De Pers maakte school met reportages uit Afghanistan, Libië; en Syrië. Oorlogsverslaggeving pur sang.

STEUN RO

Waar je mee omgaat, raak je mee besmet. De lakmoesproef voor iedere oorlogsverslaggever is dan ook het gemak waarmee hij ruzie maakt. Let wel: het inhoudelijk dispuut over de do’s and don’ ts van het vak. Welnu, De Pers heeft met mij het beste in huis gehaald. Met bijna alle collega’s heb ik voor zeer korte of zeer lange tijd onenigheid gehad. En zo hoort het ook. Weg met de consensusjournalistiek waarbij iedereen het werk van de ander ‘geweldig’ moet vinden. Fantastische oorlogsverhalen bestaan niet, en al helemaal niet geschreven door je concullega’s.

De missie

Het zicht op de roedel Nederlandse oorlogsjourno’s geeft alle reden voor antipathie. Neem de ‘embedded journalistiek’. Anders dan andere vaderlandse media heeft De Pers nimmer een convenant ondertekend, met welke strijdmacht van welk land dan ook, waarbij de krant akkoord ging met censuur en beloofde ‘de missie’ niet in diskrediet te brengen. Dankzij ongebondenheid kon De Pers vrij berichten uit de Afghaanse provincie Uruzgan, waarbij door Nederlands optreden (2006-2010) ongewapende burgers om het leven kwamen. Zo vroeg als juli 2008 waarschuwde de krant over de gigakosten plus nazorg van drie miljard euro. Lef gaf sowieso voorsprong. Berekeningen uit januari 2011 zoals ‘Een agent van een half miljoen’, over het prijskaartje aan de politieopleiding in de noordelijke provincie Kunduz, stond met nagenoeg dezelfde berekening een half jaar later in een ander landelijk dagblad.

Bij oorlogsverslaggeving bepaalt de situatie de handeling. Je staat immers niet op het Binnenhof met zijn talloze meninkjes op de vierkante meter. Toch werd de eerste journalistieke les: hoor en wederhoor langs de frontlinie zo veel mogelijk toegepast. Terwijl in het voorjaar van 2011 NAVO-bommen vielen op woonwijken in steden als Tripoli was van de Nederlandse kranten alleen De Persaanwezig om de schade – die uit onze naam werd aangericht – op te nemen. Van ‘journalism of attachment’, die deskundigheid én betrokkenheid suggereert en één zijde in een conflict kiest, moest de krant niks hebben. Zeker niet als die opmerkelijke gelijkenis vertoonde met de mening van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Wapensmokkel, sektarische moorden en de complexiteit van de inmiddels een jaar oude oorlog in Syrië werden door De Pers als eerste gesignaleerd. Vermomd als toerist trokken we door opstandige steden als Homs en Hama en bleven we hameren op de keerzijde van het conflict. Het devies van De Pers luidde: ‘Afstand houden van kluitjesjournalistiek.’ Dus niet schouder aan schouder met collega’s tijdens de ‘Arabische Lente’ demonstranten interviewen op het Tahrirplein van Caïro of een bezoek aan de Libische rebellenstad Benghazi. Wél in Libië aandacht vragen voor de minder belichte Gaddafi-zijde en de opstandelingen in de westelijke Nafusa-bergen. Zeg niet dat dit prachtwerk kon worden verricht dankzij een gigantisch reisbudget. Dat was namelijk nul komma nul. Maar in samenwerking met actualiteitenrubrieken van TROS/AVRO, EO en een enkele keer Pauw & Witteman, die daarvoor credits verdienen, bleek oorlogsverslaggeving naar de beste traditie mogelijk.

Faber

De Pers maakte ook school bij het zoeken naar nieuwe oorlogsjournalistieke invalshoeken. Lezers werden opgeroepen om de verslaggever naar het meest vergeten conflict te sturen. Zo konden ze unieke verslagen lezen van de decennialang voor autonomie vechtende Naga’s op het grensgebied tussen Birma en India.

Maanden zijn vrijgemaakt voor de zoektocht naar nieuwe bewijzen van de betrokkenheid van oud-SS’er Klaas Carel Faber bij moorden in de Tweede Wereldoorlog. We vonden ze uiteindelijk in onder andere Duitse archieven. Politici en juristen wezen we op het onrecht dat nabestaanden is aangedaan. Mocht het uiteindelijk tot de levenslange strafuitvoering komen van deze laatste grote voortvluchtige Nederlandse oorlogsmisdadiger, dan is dat zeker dankzij De Pers.

Voor de krant bestond geen adagium ‘Licht op straat, donker binnen’. Wars van chauvinisme en sociaal correct gewauwel zetten we de schijnwerper op nationale gebreken in de serie ‘Oorlog achter de dijken’. Van probleemwijken als in Helmond, Culemborg en Gouda werd een hard, maar eerlijk beeld geschetst van de spanning en angsten die leven in onze eigen steden. In menig oog confronterend en ongewenst, maar alledaagse terreur gezien door de bril van een conflict elders bevordert de discussie.

Not to be liked

Hoe vullen de collega’s het gat dat De Pers heeft achtergelaten? Uiteraard door bovenstaande lessen in acht te nemen. Maar ook door de noodzaak in te zien van vrije geesten op een redactie die niet gelieerd zijn aan politieke stromingen. Die afkerig zijn van geslijm. Die het enige juiste credo van de oorlogsverslaggever hoog in het vaandel hebben staan: ‘I am not in the business to be liked’.

Een krant en een hoofdredactie die een eigen verslaggever flink stampei laten maken over de invulling en alle vrijheid geven bij uitvoering van het vak is voor een democratie van grote betekenis, zeker als het oorlog betreft. 

    Arnold Karskens is Neerlands meest onafhankelijke en ervaren oorlogsverslaggever. Muckraker. Nachtmerrie voor nazi’s en andere oorlogsmisdadigers. Auteur van tienŒ boeken. Onderzoeksjournalist die nooit ‘nee!’ als antwoord accepteert. Lastig, dwars & gehaat door zijn vijanden, maar Last Man Standing voor mensenrechten en vrijheid van meningsuiting.

    Geef een antwoord