DançaRio, een groep voor urban dance in Rio de Janeiro, bestaat in feite uit amateurs maar verrast vanwege zijn hoge kwaliteit. Nu nog bekend worden bij het publiek. Internationaal lijkt dat makkelijker dan binnen Brazilië.

STEUN RO

Ze springen licht als een veertje de lucht in of rollen break dancend over de vloer. Maken precieze bewegingen met hun hoofd, schouders en handen en slaan blij als kinderen met hun vuisten tegen elkaar als een figuur mooi gelukt is.

Het is zaterdagmiddag, urban dance groep DançaRio repeteert en het is adembenemend. Jonge mensen, een stuk of tien mannen, één vrouw, die het mooist omhoog kan veren. Studenten, jonge professionals, geen fulltime dansers, omdat ze het zich financieel niet kunnen permitteren. De dans komt er als extra activiteit in de week bij, maar het is bloedserieus.

Springdance

Oprichters zijn Hugo de Oliveira (31) en Gilson Nascimento (36), die allebei met communicatie en journalistiek bezig zijn, om hun geld mee te verdienen. Hugo heeft ook een opleiding als danser gedaan: “Jazz en klassiek”, specificeert hij. “Onze grote leider en inspirator is Bruno Beltrão”, vervolgt hij. “Hij heeft een ongelooflijke esthetische kwaliteit en wij hebben ontzettend veel van hem geleerd.” Beltrão heeft een eigen dansgroep, Grupo de Rua, Straatgroep, die al sinds 1996 bestaat in Niterói, stad aan de overkant van de Guanabara Baai. In 2005 nam hij deel aan Springdance, een van de belangrijkste festivals voor moderne dans in Nederland. Het leverde hem in de Volkskrant de volgende lovende beschrijving van dans- en theaterredacteur Mirjam van der Linden op: “Het is de wijze waarop de Braziliaan Bruno Beltrão (25) hip hop en streetdance inzet als basis voor zijn theaterchoreografieën. Hij verhaspelt de passen en bewegingen, maar eert de essentie van zijn roots – de energie, het battle-aspect. Het resultaat is een fascinerende, bijna minimalistische vorm van hip hop en streetdance. H2-2005 (de naam van de voorstelling, WU) begint met een snel verspringende ‘conversatie’ tussen drie dansers in aparte lichtvlakken op geagiteerd hardzoemdende vioolklanken van Rimsky Korsakov. Maar verder is H2-2005 van een veel ingetogener, geconcentreerder, soms bijna meditatief niveau. Solo’s zuigen je blik naar details, bouwstenen. Hoekige, snelle bewegingen van schijnbaar los van elkaar functionerende lichaamsdelen. Een uitgerekte frasering, bijna slowmotion, leunend op een krachtige balans. Dan rennen ze keihard achterwaarts in cirkels. Het zijn dolende en wegschietende hemellichamen, deze jongens uit alle windstreken van Brazilië. Beltrão’s hip hop loves the beat of. . . piepende sneakers, zeker, maar boven alles het menselijke lijf. Mooi begin van een festival dat dit keer, door bijvoorbeeld ook het zwembad en de bus een plek in het programma te geven, de kloof tussen de wereld van alledag en die van de dans in het theater nog meer wil verkleinen.”

Clubs en feesten

Een kloof tussen de wereld van alledag en die van de dans in het theater bestaat er bij DançaRio zeker niet. “We begonnen in het huis van mijn moeder in Providência (de oudste sloppenwijk van Rio, WU)!”, grinnikt Hugo. Springdance in 2005 en in 2012 een urban dance festival in het Zwitserse Zürich zijn voor DançaRio de krenten in de pap. Daar kunnen ze in een internationale setting hun kunsten laten zien en het levert ze erkenning op. Maar op national niveau is het een stuk moeilijker.

Gilson: “We treden bijna alleen maar op in clubs en feesten en op straatfestivals en dat is ook waar we het leren. Weinigen van ons hebben echt een dansopleiding gevolgd. Ons grote probleem is geld. Hier in de deelstaat Rio de Janeiro moet je betalen om een theater af te huren en daar op te treden. Dat kost je voor een weekend tussen de 10.000 en 20.000 real (2500-5000 euro, WU). Dat is voor ons moeilijk op te hoesten.

Verder moet je door een ongelooflijk bureaucratisch circus heen om iets voor elkaar te krijgen. Je moet een bedrijf oprichten en om dat te kunnen doen moet je aan heel veel regelgeving voldoen.” Gilson en Hugo rollen veelbetekenend met hun ogen. Je moet eigenlijk gewoon een netwerk hebben van mensen die ook een handje kunnen helpen. Dat hebben ze gelukkig wel.

Gilson: “In de deelstaat São Paulo heeft onze sector het gemakkelijker, daar heb je meer sponsors en meer kleine festivals, die laagdrempeliger zijn. Dus hoef je je niet steeds in alle bochten te wringen om voor het voetlicht te komen.”

RioH2K

Hugo: “We hebben geen geld, maar wel menselijk en artistiek kapitaal.

Onder dansers zijn we wel bekend, maar bij een groter publiek nog niet. We zijn nog helemaal underground.”

Op dit moment hebben ze hun hoop gevestigd op een groot internationaal urban dance festival dat zijn volgende in editie in mei 2016 beleeft: Rio Hip Hop Kemp ofwel RioH2K, het grootste urban dance festival van Latijns Amerika. “Als we daaraan kunnen meedoen, maken we ons weer een stuk zichtbaarder voor het publiek”, aldus Hugo. “We moeten gewoon meer kunnen optreden. Bij elke voorstelling die je doet, rijpt je productie.”

    Wies Ubags (1962) werkt vanuit Brazilië voor oa het ANP. Ze is ook te horen op de Nederlandse en Belgische radio (vooral BNN, WNL en VRT).  Ze schrijft over ambitie in Latijns Amerika, in het klein en in het groot. Economische onderwerpen krijgen veel aandacht.