Een moeder zegt geen nee tegen een kind dat haar nodig heeft. Toch is dat soms beter, ontdekte Miloe van Beek

STEUN RO

'Laat ze maar komen die tranen. Dat is alleen maar goed.' De pedagogisch medewerker gaf me een doekje en klopte vriendelijk op mijn arm. Een paar minuten eerder had ik snikkend toegekeken hoe twee mannen in groene pakken mijn zoon resoluut een kapje opzetten waardoor hij binnen dertig seconden veranderde van een hysterisch huilend kind in een slappe lappenpop. In de veel te blij gedecoreerde wachtruimte trok ik de operatiejas weer uit en verwijderde de synthetische gaatjesmuts van mijn hoofd. Buiten op het terras in de zon zag ik pas dat ik de groenige sloffen nog aan had.

Bloemkool

Mijn zoon moest een relatief kleine ingreep ondergaan, maar aangezien ik nogal een weekdier ben en bovendien zeer slecht in alles wat te maken heeft met ziektes en bloed, had ik getracht zijn koelbloedige vader naar voren te schuiven als begeleider. Maar hij wilde persé dat mama mee ging naar de operatiekamer. En een moeder zegt geen nee tegen een kind dat haar nodig heeft. ‘s Ochtends was ik al weggelopen van de zaal waar hij drie nachten zou logeren. De jongen tegenover hem die schreeuwde tijdens een contole door de arts, het meisje naast hem huilde onafgebroken. Mijn eigen tranen liet ik stromen op de wc, ik wilde niet dat mijn zoon zag hoe zwaar het me viel. Hij onderging alle voorbereidingen stoïcijns, maar toen hij in het ziekenhuisbed door lange, naar ontsmettingsmiddel en tot pap gekookte bloemkool geurende gangen werd gereden, dook hij onder het laken. Ik voelde zijn angst en hoe hard ik ook probeerde, hoezeer ik ook een stoere, rustige moeder wilde zijn, ik kon niet anders dan in tranen uitbarsten.

Daar in de uitslaapkamer realiseerde ik me dat die navelstreng nooit is doorgeknipt. Hij is alleen onzichtbaar geworden

Twee uur later veegde ik opnieuw verwoed mijn wangen droog toen ik keek hoe hij mijn kind zijn roes uitsliep. Ik dacht terug aan dat moment zes jaar eerder, toen mijn man de navelstreng doorknipte. Dat lege gevoel waar vrouwen het na een bevalling over hebben, herkende ik niet. Sterker nog, ik vond het hoog tijd dat mijn baby na negen maanden in mijn buik zelfstandig ging ademen en eten. Het was één van de redenen dat ik de borstvoeding geen maanden volhield: totale afhankelijkheid maakt mij lichtelijk kriegel. Daar in de uitslaapkamer realiseerde ik me dat die navelstreng nooit is doorgeknipt. Hij is alleen onzichtbaar geworden.

Bel

Die avond maakte ik een opklapbed op in de ziekenhuiszaal. Piepende machines, verpleegsters aan het bed, gehuil in de gang. Mijn zoon kon niet slapen, ik vertelde hem over de bel (dankjewel Eva Bronsveld). 'Stel je voor dat ik een hele grote bel voor je blaas waar jouw hoofd in past. Al het lawaai, de andere mensen, de spannende dingen blijven buiten. Jij bent alleen in een mooie, zachte, stille bel. Bedenk maar welke kleuren hij heeft.' Binnen vijf minuten sliep hij. Ik visualiseerde voor hem wat mij niet lukte. Geen oog deed ik dicht. Mijn eigen bel knapte steeds opnieuw. We besloten dat zijn vader de volgende twee nachten bleef slapen.

Dapper

Het meest pijnlijke moment was op de laatste opnamedag. 'Mama, jij moet daarbij zijn,' zei hij. 'Nee,' zei ik resoluut. 'Papa blijft bij jou, ik ben er meteen als het afgelopen is.' Ik wilde niet weer meehuilen, mijn zoon had het meest aan iemand die hem vertrouwen gaf en rustig bleef. Hij onderging die laatste ingreep bijzonder dapper, en ik knuffelde hem toen hij uit de behandelkamer kwam. Soms help je je kind het meest door er even niet voor hem te zijn.

Miloe van Beek is twaalf jaar freelance journaliste en zes jaar moeder. Ze heeft nog nooit een roze wolk gezien, ze past niet in het perfecte plaatje en is chronisch chaotisch. Schrijft rauwe, eerlijke, licht ironische stukken over alle aspecten van het moederschap. Daarnaast schrijft ze verhalen die van ondernemers mensen maken.