermishandeling hierin is, maar uitgaande van deze percentages zitten er honderden gezinnen meer in de verdachtenbank.

Emeritus hoogleraar opvoedkunde Jo Hermanns, die begin jaren negentig voorzitter was van de werkgroep die het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling oprichtte (een voorganger van Veilig Thuis – red.), vindt die toename zorgelijk: “Je kunt niet zeggen: geef alles maar door waarvan je vindt dat het niet deugt. In veel gevallen kan men beter eerst advies vragen. Als een kind bijvoorbeeld ongezond voedsel krijgt, is dat niet goed, maar het is geen mishandeling. Een professional kan vaak zelf hulp organiseren, maar nu wordt melden afschuiven.”

Het onafhankelijk kenniscentrum Nederlands Jeugdinstituut (NJI) schrijft echter op zijn website: “Soms gaat het niet om een signaal, maar om een gevoel dat er misschien iets niet klopt, zonder dat je dat gevoel concreet kan maken.”
Ook leerkrachten en leidsters van peuterspeelzalen melden vaker dan voorheen, vertelt een medewerkster van Veilig Thuis Flevoland.

Met afvinklijsten zijn ze sturend aan het enquêteren en rolt er makkelijk een verdenking uit

Om te zien waarom juist deze beroepsgroepen aangespoord worden hun zorgen bij Veilig Thuis te melden, moeten we terug naar eind 2016. Acht landelijke organisaties van kinderopvang, onderwijs en ouders ondertekenen dan een manifest en gaan samenwerken in de Beweging tegen kindermishandeling. Deze is de officiële opvolger van de Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik, die tot dan toe de aanpak van kindermishandeling heeft aangejaagd. Een van de leden van deze Taskforce was Hugo de Jonge, toen wethouder van Rotterdam. In het kabinet-Rutte III werd hij minister van VWS, waaronder jeugdbeleid valt.

Deze Taskforce stelt in zijn eindrapport (2016) dat er een nationaal programma moet komen om ‘het aantal mishandelde kinderen binnen tien jaar te halveren’. Hoe je dit meet is de vraag, maar de nieuwe Beweging tegen kindermishandeling neemt dit streven over en voegt er voor de eigen branches een doel aan toe: ‘weerstanden en belemmeringen van basisschoolleraren en kinderopvangleidsters wegnemen, zodat ze hun zorgen melden bij Veilig Thuis’.

Eigen app

Beide branches krijgen een website (kindermishandelingonderwijskinderopvang.nl) en kinderopvang krijgt een eigen app (Meldcode KO, die inmiddels ook beschikbaar is voor het onderwijs – red.), waarmee leidsters de meldcode eenvoudig kunnen doorlopen. Na een maand is deze app al ruim 6200 keer gedownload en 55.700 keer bekeken, schrijft Boink, de vereniging van ouders in de kinderopvang, trots op haar website. “Met het gebruik is de aanpak van kindermishandeling een stap dichterbij.”

Crècheleidsters krijgen via de app tal van aanwijzingen waarop ze kunnen letten. Op ‘vermijden van oogcontact’ bijvoorbeeld, of ‘niet geliefd bij andere kinderen’, maar ook ‘een ouder die er alleen voor staat’.

De Signalenlijst is opgenomen in het Protocol kindermishandeling (2018) van de beroepsgroep kinder-opvang en veel dagverblijven nemen die over. De onderwijsbranche heeft ook een signalenlijst in haar model-afwegingskader opgenomen, zij het een kortere versie. Meerdere basisscholen kopiëren die.

Hoe vaak de Signalenlijst kindermishandeling gebruikt wordt om verdenkingen te onderbouwen, valt niet te zeggen. Wel levert een zoektocht op internet allerlei signalenkaarten en -lijsten op. Via signalenkaart.nl van de stichting Kadera bijvoorbeeld, en op sites als huiselijkgeweld.nl, of scouting.nl. Ook voor woningcorporaties is er een handreiking – ‘Signaleren achter de voordeur’ – met een signalenkaart. Kortom, iedereen kan ermee aan de slag. Het Nederlands Jeugdinstituut (NJI), dat signalenlijsten als hulpmiddel beschikbaar stelt, schrijft erbij: “Hoe meer van de genoemde signalen het kind uitzendt, hoe groter de kans dat er sprake is van kindermishandeling.”

Tunnelvisie

“Dit deugt echt niet,” reageert klinisch kinder- en jeugdpsycholoog Marga Akkerman desgevraagd. “Observeren is een vak dat je grondig moet leren om alles wat je waarneemt objectief te laten zijn,” legt ze uit. “Maar met deze afvinklijsten zijn ze sturend aan het enquêteren. Met al die subjectieve kwalificaties is er altijd wel iets van toepassing en rolt er makkelijk een verdenking uit.”

Psychiater Bram Querido, hoofdredacteur van De gids voor de geestelijke gezondheidszorg (hulpgids.nl) vindt het bedenkelijk dat kinderopvangmedewerksters en leerkrachten deze screeninglijst gebruiken. “Daar zijn ze helemaal niet voor opgeleid. Bovendien is die lijst beperkt valide, er ontbreekt bijvoorbeeld een interrater-correlatie.” Dit betekent dat de uitkomst ongeveer hetzelfde moet zijn als een collega de lijst invult.

“De signalenlijst is ineens een belangrijk instrument geworden bij het melden van kindermishandeling en -verwaarlozing,” zegt psycholoog Marga Akkerman, “met als gevolg dat professionals al snel een tunnelvisie hebben.”

Münchhausen

Dan blijkt er nog iets opmerkelijks. Sommige signalenlijsten zijn aangevuld met een extra paragraaf over Münchhausen by Proxy (MbP), het syndroom waarbij de ouder – meestal de moeder – het kind bewust ziek maakt, bijvoorbeeld door ziekmakende stoffen toe te dienen. Leidsters, gastouders en andere professionals kunnen op de signalenlijst verschillende situaties aanvinken die op dit syndroom zouden wijzen. Zoals: ‘moeder werkt in gezondheidszorg’, of ‘vaak van arts wisselen’. Je zult de schijn maar tegen hebben.

MbP valt in de classificatie voor psychische stoornissen DSM-5 en komt zeer zelden voor, zeggen medisch deskundigen. De gids voor de geestelijke gezondheidszorg meldt dat het om twee tot vier gevallen gaat per miljoen van de bevolking. Toch neemt een groot aantal organisaties de MbP-paragraaf op in de toch al omstreden Signalenlijst kindermishandeling.

Veilig Thuis-organisaties en vertrouwensartsen doen er zelfs nog een schepje bovenop met lezingen en powerpointpresentaties om mensen die met kinderen werken bewust te maken van MbP. Ook kinderdagverblijf ’t Lijstertje in Utrecht kreeg zo’n voordracht. Thomas: “Het is goed denkbaar dat de informatie die de leidsters op die avond kregen ook een rol heeft gespeeld om over Liam een zorgmelding te doen. Dat we ons zoontje veel ziek hadden gemeld, was ineens verdacht.”

Achter voordeur

Op verzoek van minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid schreef gepensioneerd ambtenaar en adviseur Reinout Woittiez een notitie over knellende casuïstiek in de jeugdzorg. Hij concludeerde dat interventies van Veilig Thuis regelmatig een sfeer van wantrouwen en controle van overheidswege oproepen, in plaats van steun. Wat vindt hij van de oproep van de rijksoverheid om meer vermoedens door te geven? “De overheid past terughoudendheid, zeker achter de voordeur,” antwoordt de adviseur. “Interventies moeten proportioneel en professioneel zijn. Daar horen onderbuikgevoelens niet bij, maar dat is best ingewikkeld voor Veilig Thuis, en voor bijvoorbeeld leerkrachten die een melding doen.” In de praktijk lijkt de invalshoek van VWS: bij twijfel, inhalen, constateert Woittiez. “Terwijl die van Justitie is: let ook op de rechtsbescherming. Dat heeft weinig met eenheid van overheidsbeleid te maken.”

“Als je niet ingrijpt maar het had wel gemoeten, is dat schadelijk voor het kind. Maar als je wel ingrijpt en het had niet gemoeten, is dat ook schadelijk voor het kind. Dat uitgangspunt is helemaal verdwenen,” zegt jeugdzorgdeskundige Adri van Montfoort. “De overheid wil dat Veilig Thuis een soort panopticum is, een alziend oog,” vertelt hij, “maar dat is het natuurlijk niet, het is een aantal mensen achter een computer. We weten niet of al die extra meldingen helpen, iedereen tast in het duister. Als samenleving hebben we meer nuchterheid nodig, en de overheid past meer bescheidenheid.”

Begin juni 2020 – de coronacrisis is dan tien weken oud – verschijnt op zorg-website Skipr het artikel ‘Jeugdhulp in coronatijd: nieuwe inzichten die om onderzoek vragen’ van Peter Dijkshoorn, dan nog bestuurder van jeugdhulporganisatie Accare. In tegenstelling tot verontrustende berichten dat er veel meer kinderen in de problemen komen nu gezinsleden 24/7 op elkaars lip zitten, ziet Dijkshoorn dat de lockdown ‘niet per se heeft geleid tot een toename van spanningen en… problemen. Sterker nog, het heeft soms zelfs geleid tot verbetering’, schrijft hij in dit artikel.

Nu we ruim een halfjaar verder zijn, nemen spanningen in gezinnen wel toe, constateert Dijkshoorn, nu adviseur jeugdzorg bij de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten). “Maar dat is geen reden om het melden op te voeren. Iedereen verkondigt tegenwoordig meningen alsof het waarheden zijn, terwijl we een heleboel niet weten, ook niet over dit onderwerp. Het mantra is: melden moet. Maar melden is klikken. We moeten juist voorzichtig met elkaar omgaan. Het is beter om hulp te bieden en op elkaar te letten vanuit zorgzaamheid, in plaats vanuit waakzaamheid.”

Wijnflessen

Lege wijnflessen op het aanrecht? Kinderen die ’s middags nog in hun pyjama lopen? Door online onderwijs en beeldbellen kijken professionals tegenwoordig letterlijk in huis. De kans op misverstanden is hierdoor nog groter geworden.

Heeft het kind vuile kleren aan? Komen de ouders afspraken niet na? Adviseur Reinout Woittiez: “Als leraar of zorgverlener ontkom je er haast niet aan een mening te hebben over wat je via de webcam ziet en hoort. Professionals moeten alert zijn, maar er moet echt een goede grond zijn om meer informatie over een gezin te verzamelen.” Woittiez: “Daar moeten we op blijven hameren, signaleren wordt anders oordelen.”

Ondertussen neemt de roep om te melden toe. Om een nieuwe impuls te geven aan het signaleren van kindermishandeling brachten onderwijsorganisaties in november 2020 het Handelingskader kindermishandeling en huiselijk geweld uit.

In het eerste halfjaar van 2020 zijn er vijfduizend keer meer meldingen van kindermishandeling geweest dan een jaar ervoor (bron: CBS). Voor de duidelijkheid, een melding is iets anders dan bevestigde mishandeling. Desondanks meent het onderwijsveld dat er ‘handelingsverlegenheid is bij het doorlopen van de stappen van de meldcode’ en dat er meer gemeld moet worden. Het eist onder meer dat in het elektronisch dossier van het kind ‘zorgen en ondernomen acties gedocumenteerd worden en makkelijk zijn terug te vinden’. Zoals gebruikelijk in dit soort documenten besteedt het Handelingskader geen aandacht aan hoe scholen aantijgingen die onwaar blijken te zijn moeten herstellen en definitief wissen. Woorden als ‘onterecht’, ‘waarheidsvinding’ en ‘privacy’ komen er niet in voor.

Drie maanden na de zorgmelding voelen Thomas en Sabine zich nog steeds onzeker. Om zelf bewijslast te verzamelen, vragen ze klinisch psycholoog Marga Akkerman om Liam bij hen thuis te observeren. Akkerman concludeert in haar verslag onder meer: “Een sociaal vaardig, zelfstandig maar ook aanhankelijk kind, alert. Goede concentratie, rustig temperament, gezellig en goed hanteerbaar.” Over de signalenlijst kindermishandeling bij de zorgmelding schrijft ze: “Ik constateer dat hetgeen daarop wordt aangekruist, in mijn observatie op geen enkele manier herkenbaar is. Alsof het kinderdagverblijf en thuis verschillende werelden zijn.”

We weten niet of al die extra meldingen helpen. Als samenleving hebben we meer nuchterheid nodig

Sinds hun vertrek uit Utrecht blijft Liam thuis. Voorlopig geen kinderdagopvang voor hem. Onverwacht levert dat iets op: “Hij heeft sindsdien geen keelontsteking meer gehad,” vertelt Thomas. “Grote kans dat ’t Lijstertje een grote besmettingshaard voor hem was.” Hij laat de oproep van ziekenhuis Gelderse Vallei zien. Liams amandelen zijn inmiddels geknipt. Volgens de specialist was er sprake van een chronische amandel-
ontsteking.

Dan valt bij de ouders een brief in de bus. Veilig Thuis Gelderland-Midden, dat de zorgmelding van VT Utrecht had overgenomen, schrijft: “De conclusie van ons onderzoek is dat er geen sprake is van kindermishandeling, verwaarlozing of onveiligheid bij u thuis. Wij sluiten onze betrokkenheid met uw gezin daarom af.”

Thomas, Sabine en Liam heten in werkelijkheid anders. Dit geldt ook voor Marloes en haar zoon Josh, en kinderdagverblijf ’t Lijstertje. Hun namen zijn bij mij bekend.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl).

Dit artikel is ook gepubliceerd in HP / De Tijd

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -